Martelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

(Doorverwezen vanaf Marteling)
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie over martelen.
Het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie over martelen.

Martelen ook wel folteren of pijnigen, is een zeer ernstige geestelijke of lichamelijke handeling waarbij het slachtoffer gedurende langere tijd is overgeleverd aan de wil van de folteraar. In ten minste 150 landen ter wereld wordt gemarteld (stand van zaken rond 2003).

Het uitvoeren van een marteling is dus een bewuste keuze van de folteraar. Door internationale organisaties als Amnesty International wordt op die landen waar het voorkomt druk uitgeoefend om de praktijken te stoppen. Verder geeft Amnesty er ruchtbaarheid aan, het wordt openbaar gemaakt en veroordeeld.

Volgens het VN-verdrag is marteling 'iedere handeling waardoor opzettelijk hevige pijn of hevig leed, lichamelijk of geestelijk, wordt toegebracht met zulke oogmerken als het verkrijgen van inlichtingen, bestraffing, intimidatie of dwang, wanneer zulke pijn wordt toegebracht door of met instemming van een overheidsfunctionaris.' Het laat in het midden hoe het heet als er geen overheidsfunctionaris betrokken is.

De meest gebruikte vormen van marteling zijn het toebrengen van verwondingen, verkrachting, vernedering en bedreiging.

[bewerk] Manieren van lichamelijke foltering

In de loop van de menselijke geschiedenis werd er onder vorm voor bekentenissen gefolterd. In de Romeinse tijd en de loop van de Middeleeuwen werd er tijdens verhoringen gefolterd om een bekentenis te verkrijgen van de verdachten. Die bekentenissen kwamen meestal toch, omdat de pijn ondraaglijk was en de veroordeelde zijn "misdaad" toegaf, ook al was hij onschuldig. Daarna kwam hij voor een tribunaal van rechters of een stamhoofd, die hem de doodstraf oplegde. In de Romeinse tijd werden de veroordeelden in de arena geworpen, waar ze door de leeuwen of andere wilde dieren werden gedood. Anderen moesten vechten als Gladiator, of weer anderen werden onthoofd of gekruisigd, als het een Romeins burger was. De executies gebeurden meestal in het openbaar. In de Middeleeuwen vond men nog meer geraffineerde methodes, om bekentenissen uit iemand te verkrijgen.

Een aantal martelmethodes:

Het verwijderen van organen. Het slachtoffer werd gedwongen toe te kijken hoe zijn/haar organen werden verwijderd uit het lichaam.

Het wiel. Het wiel was een van de pijnlijkste manieren van marteling, het slachtoffer werd zodanig aan het wiel vastgebonden dat er bij elke draai botten verbrijzeld zouden worden.

De waterproef. De verdachte werd op een bank gelegd en vastgebonden. Zijn hoofd rustte niet op de bank, zodat het hoofd van de ondervraagde geen steun had. De beul stak een grote trechter in de mond en de assistent-beul goot met een waterkan grote hoeveelheden water in de keel. Door het achteroverliggen van zijn/haar hoofd, kon het slachtoffer zodanig moeilijk slikken, dat het water uit zijn mond en neusgaten spoot. Met pijn aan de sinussen en eventueel water in de longen als gevolg.

Een andere manier van marteling met water was dat de beul het slachtoffer dwong zoveel water te drinken dat de maag op ploffen stond. Vervolgens zou hierop geslagen worden met zware objecten of werd het slachtoffer aan de benen omhoog gehesen. Op deze manier kon de zware maag druk zetten op andere organen.

De rektafel. De "verdachte" werd aan handen en voeten aan de uiteinden van de rektafel, ook wel pijnbank genoemd, vastgebonden en op rollen met ijzeren pinnen gelegd. Zijn vastgebonden polsen waren met touwen of kettingen vastgemaakt aan een rad. Daarop draaide de beul aan het rad met behulp van een tandwiel, waardoor het slachtoffer uitgerekt werd en over de pinnen gleed. Een geestelijke, meestal dominicanen of franciscanen en de inquisitor ondervroegen het slachtoffer. Als het slachtoffer niet naar tevredenheid antwoordde, werd het rad verder gedraaid.

Geseling. De ondervraagde werd aan zijn handen opgehangen, zodat hij met zijn voeten net boven de grond hing. Op zijn ontblote bovenlichaam werd hij/zij geslagen met een zweep of roede.

Duimschroeven. Met een draaibankinstrument, werden de duimen geplet.

De schedelkraker. Het slachtoffer werd onder een soort ijzeren helm gezet. Daarna werd de helm met een enorme schroef beetje bij beetje aangedraaid. De enorme druk op de schedel zorgde voor het breken van de tanden, pletten van de ogen en uiteindelijk het pletten van de hersenen.

Het wurgtouw. Dit touw met twee houten handvatten werd rond de hals van de verdachte gelegd en door de ondervrager rondgedraaid, zoals bij de garrote. De zogenaamde minnaars van Anna Boleyn werden zo door Mortimer, rechter en rechterhand van koning Hendrik VIII van Engeland ondervraagd. Zij bekenden en kregen de doodstraf.

De voetverbranding. De verdachte werd op de pijnbank gebonden en van zijn schoeisel ontdaan. De beul kwam met een brandende fakkel langs zijn voeten.

Op het rooster. De verdachten werden op een rooster gelegd en vastgebonden met kettingen. Onder hem werd een kolenvuur gestookt dat met een blaasbalg werd aangewakkerd.

De Kattenklauw. De Kattenklauw is een metalen instrument met scherpe uiteindes die werd gebruikt om stukken vlees van iemand af te scheuren.

Het Kielhalen. Waarbij opvarenden van schepen letterlijk onder de boot door werden getrokken.

De peer. Voor overspelige vrouwen was er de peer, een peervormig metalen apparaat dat door een schroefmechanisme in drie grote uiteenlopende schillen opengedraaid kon worden. De peer werd in de mond, anus of vagina ingebracht en langzaam opengedraaid.

Verder zijn er nog vele manieren met messen, pinnen, zuren, drugs, peper, elektriciteit, waterdruppels, etc. Bij sommigen staan Aziatische landen bekend om hun bijzonder geraffineerde marteltechnieken.

[bewerk] Manieren van geestelijke foltering

Voor het geestelijk folteren is er een arsenaal van technieken die kunnen gezien worden als de overtreffende trap van pesten en treiteren. Voorbeelden zijn:

  • Iemand een lange tijd laten luisteren naar een naar geluid, of iemand onder een lekkende kraan of iets dergelijks leggen. Als iemand te lang hieronder ligt, kan dit tot krankzinnigheid leiden;
  • Bedreiging van het slachtoffer en van familieleden en andere dierbaren;
  • (Publieke) vernedering;
  • Onthouding van slaap;
  • Iemand in een felverlichte en felgekleurde kamer opsluiten;
  • Iemand dwingen toe te kijken bij de marteling, seksueel misbruik of zelfs executie van andere slachtoffers.
  • Iemand dwingen om aan martelingen van anderen mee te doen.

[bewerk] Externe links

 
Persoonlijke instellingen