Eedverbond der Edelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Verbond der Edelen (ook Compromis) was een verbond van de lagere adel, voornamelijk uit de Zuidelijke Nederlanden, dat de opheffing vroeg van de Inquisitie en de verzachting van de plakkaten met maatregelen tegen de ketters (november 1565). Het maakte deel uit van de aanloop naar de Tachtigjarige Oorlog.

Geschiedenis[bewerken]

Hendrik van Brederode biedt Margaretha van Parma het Smeekschrift der Edelen aan.

Het Verbond werd aangevoerd door Hendrik van Brederode, geflankeerd door de graven Floris van Culemborg en Lodewijk van Nassau[1] Zij kanaliseerden de toenemende onvrede onder de lagere en middelgrote adel met protestantse sympathieën. Zij wilden naar het voorbeeld van de Franse Hugenoten de krachten bundelen van al wie godsdienstvrede voorstond. De kopstukken van de hoge adel - graaf Lamoraal van Egmont, de graaf van Horne, baron Floris van Montigny, de graaf van Hoogstraten en Willem van Oranje - hielden zich aanvankelijk afzijdig.

Willem van Oranje stond in contact met het Verbond via zijn broer Lodewijk van Nassau. Naast de vrees voor de invoering van de Spaanse inquisitie en afkeer van strenge godsdienstplakkaten, speelde voor de adel het streven naar het behoud van de eigen positie een rol. Vele edelen waren verarmd en door de opkomst van ambtenaren als uitvoerders van het bestuur van hun invloed beroofd.

Op 5 april 1566 kwamen zo'n 200 edelen bijeen afkomstig uit alle delen van de Nederlanden. Ze verschaften zich toegang tot het Paleis op de Koudenberg en overhandigde het Smeekschrift der Edelen aan landvoogdes Margaretha van Parma. Dit veroordeelde de Inquisitie in felle bewoordingen en dreigde nauwelijks verholen met gewapende opstand als er geen einde zou komen aan de vervolging.[2] Nochtans keerde het smeekschrift zich voor het overige niet tegen het gezag van koning, regering of kerk.

Bij de overhandiging werden de edelen bedacht met de naam gueux (bedelaars), die ze als een eretitel gingen aannemen (vandaar:geuzen).

De beeldenstorm van augustus 1566 dreef de adel tot het zogenaamde Akkoord met Margaretha van Parma (23 augustus 1566). Hierbij zouden de edelen Margaretha steunen bij het herstellen van de openbare orde voor zover de protestantse erediensten ongemoeid werden gelaten in plaatsen waar ze voet aan wal hadden gekregen. Het Compromis werd daarop ontbonden, waardoor de opstand zonder leiding viel.

Een overgebleven groep, het zogeheten Compromis van Breda, bood in februari 1567 zonder succes een nieuw smeekschrift aan. Uitgeweken edelen verbonden zich in Duitsland tot een nieuw Compromis (Diederik Sonoy).

De voornaamste leden van het Verbond der Edelen[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • R. Fruin (1900), Het voorspel van de Tachtigjarige Oorlog
  • J.W. te Water (1776-1796), Historie van het Verbond en de Smeekschriften der Nederlandse edelen, 1564-1567 (4 delen)
  • P.A.M. Geurts (1956), De Nederlandse Opstand in de pamfletten 1566-1584, Nijmegen - lees on-line (dnbl.org)

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Jonathan Israël (1996), De Republiek (1477-1806), ISBN 9051941315, Vol. I, p. 154
  2. Jonathan Israël (1996), De Republiek (1477-1806), ISBN 9051941315, Vol. I, p. 155
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Eedverbond der Edelen op Wikisource