Binnenhof (Den Haag)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Binnenhof en de Hofvijver
Binnenaanzicht van het Binnenhof, met in het midden de Ridderzaal

Het Binnenhof is een gebouwencomplex in het centrum van Den Haag en al eeuwenlang het centrum van de Hollandse en Nederlandse politiek. Den Haag is ontstaan rond het Binnenhof, dat door de geschiedenis heen steeds in veel opzichten het middelpunt van de residentie is geweest. Het Binnenhof wordt gerekend tot de Top 100 van Nederlandse monumenten.

Het Buitenhof is een aangrenzend plein en werd vroeger ook wel 'Nederhof' genoemd.

Geschiedenis[bewerken]

Impressie van het Binnenhof in de 13e eeuw volgens architect Cornelis Peters, 600 jaar later

Oorsprong[bewerken]

Over het ontstaan van het Binnenhof is niets met zekerheid bekend. Het oudste gebouw was een donjon die er voor 1230 zou hebben gestaan; de fundamenten liggen nog onder het Rolgebouw. Volgens een hypothese zou het terrein van het Binnenhof in 1229 door graaf Floris IV van Holland zijn gekocht.

Het Binnenhof en omgeving aan het eind van de zestiende eeuw

Uitbreiding[bewerken]

Zeker is dat de zoon van Floris IV, graaf Willem II begon met de uitbreiding tot een kasteelcomplex waar ook het toen ommuurde Buitenhof inclusief de Gevangenpoort deel van uitmaakten. Tussen 1248 en 1280 bouwde Willem de hofkapel en de gotische Ridderzaal. Links en rechts, haaks op de Ridderzaal, staat een muur die de ruimte voor en achter het gebouw splitste. Beide muren hebben een poort. Aan het einde van de muur, bij de Hofvijver, werd de hofkapel gebouwd, en vlak daarbij het Ridderhuis, waar bezoekende ridders onderdak kregen; aan de zuidkant kwamen keukens. De zuiderpoort werd de Keukenpoort genoemd, en daarachter lag de Keukenhof ('Cokenplein').

Achter de ridderzaal werden woonvertrekken aangebouwd. Een poort (later de Maurits- of Grenadierspoort genoemd) en brug gaven toegang tot de kooltuin en een boomgaard. Daar zijn nu het Mauritshuis en het Plein.

Vermoedelijk werd het kasteel voltooid tijdens de regering van Willems zoon, graaf Floris V, en was het Binnenhof waarschijnlijk korte tijd residentie van de graven van Holland. De graven van Henegouwen woonden slechts tijdelijk op het Binnenhof. Desondanks breidden zij het kasteel uit met nieuwe gebouwen. Onder enkele graven van Beieren was het kasteel weer wel residentie. Met name Albrecht van Beieren heeft er lang gewoond.

Behalve de Hofvijver werd het Binnenhof eeuwenlang omringd door grachten, die ook via het Spui toegang gaven naar Delft. Dat was onder meer belangrijk voor de aanvoer van bier, want alleen steden met stadsrechten mochten bier maken. Tegenwoordig is van al dat water alleen de Hofvijver overgebleven en een klein stukje gracht naast het Torentje.

Bijna afgebroken en recente verbouwing[bewerken]

Persfoto bij een internationale conferentie in 1930

Tot twee keer toe zijn er plannen geweest om het Binnenhof af te breken.[1] Tussen 1806 en 1810 werd het land bestuurd vanuit Amsterdam: koning Lodewijk Napoleon verplaatste zijn zetel naar Amsterdam en het Binnenhof stond leeg.

De tweede keer dat er dreiging was om het Binnenhof af te breken was in 1848. De toenmalige Staten-Generaal wilden een groot signaal geven dat de nieuwe grondwet de macht bij de Staten-Generaal legde in plaats van de koning, en het leek de leden een goed idee om als gebaar het oude machtscentrum af te breken en nieuwe regeringsgebouwen neer te zetten. De lokale bevolking had echter meer oog voor de historische waarde van het Binnenhof en kwam met succes in verzet tegen de plannen.

