Guillotine
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De guillotine of valbijl is een instrument waarmee een ter dood veroordeelde snel en zonder kans op misslaan onthoofd kan worden.
De guillotine is vooral bekend van de Franse Revolutie. Maar al hiervoor bestonden er soortgelijke machines. De eerste op schrift gestelde onthoofding met de Halifax Gibbet vond plaats in 1286 te Halifax, West Yorkshire in Engeland waar dergelijk toestel in gebruik bleef tot de 17e eeuw. Ook in Schotland werd een gibbet, met een recht of halfrond mes, gebruikt.
[bewerken] Achtergrond
De guillotine is vernoemd naar Joseph-Ignace Guillotin (1738 - 1814), die voorstelde de guillotine als standaard executiemethode te gebruiken. Guillotin was een fel tegenstander van de doodstraf. Hij hoopte dat de guillotine een tussenstap was op weg naar een volledige afschaffing van de doodstraf. De in techniek geïnteresseerde koning Lodewijk XVI zag het apparaat en stelde een aantal verbeteringen voor, waaronder het afschuinen van het mes opdat het door de hals zou "snijden". Hij liet een aangepaste versie maken door zijn lijfarts dokter Louis. Lodewijk stierf zelf onder de verbeterde versie van de guillotine.
In de tijd voor de guillotine werd de doodstraf in Frankrijk op verschillende manieren voltrokken, afhankelijk van de sociale status en het misdrijf van de veroordeelde. Voor politieke delicten werden de veroordeelden vaak onthoofd, maar ook vierendelen, levend verbranden, wurgen, ophangen, villen en radbraken kwamen als straf voor. De guillotine als enige wijze van executie was dus een stap in de richting van de door de Franse revolutie voorgestane gelijkheid van alle burgers. Deze wijze bleef gehandhaafd tot de afschaffing van de doodstraf in Frankrijk (1981). De ter dood veroordeelde militairen kregen in Frankrijk echter de kogel.
[bewerken] Geschiedenis
Tijdens de Franse Revolutie ontstond behoefte aan een instrument om in grote aantallen doodvonnissen te kunnen voltrekken zonder onderscheid te maken naar de sociale status van veroordeelde. De guillotine voldeed hieraan, en al snel stond in elke stad een guillotine op het marktplein. Op 25 april 1792 was Nicolas Jacques Pelletier het eerste slachtoffer van de guillotine. In totaal zijn er naar schatting tijdens de Franse Revolutie tienduizenden mensen onder de guillotine gestorven; mogelijk in Parijs alleen al ongeveer 40.000, waaronder de Franse koning Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie-Antoinette. De executies op de pleinen trokken grote menigten.
De guillotine was ontworpen om de executie zo humaan en pijnloos mogelijk te laten verlopen. De veroordeelde werd op zijn buik op een bank gelegd, en vastgebonden met een riem. De nek van de veroordeelde bevond tussen twee houten blokken met een spleet erin waardoorheen het mes kon vallen. Vanaf vier meter hoogte werd het mes losgelaten, dat door de spleet in de houten blokken en de nek van de veroordeelde naar beneden viel. Het hoofd van de veroordeelde rolde in een mand die klaarstond.
Het onthoofden zelf duurde slechts een fractie van een seconde. Beweringen van artsen dat de guillotine helemaal geen snelle, pijnloze dood bewerkstelligde omdat het wel 30 seconden kon duren voordat de hersenen het bewustzijn verloren, werden vanaf het begin genegeerd. Overigens heeft de moderne medische wetenschap hierover een andere opvatting: iedereen bij wie totaal geen doorbloeding van de hersenen meer optreedt (wat bij onthoofding het geval is) verliest na enkele seconden (maximaal ca. 10) het bewustzijn.
De guillotine is later ook door andere landen gebruikt: onder andere in Nazi-Duitsland met als bekend slachtoffer de Nederlander Marinus van der Lubbe. De laatste executie met de guillotine vond plaats in Marseille op 10 september 1977, toen de moordenaar Hamida Djandoubi werd onthoofd.
[bewerken] De guillotine in Nederland
Rond 1800 werd de guillotine door de Fransen ook in Nederland geïntroduceerd. Andere vormen van de doodstraf, behalve wurging, werden verboden. Op 15 juni 1812 werd de guillotine daadwerkelijk voor de eerste maal in Nederland gebruikt. Deze executie had plaats voor De Oude Waag op de Nieuwmarkt te Amsterdam. Op 1 mei 1813 is in Den Haag nogmaals van de guillotine gebruik gemaakt om de 19-jarige Andriana Bouwman te executeren. Zij werd ter dood veroordeeld wegens brandstichting op een boerderij waar zij in dienst was.

