Gevangenpoort (Den Haag)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Gevangenpoort

De Gevangenpoort is een middeleeuwse gevangenis in Den Haag. Sinds 1882 is in het gebouw een museum gevestigd. De gevangenpoort ligt dicht bij het Binnenhof en de Hofvijver. Achter de poort ligt wat in Den Haag nu de "Plaats" wordt genoemd. Aan het hoofd van dit plein bevond zich 'het Groene Zoodje'. Dit was de executieplaats. De gevangenpoort behoort tot de Top 100 der Nederlandse UNESCO-monumenten.

Geschiedenis[bewerken]

Wapen van Holland boven de poort

De gevangenpoort was vanaf ongeveer 1420 tot 1828 de gevangenis van het Hof van Holland, waarin personen die een zwaar misdrijf hadden begaan terecht kwamen. In 1428 maakte Filips de Goede de "voorpoorte van den hove" zoals de poort oorspronkelijk genoemd werd, tot staatsgevangenis. Keizer Karel V bouwde een groot cellencomplex aan de poort vast, en breidde ook het gerechtsgebouw uit.

De verdachten werden in de gevangenpoort gehuisvest in afwachting van het proces. Daarbij werd conform middeleeuwse gebruiken marteling toegepast. Soms zaten de gevangenen met vijftien personen in één cel. De gevangenen moesten hier wachten op hun vonnis, dat bestond uit een geldboete of een lijfstraf, bijvoorbeeld schandstraf, verbanning of de doodstraf. Opsluiting als straf werd pas toegepast sinds de 17e eeuw.[bron?]

De bekendste gevangene van deze gevangenis was Cornelis de Witt, die werd veroordeeld zonder enig bewijs van een beraming tot moord op de stadhouder. Enkele uren later werd Cornelis met zijn broer Johan gelyncht door "het gepeupel" voor de deur van de Gevangenpoort. Dit alles speelde zich af op 20 augustus van het Rampjaar 1672.

In 1675 werd Abraham de Wicquefort, beschuldigd van spionage, opgesloten in een ruime zolderkamer. Hij wist te ontsnappen met behulp van de dienstmeid van de cipier, die een avondje was gaan stappen. Een van de laatste ontsnappingen uit de Gevangenpoort was in 1832 van Willem Gustaaf Frederik Bentinck, die de gevangenbewaarder Jacobus Harthoorn omkocht.

Gebouw[bewerken]

De Gevangenpoort was oorspronkelijk één van de drie toegangspoorten tot het Grafelijk Slot, met de Buitenhof en de Binnenhof. Het is het enige poortgebouw uit de Middeleeuwen dat in Den Haag bewaard bleef. Dat het gebouw gespaard is gebleven is vooral te danken aan Victor de Stuers. Die bestemde het gebouw tot museum voor strafwerktuigen en was daar de eerste directeur van. Het gebouwencomplex, dat naast de Gevangenpoort uit enkele andere gebouwen bestaat, is eigendom van de Staat (Rijksgebouwendienst).

Boven de poort, aan de kant van de Plaats, prijkt het wapen van het graafschap Holland.

Het poortgebouw, dat in 1828 zijn functie van gevangenis verloor, zou worden gesloopt om plaats te maken voor de uitbreiding van nabijgelegen koninklijke stallen. In 1830 werd dit plan opgeschort vanwege gebruik door militaire organisaties, tot 1852. De toen weer voorgestelde sloop werd tegengehouden door een besluit van Koning Willem III op verzoek van Minister-president Thorbecke, in 1853, om het bouwwerk te behouden als een 'historisch gedenkteeken'. Desondanks werd vanaf 1873 de sloop weer serieus overwogen. Met bovengenoemd ingrijpen van De Stuers in 1875 en een restauratie in 1878-'85 kwam hieraan een einde. In 1883 opende de Gevangenpoort de deuren voor het publiek.

Museum[bewerken]

Nieuwe entree

Het museum stelt een collectie straf- en martelwerktuigen ten toon, en is daarom, volgens het museum zelf, niet geschikt voor kinderen onder de 8 jaar. Met deze collectie werd een start gemaakt in 1875 door Victor de Stuers. De verzameling omvat onder andere brandijzers, beulzwaarden, duimschroeven, pijnbanken en schandborden.

Het museum omvat een cellenblok, een gerechtsgebouw en woning voor de cipier.

Restauratie[bewerken]

Het museum is na een renovatie sinds 2 september 2010 weer geopend voor publiek. Het is voortaan mogelijk een combinatie-entreekaartje te kopen dat toegang geeft tot zowel Museum de Gevangenpoort als Galerij Prins Willem V.

Externe links[bewerken]