Het huidige Binnenhof bestaat al lange tijd en is weinig van uiterlijk veranderd, al stelt de huidige opzet van het parlement andere eisen aan de faciliteiten dan enkele eeuwen geleden. Tot 1992 was de Oude Zaal (de Balzaal van stadhouder Willem V uit de 18e eeuw) de zittingszaal van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De zaal was te klein om de 150 leden van de Kamer te huisvesten samen met alle ondersteunende personen. In 1992 werd daarom de nieuwe vergaderzaal geopend. De oude gebouwen liet men staan.

Onderdelen[bewerken]

De Ridderzaal[bewerken]

De Ridderzaal op het Binnenhof
Vergadering in de Ridderzaal anno 1651, geschilderd door Dirck van Delen

De Ridderzaal is een grote zaal in het gotische gebouw, dat midden in het Binnenhof staat (de 'Grafelijke Zalen' of het 'complex van Grafelijke Zalen'). Hier wordt jaarlijks op de derde dinsdag in september in de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal de troonrede uitgesproken door de Koning. De naam Ridderzaal is een romantisch verzinsel. Vanouds werd deze zaal aangeduid als de 'Groote Zaal' en ook wel als de 'Loterijzaal'. Oorspronkelijk is de zaal een uitbreiding van een onder Graaf Floris IV van Holland begonnen paleis. Door Graaf Willem II van Holland werd aan de westzijde van dat paleis een Grote Zaal opgericht. Graaf Floris V van Holland liet die door zijn vader begonnen zaal waarschijnlijk weer gedeeltelijk afbreken, om daarvoor in de plaats een nog veel grotere zaal op te richten. De afmetingen van die zaal waren zo groot, dat ze in West-Europa niet of nauwelijks hun gelijke vonden.[bron?]

In de loop der eeuwen werd er het nodige aan het complex verbouwd en werden er ook tal van bouwwerken tegenaan gebouwd. De restauratie van het complex van Grafelijke Zalen begon al onder Lodewijk Napoleon door de architect Adriaan Noordendorp. In de jaren zestig van de 19e eeuw liet rijksbouwmeester Willem Nicolaas Rose het complex grondig onderzoeken, om vervolgens de Grote Zaal te restaureren. Omdat Rose niet kon geloven dat de grote houten kap uit de bouwtijd van de zaal dateerde (de kap had voor die tijd een ongekende constructie en overspanning) en die kap bovendien in zeer slechte staat verkeerde, verving hij de kap door een gietijzeren overspanning. Dat kwam hem op veel kritiek te staan. In de jaren zeventig van de 19e eeuw werd de westgevel van de zaal gerestaureerd onder leiding van Pierre Cuypers. Daarbij kregen de beide torentjes hun huidige vorm. De meest ingrijpende restauratie begon kort voor de eeuwwisseling en werd afgerond in 1904. Onder leiding van rijksbouwmeester Daniël Knuttel werden de aanbouwen verwijderd en kreeg de Grote Zaal een nieuwe kap, die nauwgezet de door Johannes Craner in opdracht van Rose gemaakte tekeningen van de oorspronkelijke kap volgt. Bij deze restauratie is ook een roosvenster toegevoegd.

In 2006 werd het interieur van de Grote Zaal gerenoveerd. De vlaggen zijn verdwenen en er hangen nu wandkleden aan de muur. Ook zijn het podium en de bekleding van de troon vernieuwd en is het baldakijn kleiner gemaakt.

De Trêveszaal[bewerken]

De Trêveszaal werd gebouwd in opdracht van de Staten-Generaal. Dit gebeurde op verzoek van Johan van Oldenbarnevelt om zo een mooie zaal te krijgen om tijdens de Tachtigjarige Oorlog onderhandelingen te voeren die tot het Twaalfjarig Bestand van 1609 hebben geleid. Zijn standbeeld staat op de Lange Vijverberg en kijkt naar het gebouw.
Van 1815 tot 1849 vergaderde de Eerste Kamer der Staten-Generaal in de Trêveszaal. Tegenwoordig vergadert het kabinet hier iedere vrijdag.

