Spaanse Furie (Antwerpen)
| Spaanse Furie | ||||
| Onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog | ||||
De Grote Markt met het Stadhuis tijdens de Spaanse furie. Prent van Frans Hogenberg. |
||||
| Datum | 4 - 7 november 1576 | |||
| Locatie | Antwerpen, Brabant, Nederlanden | |||
| Resultaat | Antwerpen geplunderd door Spaanse muiters | |||
| Strijdende partijen | ||||
|
|
||||
| Commandanten | ||||
|
||||
| Troepensterkte | ||||
|
||||
| Verliezen | ||||
|
||||
De Spaanse Furie of in Spanje bekend als de plundering van Antwerpen duidt op het plunderen en in brand steken van de stad Antwerpen door Spaanse troepen op 4 november 1576, tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het woord 'furie' heeft waarschijnlijk betrekking op de mythologische furiën.
Achtergrond [bewerken]
In Spanje werd 1 september 1575 het staatsbankroet uitgeroepen; door de vele oorlogen die het Spaanse Rijk over de hele wereld voerde had de regering van koning Filips II enorme schulden opgelopen, en konden de troepen niet meer voldoende betaald worden. Sommige soldaten in de Nederlanden hadden al 2,5 jaar geen soldij ontvangen. Hierdoor sloegen zij aan het muiten, als eerste in maart 1576 die onder Cristóbal de Mondragón te Zierikzee, later ook die onder Francisco de Valdez te Aalst. Begin oktober beraamden enkele Spaanse officieren onder leiding van Sancho d'Avila (commandant van de citadel van Antwerpen) in het diepste geheim een plan om de rijke stad Antwerpen te plunderen.
Sancho moest hiervoor eerst afrekenen met graaf Eberstein, de bevelhebber van het Duitse garnizoen dat in Antwerpen gelegerd was. Op 29 oktober overtuigde hij hem na hem dronken te hebben gevoerd om de stad aan de Spaanse soldaten over te leveren. Eberstein besefte echter de volgende ochtend wat hij gedaan had en stelde de Antwerpse gouverneur Compagny (of Champagny) gauw op de hoogte van het dreigende gevaar. [1]
Voorbereiding [bewerken]
De twee officieren deden wat ze nog konden aan voorbereiding; op 3 november liet Compagny 6000 Waalse hulptroepen onder leiding van de markies van Havré uit Brussel de stad binnen (dezelfde dag kwam Don Juan van Oostenrijk naar de Nederlanden als nieuwe landvoogd). Zowel van de Waalse als Duitse soldaten vreesde men dat zij zich op het beslissende moment van de aanval bij de muiters zouden aansluiten. Ondanks deze slechte voortekenen - met name de Walen verrichtten niets opbouwends [2] - togen 10.000 burgers aan het werk om provisorische grachten en noodschansen op te werpen.
D'Avila maakte zich eveneens klaar voor de strijd; terwijl de Antwerpenaren hun verdediging opbouwden namen zijn soldaten ze onder vuur om hen te hinderen. Bovendien kregen zij versterking van Spaanse muiters uit Lier, Breda en Maastricht. De volgende dag vielen de Spaanse troepen Antwerpen aan.
Plundering van Antwerpen [bewerken]
Op 4 november omstreeks 11 uur in de ochtend verlieten zo'n 6000 muiters de citadel in de richting van de stad. De noodverschansingen waren vrijwel nutteloos; de Spaanse soldaten braken er met gemak doorheen. Al bij de eerste vijandigheden schonden de Waalse troepen het vertrouwen dat Compagny in hen gesteld had en sloten zich aan bij de muiters; [3] volgens een andere bron sloten de Walen zich niet bij de muiters aan, maar sloegen zij al snel op de vlucht. [1] De overgebleven Duitse militairen en burgers streden wanhopig dag en nacht door maar konden de Spanjaarden niet tegenhouden.[3] Graaf Eberstein kwam om toen hij trachtte te vluchten. Hij wilde aan boord van een boot springen, maar viel in de Schelde en verdronk. [1]
De muiters drongen allerlei woningen binnen, doodden de bewoners en stalen geld en sieraden. Vrouwen werden verkracht, mannen het hoofd ingeslagen. De honden dronken het bloed van de doden. Onder andere het stadhuis werd in brand gestoken.
Het aantal slachtoffers is niet exact bekend, maar men spreekt van vele duizenden doden (ooggetuigen schatten 7000 doden). Onder hen waren er ook enkele schepenen. De furie hield een tijd aan, waarbij de muiters veel rijke burgers gijzelden om hen geld af te persen. Na het vertrekken van de muiters op 7 november vernielden de woedende Antwerpenaren het door de Spanjaarden gebouwde kasteel.
De gebeurtenissen brachten een enorme schok teweeg door de Nederlanden en stimuleerden in grote mate het tot stand komen van de Pacificatie van Gent op 8 november 1576.
Ook vluchtten grote aantallen burgers uit de Zuidelijke Nederlanden naar aanleiding van het geweld naar de Noordelijke Nederlanden, waarvan sinds 1572 delen zich aan het Spaans gezag onttrokken hadden; zie Tachtigjarige Oorlog.
Voor de Spaanse kroon was deze gebeurtenis een verlies van tien jaar aan inspanningen om de zeggenschap over de opstandige provincies te behouden.
Bronnen, noten en/of referenties
|