Holocaust

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Holocaust (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Holocaust.
Berlijn 1933, de aanloop naar de Holocaust
Gevangenen werden in veel te krappe wagons vervoerd
Sommige gevangenen stierven al onderweg naar de vernietigingskampen aan ondervoeding
Joodse kinderen worden verzameld voor deportatie
Duitsers worden gedwongen de lijken in het concentratiekamp te zien, zodat ze het niet kunnen ontkennen
Slachtoffers van de Holocaust bij Buchenwald-Ohrdruf
Holocaustslachtoffers in Mittelbau-Dora
Overlevenden in Wöbbelin
Zwaar ondervoede Joodse gevangenen in Buchenwald bij de bevrijding op 16 april 1945
Ondervoede gevangenen in Buchenwald
Dode lichamen in Mauthausen-Gusen, Oostenrijk
Een truck volgeladen met lichamen in Buchenwald
Ondervoede gevangene in Mauthausen-Gusen, Oostenrijk
Een Duitse man houdt nabij Suttrop een zojuist opgegraven baby vast
Holocaustmonument in Berlijn

De Holocaust, ook wel Shoah, Shoa of Sjoa (Hebreeuws: השואה Ha-Shoah) genoemd, was de systematische Jodenvervolging door de nazi's en hun bondgenoten voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de overheersing door nazi-Duitsland werden er zes miljoen Europese Joden vermoord.[1] De moorden vonden grotendeels plaats in concentratie- en vernietigingskampen.

De term Holocaust[bewerken]

Het woord Holocaust betekent brandoffer en is afgeleid van het Oud-Griekse woord ὁλόκαυστον (holokauston), wat letterlijk 'geheel verbrand' betekent. Dit was een aanduiding voor een brandoffer aan een godheid. De term Holocaust als synoniem voor de Sjoa is in zwang gekomen vanuit de Verenigde Staten, waar eind jaren zeventig de gelijknamige televisieserie grote aandacht trok.

Omdat de term Holocaust oorspronkelijk de naam was van een vrijwillig brandoffer aan God, en er bij de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog geen vrijwillige offers aan een godheid werden gebracht, gebruiken sommigen liever de term Sjoa (שואה = vernietiging).

Aantal slachtoffers[bewerken]

Volgens de betrouwbaarste schattingen ligt het totaal aantal vermoorde Joden tussen de 5,29 en iets meer dan zes miljoen.[1]

Naoorlogse schattingen per land:

  • Polen: 3 000 000[2]
  • Sovjet-Unie: 1 000 000[2]
  • Hongarije: 439 185[3][4]
  • Roemenië: 300 000[5]
  • Tsjecho-Slowakije: 260 000[2]
  • Duitsland: 165 000[6]
  • Litouwen: 160 000[6]
  • Nederland: 102 000[2]
  • Frankrijk: 75 000[6]
  • Letland: 67 000[2]
  • Oostenrijk: 65 000[2]
  • Joegoslavië: 65 000[2]
  • Griekenland: 59 000[6]
  • België: 25 000[2]
  • Italië: 7 000[6]
  • Luxemburg: 1200[7]
  • Noorwegen: 758[7]
  • Denemarken: 60[8]

Niet-Joodse slachtoffers[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Niet-Joodse slachtoffers van het naziregime voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Naast Joden werden ook andere groepen al dan niet systematisch vermoord, zoals homoseksuelen, Esperantisten, zigeuners, "economisch onwaardigen", Russen, etnische Polen, gehandicapten, Jehova's getuigen, Vrije Bijbelonderzoekers, vakbondsleden, vrijmetselaars, communisten, Spaanse republikeinen, Serven, Quakers en mensen die zich verzetten tegen de nazi's.[9]

Toedracht[bewerken]

Waarom de nazi's overgingen tot het op grote schaal vermoorden van Joden, homoseksuelen, zigeuners en 'economisch onwaardigen' als fysiek en mentaal gehandicapten is nog steeds onduidelijk. Het debat hierover werd onder meer gevoerd door Daniel Goldhagen met zijn boek Hitlers gewillige beulen. Duidelijk is wel dat Adolf Hitlers felle antisemitisme de 'motor' was die het nationaalsocialisme schuldig maakte aan etnische zuivering of volkerenmoord.