  • In 1697 werd hier een delegatie van Russische gezanten ontvangen. Tsaar Peter I woonde toen in Zaandam.
  • In 1995 ontmoetten minister-president Kok en de Duitse Bondskanselier Kohl elkaar in de Trêveszaal.

Het Keurhuis[bewerken]

Ten noorden van de Ridderzaal, op Binnenhof 6, staat een klein huis met het opschrift "t' Goutsmits Keurhuys". Het is in 1640 gebouwd voor het Gilde van de Goud- en Zilversmeden. Hier werden de keurmerken in zilveren en gouden voorwerpen geslagen.

Om bij het pand te komen moest men door de Spuipoort en de Hofpoort. De Stadhouderspoort bij het Buitenhof mocht alleen door de stadhouder gebruikt worden. Het pand ernaast, Binnenhof 4, werd in 1776 gebouwd. Het werd door de Tweede Kamer gebruikt.

Poorten[bewerken]

De Binnenpoort, gebouwd in 1634

Lang was het hele terrein van het Binnenhof en het Buitenhof ommuurd. Er waren poorten om van het Binnenhof naar de buitenhoven te gaan en vandaar de buitenwereld te betreden.

  • Stadhouderspoort uit 1620. Aan de westkant verbindt de Stadhouderspoort het Binnenhof met het Buitenhof, waar onder meer de stallen waren. Alleen de stadhouder maakte gebruik van deze poort. Van het Buitenhof kon men aan de noordkant via de Gevangenpoort naar de stad gaan. Via een ophaalbrug over de Haagse Beek kwam men dan uit op de Plaats, waar nu een standbeeld van Johan de Witt staat. Daaromheen woonden allerlei personen die met het Hof te maken hadden.
  • Binnenpoort of Middenpoort uit 1634. Het Plein werd in 1633 opgeleverd en daarom werden in 1634 twee nieuwe poorten gebouwd. Ze lijken ook op elkaar. De Binnenpoort werd gebruikt om het Binnenhof af te sluiten. Tussen de Binnenpoort en de Buitenpoort vestigden zich voorname functionarissen.
  • Mauritspoort of Buitenpoort of Grenadierspoort uit 1634. Men kon het Binnenhof ook aan de oostkant verlaten door de Mauritspoort om te wandelen in de ommuurde moestuinen of te gaan jagen in het Haagse Bos.
  • Hofpoort. Aan de zuidkant van het Binnenhof gaf de Hofpoort toegang tot de Hofsingel. Deze poort is in de 18e eeuw gebouwd.

De Hofkapel[bewerken]

Hofkapel op het Binnenhof (Albertus Frese (1714-1788), 1777)

Sinds 1591 hield de Waals-Hervormde gemeente haar diensten in de oude Kapel van Maria ten Hove op het Binnenhof, gesticht door graaf Floris V. Een deel van de kapel liep in 1668 brandschade op, maar deze werd direct hersteld. In 1770 werd de Franse Kerk, zoals hij toen genoemd werd, grondig gerestaureerd omdat de vloer aan het verzakken was. Toen werden gedeeltelijk ingestorte kelders met oude graven gevonden. Albert Frese heeft van verschillende vondsten schetsen gemaakt:

  1. de lijkkist van Willem IV, graaf van Holland (1318-1345)[2][3]
  2. overblijfselen van Jacoba van Beieren (1401-1436) [4][5]
  3. de grafzerk van Theodricus van Delff, meester doctor en kanunnik van de Hofkapel (overleden 1471)[6]
  4. de grafzerk van Theodard Claes, kanunnik van de Maria ten Hove-kapel (overleden 16 mei 1537)[7]
  5. de grafzerk van Justina van Egmond (overleden 1566, een maand oud) bij het graf van Françoise gravin van Egmond[8]
  6. de grafzerk van Govert Wallerand (overleden 1566)[9]
  7. de grafzerk van Jan IV van Glymes, markies van Bergen (1528-1567)[10]
  8. de grafzerk van Maerten van Naarden, raad-ordinaris in Holland (overleden 1585) en zijn echtgenote Petronella Osbrechts[11]
  9. de grafzerk van de heren van Randerode, van der Aa[12]

