Henri Pirenne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Henri Pirenne

Henri Pirenne (Verviers, 23 december 1862 - Ukkel, 25 oktober 1935) was een Belgisch historicus en hoogleraar. Hij was tevens rector van de Universiteit Gent van 1919 tot 1921.

Levensloop[bewerken]

Henri Pirenne was student aan de Universiteit van Luik (1879-1883) bij de bekende mediëvist Godefroid Kurth wiens kritische en onafhankelijke manier van werken hem sterk beïnvloedde. Hij studeerde verder in Leipzig, Berlijn (1883-1884) en Parijs (1884-1885).

Hij werd hoogleraar in Luik (1885) en in Gent (1886). In Gent doceerde hij tot in 1930 middeleeuwse geschiedenis en geschiedenis van België. Zijn inspirerend onderwijs maakte hem de vader van de Gentse historische school. Hij geldt als een van de grootste Belgische historici. In 1934 werd hij nog hoogleraar aan de ULB.

Hij werd buiten zijn universiteit bekend door zijn monumentale werk Histoire de Belgique (zeven delen, gepubliceerd vanaf 1899 tot 1932). Daarin wilde hij onder meer aantonen dat België reeds een aanvang had genomen vanaf de tijd vlak na keizer Karel de Grote toen diens rijk bij het Verdrag van Verdun in 843 over zijn drie kleinzoons werd verdeeld en onder andere het Middenrijk ontstond waartoe ook het latere België behoorde. Een belangrijke rol in het ontstaan en voortbestaan van de Belgische natie kende Pirenne toe aan de Bourgondische eenmaking en aan het katholicisme van de Zuidelijke Nederlanden.

Zijn werk concentreerde zich enigszins vooringenomen op het verleden van het graafschap Vlaanderen en het prinsbisdom Luik, met minder aandacht voor andere belangrijke territoria, zoals het hertogdom Brabant, de graafschappen Henegouwen, Namen en Loon. Hierdoor geldt de Histoire de la Belgique al enkele decennia niet echt meer als referentiewerk.

Deportatie naar Duitsland[bewerken]

Gedurende de Eerste Wereldoorlog verzette Pirenne zich heftig tegen de vernederlandsing van de Gentse universiteit door de bezetter. Hij werd om deze reden naar Duitsland gedeporteerd, met zijn vriend en collega prof. Paul Fredericq. De Duitsers hoopten hierdoor de onwillige hoogleraren die hun lessen opschortten, voldoende te intimideren om hun colleges in Luik en Gent te hervatten. Dat mislukte. In plaats daarvan bleef Pirenne opgesloten en gaf hij voordrachten voor zijn mede-gevangenen. Deze werden later gebundeld als Geschiedenis van Europa, een (onvoltooid) standaardwerk. “Henri Pirenne was representatief voor de geest van zijn tijd; zijn grote en diepgaande kennis en fraaie heldere stijl worden in zijn werk tot een volmaakte eenheid. (…) het (werk) munt uit door de geniale, beeldende taal, de superieure beheersing van de stof en de oorspronkelijkheid van zijn historische visie,” aldus de kafttekst van de ongedateerde Nederlandse uitgave.

De Pirenne-these[bewerken]

Pirenne werd ook befaamd door de later zo genoemde Pirenne-these uit het postuum (in 1937) verschenen boek Mahomet et Charlemagne (Mohammed en Karel de Grote). Hij stelde dat:

  • de komst van de islam de culturele eenheid van de gebieden rondom de Middellandse Zee heeft vernietigd
  • het culturele zwaartepunt daardoor naar noordelijker gelegen landen van Europa is verschoven, meer bepaald het rijk van keizer Karel de Grote
  • de antieke beschaving door die landen is bewaard en doorgegeven en niet door de Arabische cultuur.

Deze stelling heeft tot grote internationale debatten geleid, maar vindt tegenwoordig vrijwel geen aanhang meer.

In zijn Mahomet et Charlemagne verlegt Pirenne het begin van de Middeleeuwen naar 732 met de slag bij Tours en Poitiers. Na 476 bleef de sociaal-economische structuur van het West-Romeinse Rijk intact, maar na 732 werd de Europese handel en economie stopgezet. Zo werd het gekerstende Europa van de Middellandse Zee en de wereldhandel afgesneden. Daardoor kwam er een economische neergang, de geldcirculatie verdween en de 'landbouweconomie' ontstond. Bij de Karolingers komen het feodalisme en de domaniale economie op. Volgens Pirenne begonnen de 'feodale' middeleeuwen hier.

Belangrijke leerlingen van hem waren onder andere Hans Van Werveke, François Louis Ganshof en Fernand Braudel.

Evolutie naar vernederlandsing[bewerken]

Pirenne was na de Eerste Wereldoorlog een tegenstander van de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Hij was voorstander voor een Franstalige en een Nederlandstalige universiteit in Gent, zoals in Leuven. Toen in 1930 de universiteit eentalig Nederlands werd, verhuisde hij naar Brussel.

Werken[bewerken]

Volledige bibliografie in:

  • Rijksuniversiteit Gent, Liber Memorialis 1913-1960, Gent, 1960.
  • La nation belge, 1899
  • Les origines de l'état belge, 1906
  • Histoire de Belgique (7 dln., 1900-1932)
  • La nation belge et l'Allemagne, openingstoespraak academisch jaar 1919-1920.
  • La Belgique et la guerre mondiale, 1928
  • Les villes au moyen âge
  • Les anciennes démocraties des Pays-Bas
  • Mahomet et Charlemagne, 1937
  • Geschiedenis van Europa – van de invallen der Germanen tot de zestiende eeuw, Amsterdam, Veen’s uitgeversmaatschappij N.V., z.j.

Literatuur[bewerken]

  • Despy, G. & Verhulst, A., (1986): La fortune historiographique des thèses d'Henri Pirenne,
  • Ganshof, Franz, (1959): Henri Pirenne, in: Biographie nationale de Belgique, Tome XXX, Brussel
  • Geyl, Pieter,(1927): Belgicistische geschiedschrijving, in: Bijdrage voor Vaderlandsche geschiedenis, .
  • Lyon, B. D., (1974): Henri Pirenne. A biographical and intellectual study
  • Prevenier, Walter, (1987): Pirenne à Gand, in: Bierlaire, F. & Kupper, J.-L.(ed.), Henri Pirenne. De la cité de Liège à la ville de Gand
  • Verhulst, Adriaan, (1998): Henri Pirenne, in: Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt
  • Wervekee, H. Van, (1960): Henri Pirenne, in: Bulletin de la Commission royale d'histoire, Brussel

Externe link[bewerken]