Hermann Göring verklaarde tijdens het proces te Neurenberg (Nürnberg) (1945-'46) dat "de kampen" voor hen uiteindelijk de strop zouden betekenen.

Een genocide op zo grote schaal was slechts mogelijk doordat een aantal factoren gelijktijdig speelden in delen van Europa, en met name Duitsland:

  • De aanwezigheid of de stabiele installatie van een dictatuur zonder controle of voorhanden zijnde scheiding van de verschillende staatsmachten
  • Latent, en bij momenten virulent, aanwezig en geografisch sterk verspreid antisemitisme sterk verankerd aanwezig in de christelijke cultuur van het Avondland
  • De late nawerking van de verlichtingsfilosofie met Jean-Jacques Rousseau waardoor het idee groeide dat de maatschappij gezuiverd moest worden en ontdaan van alle storende elementen met als gevolg het ontstaan van een maakbare mens[bron?]

Achtergrond[bewerken]

De aanloop naar de Holocaust[bewerken]

Antisemitisme en antiziganisme hadden altijd al onderdeel uitgemaakt van het NSDAP-partijprogramma. Dit antisemitisme vond onder het Duitse volk, dat leed onder de gevolgen van een hyperinflatie, gretig aftrek vanwege de gedachte dat Joden zich vaak in de bankiers- en zakenwereld bevonden. Niet alleen Hitler, maar ook vele kopstukken van zijn partij waren antisemiet. Julius Streicher spande met zijn radicale partijblad "Der Stürmer" de kroon: soms waren zijn ideeën zelfs de nazi's wat te gortig. De nazi's zagen de Joden als "bacillen", die de Duitse natie "ziek maakten" en "ondermijnden". Al ver voordat Hitler aan de macht kwam, heeft hij onder meer in "Mein Kampf" beweerd dat de Eerste Wereldoorlog niet zou zijn verloren als de Duitsers "tien- of twaalfduizend van deze volksverraders onder het gifgas hadden gehouden".

Toen Adolf Hitler in 1933 aan de macht kwam, was er wel zeker latent antisemitisme, dat door de NSDAP en de SA werd uitgebuit. Toch was dit zeker niet hetzelfde antisemitisme als dat van de NSDAP. Het antisemitisme in Duitsland was eerder economisch van aard en ging beslist niet zo ver dat men de Joden wilde uitroeien of verwijderen. Veel Joden integreerden in de Duitse samenleving en werden dan ook niet meer als Jood gezien. Het antisemitisme van de NSDAP was hoofdzakelijk beïnvloed door het antisemitisme in Oostenrijk en Sudetenland, dat veel radicaler was. Hitler had zelf jaren in Wenen gewoond, waar de Duitssprekenden zich bedreigd voelden door de groeiende aanwezigheid van de niet-Duitssprekenden en Joden. Hier kwamen groeperingen op die betoogden dat er een "joods ras" bestond dat inferieur was aan het "Germaanse ras" en dat dit ras en diens zuiverheid "ondermijnde". Dit was het antisemitisme dat de NSDAP propageerde, en dat al in de 19e eeuw radicalere oplossingen voorstond.

De Neurenberger wetten[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Rassenwetten van Neurenberg voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De weg naar de Holocaust/Shoa begon met door de regering en partij aangemoedigde pesterijen door radicale elementen. Deze pesterijen omvatten onder andere uitschelden, belachelijk maken, molestaties en zo nu en dan ook moord. Wanneer het te gortig werd, werd van bovenaf "ingegrepen", waarna de regering de radicalen "tevreden stelde" met antisemitische maatregelen om "verder geweld te voorkomen". Dit culmineerde uiteindelijk in de "Neurenberger wetten" van 1935. Dit omvatte een pakket discriminerende maatregelen alsmede regelgeving die bepaalde wie er wel en wie niet een Duitser of Jood was. Door die nieuwe wetgeving raakten Joden hun burgerrechten kwijt en werden huwelijken tussen Joden en niet-Joden verboden. In de jaren dertig was de nazipartij zeer populair en werd het antisemitisme "op de koop toe genomen", ook door degenen die niet antisemiet waren. Men veronderstelde bovendien dat de ideologie mettertijd zou verzwakken nu de NSDAP regeerde, wat tijdens de Olympische Spelen van 1936 ook werkelijk leek te gebeuren. De NSDAP had echter de pesterijen doelbewust tegengehouden om de schone schijn tijdens de Spelen op te houden. Na 1936 gingen de maatregelen en pesterijen weer door.