Ook werden er grafstenen gevonden van Jacob van Barry (± 1500), Johan van Noortwijck (± 1515) en Clara d'Anneux (± 1617). Het lichaam van Johan van Oldenbarnevelt werd er waarschijnlijk ook bijgezet, maar later mogelijk door de familie weer weggehaald.

Lodewijk Napoleon Bonaparte, de eerste koning van het Koninkrijk Holland van 1806-1810, heeft tot september 1807 op het Binnenhof gewoond. Zodra hij in 1806 het Binnenhof als residentie betrok, moesten in de hofkapel katholieke diensten worden gehouden. Aan de Waals-Hervormden gaf Lodewijk Napoleon een bijdrage om in het Noordeinde de huidige Waalse kerk te bouwen. Het werd een eenvoudige kerk, de herenbanken en de preekstoel zijn nog uit de bouwtijd.

De Hofkapel werd in 1879 aan het Rijk verkocht en vervolgens ontmanteld. Enkele grafstenen bleven bewaard, maar de rest van de grafkelders werd dichtgemetseld. Na een grondige verbouwing kreeg het gebouw een andere bestemming.[13] Tegenwoordig bevinden zich in dit deel van het Binnenhof de fractie-, commissie- en werkruimtes van de Eerste Kamer. Op de zolder is nog het oude houten gotische plafond te zien.

De fontein[bewerken]

Beeld van Willem II van Holland op de top van de fontein
Detail

De fontein werd weliswaar speciaal voor het Binnenhof gemaakt, maar eerst in Amsterdam opgebouwd. Tijdens de bouw van het Rijksmuseum in Amsterdam werd in 1883 de Internationale Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling gehouden op het ervoor gelegen Museumplein. Daar werd deze fontein tentoongesteld, als toonbeeld van ambachtelijk kunnen. De fontein is een geschenk van de Haagse burgerij, als dank voor de restauratie van de voorgevel van de Grafelijke Zalen (Ridderzaal). Initiatiefnemer was Victor de Stuers, die persoonlijk een substantieel deel van de kosten van de fontein voor zijn rekening nam. De regering aarzelde om het geschenk te aanvaarden, vanwege de kosten van het water. Dit probleem werd opgelost met de bepaling dat de fontein slechts op bepaalde hoogtijdagen zou spuiten. Pas in 1885 werd de fontein op het Binnenhof geplaatst. De fontein werd ontworpen door Pierre Cuypers, die ook verantwoordelijk was voor de genoemde restauratie van de voorgevel, waarmee een eerdere restauratie door Adriaan Noordendorp in de jaren 1810 werd gecorrigeerd en de torens hun huidige bekroningen kregen.

In de jaren 1970 en in 2006-2007 is de fontein gerestaureerd. De windroos rond de fontein is niet origineel, maar later toegevoegd. Bij de laatste restauratie is de fontein weer geschilderd in de oorspronkelijke kleuren bruin en goud uit 1883. Rondom de fontein staat de tekst:

Ter nagedachtenis van Willem II Roomsch Koning en Graaf van Holland, Begunstiger der stedelijke vrijheden, beschermer der kunst, stichter der kasteelen in 's-Gravenhage en Haarlem, geb. MCCXXVII †MCCLVI†

Vergaderzaal van de Eerste Kamer[bewerken]

Op Binnenhof 22 is de Eerste Kamer der Staten-Generaal gevestigd. In 1650 gaven de Staten van Holland en West-Friesland aan de befaamde architect Pieter Post de opdracht een nieuwe monumentale vergaderzaal te bouwen. De bouw vond plaats tijdens het stadhouderloze tijdperk dat na de dood van stadhouder Willem II werd afgekondigd. Hiertoe werd een gedeelte van stadhouderlijke residentie afgebroken. Van het stadhouderlijk paleis bleef de Mauritstoren, gelegen in de zuidwesthoek van het Binnenhof, intact.