Op 10 november 1938 vond na de moord op Vom Rath de Reichskristallnacht of kortweg Kristallnacht plaats. Duizenden SA-mannen in burger overvielen Joodse huizen en winkels, stichtten brand in synagogen en sloegen Joden in elkaar. Dit leidde tot het buiten de economie plaatsen van de Joden en het opleggen van een boete van 1 miljard mark aan de Joodse gemeenschap, aangezien volgens de regering de Joden de aanstichters waren. Buitenlandse kritiek werd gepareerd met de mededeling dat dit een uiting was van het gezonde volksoordeel, het "Gesundes Volksempfinden".

De "oplossing"[bewerken]

In de jaren 1938-1941 werd gewerkt aan een "oplossing" waarbij Joden naar een bepaald gebied gezonden zouden worden. Eén optie was Brits Palestina, een andere was Madagaskar. Met name na de overwinning op Frankrijk zouden veel nazi's het Madagaskarplan aanhangen, maar dit was zolang de oorlog duurde niet haalbaar. De Britse marine beheerste de zee en de Duitsers durfden niet te veel druk op de Fransen uit te oefenen om ze hun kolonie te laten afstaan. De uiteindelijke bezetting van het eiland door geallieerde troepen zorgde dat dit plan definitief van de agenda verdween. Een verdere stap in de richting van genocide was het idee Joden als gijzelaars te gebruiken om de Verenigde Staten buiten de oorlog te houden.

In bezet Polen begonnen ondertussen de Gauleiters van oostelijke Gouwen als Wartheland en Danzig-Westpruisen hun Gaue "Judenrein" te maken door Joden naar het Generalgouvernment (de door de Duitsers geïnitieerde Poolse rompstaat) te deporteren. De nieuwe Gaue werden gezien als mogelijkheid om een ideale nazi-samenleving te creëren. Daarbij hoorde uiteraard het "verwijderen" van "ongewenste elementen", waaronder Joden. Tussen de Gauleiters ontstond een zekere concurrentie: wie had de meest genazificeerde Gau? In de Poolse grote steden ontstonden hierdoor getto's: overvolle afgebakende woonwijken waar de Joden onder de meest onhygiënische omstandigheden moesten wonen.

De aanval op de Sovjet-Unie opende nieuwe "mogelijkheden" voor de nazifilosofen. Nu konden ze alle Joden uit Groot-Duitsland en zijn satellieten naar Siberië sturen, waar ze "zouden creperen". Immers, wanneer ze het "te gemakkelijk" hadden, zouden de Joden in een nieuwe Joodse staat wellicht een bedreiging vormen. Daarom konden ze volgens de nazi's maar beter creperen. In het oosten ontstonden de eerste kampen voor Joden, maar na de nederlaag bij Moskou bleek dat de optie om de Joden naar Sovjetgebied te deporteren voorlopig niet haalbaar was. Uitroeiing of vernietiging werd meer en meer als de beste optie gezien, bovendien kostte het deporteren en opsluiten van de Joden geld en voedsel.

Verschillende manieren werden overwogen. Doodschieten "kostte te veel kogels"[bron?], en bovendien was het voor de beulen "geestelijk te belastend".[bron?] Ook het gebruik van explosieven werd overwogen, maar dit leidde ertoe dat de lichaamsdelen her en der verspreid raakten, wat eveneens tot zenuwziektes bij het kamppersoneel kon leiden. Vergassing zag men als oplossing. Aanvankelijk geschiedde dit nog met koolmonoxide. Speciale gaswagens werden ingezet. De Joden werd verteld dat ze "op transport" gingen per vrachtwagen, en vervolgens werden de uitlaatgassen de laadruimte ingeleid. De wagen reed nadien door naar een massabegraafplaats. Eind augustus of begin september 1941 werd in Auschwitz de eerste proef gedaan met Zyklon B. In een kelder van Blok 11 werden Russische krijgsgevangenen bijeen gedreven en blootgesteld aan Zyklon B. De dag erna werd de effectiviteit ervan gecontroleerd, waarbij bleek dat een groot deel van de gevangenen nog in leven was. Men verhoogde daarop de dosis. De SS liet gevangenen de lijken opruimen en verbranden in het crematorium. Na dit eerste experiment werd een tweede vergassing met Zyklon B uitgevoerd op een transport met Russische krijgsgevangenen.[10] Zyklon B werd al gebruikt voor ontluizing (het middel was dan ook ontworpen als insectenbestrijdingsmiddel), maar de extreme giftigheid van het middel bracht waarnemend commandant van Auschwitz Karl Fritzsch op het idee om het te gebruiken voor het vergassen van gevangenen.

Hitler nam het besluit tot vernietiging van het Europese Jodendom (de zogeheten Endlösung der Judenfrage, ofwel de Eindoplossing van het Jodenprobleem) naar alle waarschijnlijkheid in september 1941.[11] Tijdens de Wannseeconferentie in een villa aan de Wannsee nabij Berlijn in januari 1942 werd de logistieke uitvoering van het besluit besproken. Adolf Eichmann, een van de beruchtste betrokkenen bij de Holocaust, was een van de aanwezigen. Vanaf dat moment kon gesproken worden van een van tevoren beraamde en systematisch uitgevoerde genocide, voor zover deze feitelijk al niet aan de gang was.

Vernietigings-, concentratie- en doorgangskampen[bewerken]

De nazi's hielden hun krijgsgevangenen al in het begin van de jaren dertig in concentratiekampen. In januari 1939 liet Hitler in een toespraak weten dat het "joodse ras" in de komende oorlog vernietigd zou worden. Voor dit doel, de zogenaamde Endlösung (Duits voor "eindoplossing"), werden vernietigingskampen ofwel Vernichtungslager ingericht. Deze kampen waren bedoeld om doelbewust en systematisch groepen te vermoorden, die door de nazi's Untermenschen (Duits voor "ondermensen") genoemd werden. Naast Joden waren dit onder andere zigeuners, gehandicapten, communisten en homoseksuelen.[12] In totaal kregen zeven kampen de functie van vernietigingskamp, waarvan zes in Polen en één in Wit-Rusland. Deze zeven kampen waren:

Een vernietigingskamp is een kamp waar de meeste gevangenen onmiddellijk na aankomst vergast werden. Dit lot trof sowieso de zieken, ouderen en kinderen. De gevangenen die in leven gehouden werden, kregen verscheidene taken met als doel het kamp draaiende te houden. Die werkzaamheden varieerden van zware arbeid tot dienst in bijvoorbeeld de keukens. Uiteindelijk zouden ook deze gevangenen vergast worden. Deze kampen bevonden zich in het oosten van het Reich (in het huidige Polen met als belangrijkste Auschwitz) en werden bijgevolg ook door het Rode Leger bevrijd.

Naast vernietigingskampen hadden de nazi's een groot aantal concentratiekampen, zoals Dachau (bij München) en Buchenwald (bij Weimar). Een concentratiekamp is niet hetzelfde als een vernietigingskamp. Zoals de naam impliceert is een concentratiekamp een werkkamp waar gevangenen geconcentreerd werden. De meeste doden vielen daar door het zware werk, ondervoeding, ziekten en mishandeling. Deze werkkampen kan men bijvoorbeeld vergelijken met de zogenoemde "Goelags" in Sovjet-Russisch Siberië. In de jaren veertig werden veel concentratiekampen ook van gaskamers voorzien, waarna ook daar gevangenen vergast werden.