De vergaderzaal moest de nationale en internationale invloed van de staten van Holland en West-Friesland uitstralen en de nieuwe machtsverhoudingen aan het Binnenhof weergeven. Dat blijkt met name uit de plafondschilderingen van Andries de Haen en Nicolaas Wielingh. Ze drukken Hollands glorie uit door de afbeelding van typen van verschillende volken, waarmee de Republiek wereldwijd banden onderhield. De vroegere Statenzaal is sinds 1849 de vergaderzaal van de Eerste Kamer. De zaal bevindt zich op de eerste verdieping. Toegang tot de publieke tribune verkrijgt men via het trappenhuis in de Mauritstoren en de Amalia van Solmsgalerij op de tweede verdieping. Op de begane grond is de Noenzaal. Deze ruimte, thans de eetzaal van de Eerste Kamer, werd vroeger gebruikt als vergaderzaal van de Gecommitteerde Raden, het uitvoerend college van de Staten van Holland.

Onderdeel van de Mauritstoren is de Ministerskamer. Deze kamer die uitkijkt op het Buitenhof, wordt wekelijks gebruikt door de ministers en staatssecretarissen, die zich hier voorbereiden op de plenaire behandeling van wetsvoorstellen in de Eerste Kamer. In de Ministerskamer vond veelvuldig een kabinetsformatie plaats. In 2012 werd, na een verkennende fase in de Ministerskamer, verder onderhandeld in het gebouw van de Tweede Kamer.

Torentje[bewerken]

Het Torentje (rechts) en het Mauritshuis

Het Torentje is sinds 1982 de werkkamer van de minister-president. Ernaast ligt het museum het Mauritshuis dat in 1640 werd gebouwd als woning voor graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen. Het Torentje is in de jaren 1840 gebruikt als werkkamer door Thorbecke, maar de verschillende premiers wisselden nog wel eens van kantoor. Pas sinds de regeerperiode van Ruud Lubbers is het Torentje de vaste werkplek van de minister-president.

Aan de andere kant van het Torentje ligt de Maurits- of Grenadierspoort, die toegang geeft tot het Binnenhof. Recht tegenover het Torentje in het voormalige ministerie van Koloniën zijn nu kantoorruimten van de Tweede Kamer.

Waterpomp[bewerken]

Bij de ingang naar het nieuwe gebouw van de Tweede Kamer staat één van de weinige oude pompen die in Den Haag zijn overgebleven. Er zijn nog enkele oude pompen bekend, o.a. op het Lange Voorhout, bij de Grote Kerk en in enkele hofjes.

Trivia[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Aldus blijkt uit een lopend promotie-onderzoek van historicus Diederik Smit, dat hij in 2013 (het jaar dat het huidige Koninkrijk der Nederlanden zijn tweehonderdjarig bestaan viert) wil publiceren. http://www.nu.nl/binnenland/2258607/binnenhof-twee-maal-bijna-afgebroken.html Website Nu.nl]
  2. Haags Gemeentearchief
  3. Algemeen wordt aangenomen dat Willem IV in Valenciennes is begraven
  4. Haags Gemeentearchief
  5. Haags Gemeentearchief
  6. Haags Gemeentearchief
  7. Haags Gemeentearchief
  8. Haags Gemeentearchief
  9. Haags Gemeentearchief
  10. Haags Gemeentearchief
  11. Haags Gemeentearchief
  12. Haags Gemeentearchief
  13. Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Donderdag 24 Julij 1879. D. Veegens, Griffier van de Tweede Kamer der Staten Generaal: Verslag omtrent het onderzoek naar het aanwezig zijn van grafsteden of andere historische merkwaardigheden in de voormalige Hofkapel op het 's-Gravenhaagsche Binnenhof - 19 Junij 1879