Naast de concentratie- en vernietigingskampen bestonden er ook nog de zogenoemde doorgangskampen. Dit zijn kampen die opgezet werden om de mensen als het ware in op te slaan. Vanuit deze doorgangskampen reed er elke week een trein naar de vernietigingskampen. Westerbork is een voorbeeld van een doorgangskamp in Nederland. In België werd hiervoor de oude bestaande Dossinkazerne te Mechelen gebruikt. Deze kazerne is nu deels ingericht als "Joods Museum van Deportatie en Verzet". In het Franse kamp Drancy ten noorden van Parijs, werden tijdens de Tweede Wereldoorlog circa 65 duizend Joden vastgehouden, vooraleer zij naar het vernietigingskamp Auschwitz werden getransporteerd. Ook Theresienstadt was een doorgangskamp.

Het oude fort Breendonk bij Willebroek op 20 km ten zuiden van de stad Antwerpen valt eerder onder de categorie werkkamp. Er waren ook Vlaamse SS'ers als beulen aan het werk. Hier werden vooral politieke gevangenen als slaven aan het werk gezet, gemarteld en geëxecuteerd. Breendonk is als museum ingericht en staat open voor bezoek.

Houding ten opzichte van de Holocaust[bewerken]

Verzet[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Joods verzet tegen de nazi's

Verzet tegen de Jodenvervolging leidde meestal tot aanzienlijke vertragingen of zelfs afstel. Soms was verzet een individuele actie of een actie van een kleinere groep, maar er zijn voorbeelden bekend van collectief verzet tegen de Jodenvervolgingen, zoals de Amsterdamse Februaristaking.

De Joden zelf zijn een aantal malen in opstand gekomen. In 1943 kwam het getto van Warschau in opstand. In Auschwitz bliezen in oktober 1944 Joodse gevangenen een crematorium op met binnengesmokkelde explosieven. In oktober 1943 was er een geslaagde opstand in Sobibór: 11 Duitse SS-officieren, onder wie de ondercommandant, werden gedood en ongeveer 300 van de 600 gevangen ontsnapten. Ongeveer 60 daarvan hebben de oorlog overleefd. De ontsnapping bracht de nazi's ertoe het kamp te sluiten, waarschijnlijk uit angst voor bekendmaking. In Nederland zaten nogal wat politiek links-georiënteerde (socialistische en communistische) Joden in het verzet. Zij weigerden ook vaak de gehate Jodenster te dragen.

Op 19 april 1943, dezelfde dag waarop ook het getto van Warschau in opstand kwam, werd in België het twintigste treinkonvooi aangevallen door drie Jonge verzetslieden. Dit Jodentransport was vertrokken vanuit Mechelen met bestemming Auschwitz. Gewapend met één revolver, een stormlamp en rood papier dwongen drie studenten (Georges Livschitz, Robert Maistriau en Jean Franklemon) van het atheneum te Ukkel de trein te stoppen op de spoorlijn Mechelen–Leuven tussen Boortmeerbeek en Haacht. Dit is een uniek feit in de geschiedenis van de Holocaust. Nergens in Europa is tijdens de Tweede Wereldoorlog een bevrijdingsactie uitgevoerd op een Jodentransport.

In Italië weigerden de meeste legerbevelhebbers en politiebeambten de Joden te vervolgen. Toen men in Denemarken de kleine Joodse gemeenschap trachtte te vervolgen, werd deze beschermd en uiteindelijk naar Zweden getransporteerd. Finland, bondgenoot van Duitsland uit opportunistische overwegingen, weigerde Joden te vervolgen of uit te leveren. Japan beschermde de weinige Joden die op Japans of bezet grondgebied waren. Toen de Duitsers de Bulgaarse Joden sterren wilden laten dragen, ging de gehele bevolking deze trots dragen. Ook latere pogingen van de Duitsers en Bulgaarse antisemieten werden geblokkeerd.

Enkele bekende personen die zich actief tegen de Holocaust hebben verzet:

Over de motieven van degenen die actief of passief in verzet kwamen werd en wordt druk gespeculeerd. Oprechte sympathie met de Joodse medemensen en verontwaardiging over hun behandeling zal in de meeste gevallen in meerdere of mindere mate een rol hebben gespeeld. Anderen probeerden hun eigen straatje schoon te houden en wilden niet na de oorlog als oorlogsmisdadiger worden berecht. Weer anderen maakten misbruik van de situatie en verrijkten zich aan de vluchtelingen. Hoe dan ook, de hulp van (al) deze personen aan de Joden was uiterst belangrijk.

Medewerking[bewerken]

Waar de Duitsers actief of passief verzet ontmoetten, mislukte de Jodenvervolging of werd deze aanzienlijk vertraagd. Waar de bevolking echter actief meewerkte, werd een zeer groot percentage van de Joden uitgeroeid. De Nederlandse ambtenaren stelden de bevolkingsregisters aan de bezetter ter beschikking, terwijl slechts sporadisch verzet voorkwam. Voorafgaand aan de analyse van de bevolkingsregisters door de nazi's is door het toenmalige Nederlandse Ministerie van Binnenlandse Zaken een uitgebreid onderzoek gedaan naar de historische herkomst van Nederlandse geslachtsnamen. Familienamen van Nederlandse Joden werden daarin in een aparte sectie opgenomen en verklaard. Van dit onderzoek is nog tijdens de bezetting een samenvatting van de hand van de onderzoekende rijksambtenaar in boekvorm gepubliceerd. Het boek zelf geeft geen duidelijk uitsluitsel over de aanleiding van het onderzoek. Rond de 75% van de Nederlandse Joden overleefde de oorlog niet, mede door het overdragen van de bevolkingsregisters. De precieze ambtenaren van de burgerlijke stand noteerden hen zelfs als "geëmigreerd". Een belangrijke factor die in dit verband meespeelde, kwam hierop neer dat Nederland tijdens de oorlogsjaren een Zivilverwaltung (een burgerlijk bestuur) had en geen Militärverwaltung (militair bestuur), dit in tegenstelling tot onder andere België tijdens het grootste deel van de bezetting. Dit vloeide voort uit het machtsvacuüm veroorzaakt door de vlucht van de koninklijke familie.

Roemenië[bewerken]

In Roemenië vormde de radicaal antisemitische IJzeren Garde in 1940 samen met het leger een regering. Dit bewind werd gekenmerkt door geweld tegen Joden, soms met dodelijke afloop. De ordeverstoringen waren zo ernstig dat legerleider maarschalk Ion Antonescu de Garde in 1941 uit de regering zette. Roemenië verbond zich met Duitsland, maar de toestand leek voor de Roemeense Joden te verbeteren, en antisemitische maatregelen werden in Walachije slechts zeer sporadisch ingevoerd. Deze gematigdheid was echter schijn. Antonescu wilde wel degelijk de Joden uit de Roemeense samenleving verwijderen, maar was tegen de gewelddadige plunderingen van de IJzeren Garde die het land ontwrichtte. Hiertoe werkte hij met onder anderen Adolf Eichmann samen. Hoewel Antonescu soms de Duitse transporten tegenhield, stond hij eveneens toe dat honderdduizenden andere Joden wel naar de concentratiekampen werden gestuurd. Met name in het verarmde Moldavië werkte de bevolking bovendien enthousiast mee aan de Jodenvervolging.

Baltische staten[bewerken]

In de Baltische staten nam de bevolking wraak voor de steun van veel Joden aan de Russische, en dus communistische, bezetters. In zowel Roemenië als de Baltische Staten was men zich bovendien bewust van de grote aantallen Joodse leden van de communistische partijen.

Kroatië[bewerken]

In Kroatië waren de Joden nog het slechtst af. Velen konden echter in de eerste twee bezettingsmaanden ontsnappen, doordat de Kroaten zich eerst concentreerden op de uitroeiing en assimilatie van de Serviërs, van wie er meer dan een half miljoen verdwenen. De Joden die bleven, vielen echter ten prooi aan Kroatisch geweld, waarna ze met Duitse efficiëntie naar de kampen werden gestuurd.

Denemarken[bewerken]

In Denemarken was het verzet tegen de deportatie van de Joden het sterkst. Nadat in september 1943 bekend werd dat de deportatie van de Joodse bevolking in Denemarken werd voorbereid, kwam er spontaan een grootscheepse reddingsactie op gang waar alle lagen van de bevolking aan meewerkten. Er werd groot alarm geslagen via synagogen, artsen, pastoors en studenten die weer de Joden inlichtten. De Joden werden verzameld en met alles wat maar wielen had naar de Deense kusten vervoerd. De Joden werden vervolgens door vissers met boten over de Sont naar het neutrale Zweden overgebracht, waarmee de Denen al hadden afgesproken dat zij de Deense Joden op zouden vangen. De Deens-joodse gemeenschap bestond voor de oorlog uit 8.200 mensen, hiervan overleefde ruim 95% de nazi's. Na de oorlog keerden de Deense Joden terug naar hun thuisland en vonden hun huizen en eigendommen precies zo terug zoals ze ze hadden achtergelaten.[13]

Elders[bewerken]

Dat was elders in Europa wel anders: daar waren de meeste Joodse bezittingen geroofd of vernield. Dat was onder andere in Nederland het geval. Van de weinigen die uit de kampen terugkeerden, vonden de meesten hun huizen bewoond door Nederlanders en hun bezittingen onteigend. Maar weinigen lukte het hun bezittingen terug te krijgen en dan ook nog pas na vaak jarenlange processen. Pas in het jaar 2000 zijn voor deze kille en asociale houding door de naoorlogse autoriteiten excuses aangeboden door de Nederlandse overheid en werd een financiële tegemoetkoming toegezegd aan hun nabestaanden.[14]

Revisionisten en Holocaustontkenners[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Holocaustontkenning voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bepaalde groepen, vaak als Holocaustontkenners (negationisten) aangeduid, ontkennen dat de Holocaust heeft plaatsgevonden.

Sommige holocaustrevisionisten beweren dat het aantal Joodse slachtoffers dat traditioneel wordt genoemd incorrect is. Zij zeggen dat veel minder dan zes miljoen Joden werden gedood en dat de meeste slachtoffers zijn gevallen door verhongering en door uitgebroken ziektes, zoals tyfus en cholera. Holocaustrevisionisten beweren ook dat (zowel mobiele als stationaire) gaskamers enkel gebruikt werden voor desinfectiedoeleinden.

Het ontkennen, bagatelliseren of goedpraten van de Holocaust is verboden en strafbaar in onder andere België, Frankrijk, Australië, Canada, Zwitserland, Polen en Israël. In Duitsland kan het bestraft worden met vijf jaar gevangenisstraf. Vooral in de jaren tachtig zijn er zware straffen uitgesproken tegen mensen die openlijk hun twijfels uitten over de officiële Holocaustversie. Sinds 1 april 2010 is het ontkennen, bagatelliseren of goedpraten van de Holocaust ook in Hongarije verboden en wordt dit bestraft met een gevangenisstraf van drie jaar.

In Iran werd op 11 en 12 december 2006 een conferentie gehouden over het ontkennen van de Holocaust. Hieraan namen ook Joodse intellectuelen deel.

De Holocaust in Nederland en België[bewerken]

Nederland[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Holocaust in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ruim honderdduizend Nederlandse Joden werden omgebracht. Zij zijn allen met naam en geboortedatum bekend in de gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting in Den Haag, en in het boek In Memoriam, uitgegeven door Sdu te Den Haag. Vijfduizend Roma stierven aan de gevolgen van antiziganisme in Nederland.

België[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Holocaust in België voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ongeveer 25 duizend Belgische Joden werden het slachtoffer. Het relatief kleine aantal was het gevolg van ten dele het Belgische verzet en het feit dat België een Militärverwaltung (een militair bestuur) had tijdens de Duitse bezetting. Pas in 1944 werd de administratie omgevormd in een Zivielverwaltung (burgerlijk bestuur). Het doorgangskamp, de Dossinkazerne waar de Joden verzameld werden voordat zij op transport gezet werden naar de vernietigingskampen in Polen, bevond zich te Mechelen, halfweg tussen Antwerpen en Brussel, waar de meeste Joden woonden.

Archieven[bewerken]

Cirkeldiagram met verhoudingen van Holocaustdoden

De Duitsers hebben zelf archieven bijgehouden van de slachtoffers van de Holocaust. De Duitse archieven zijn bijzonder gedetailleerd omdat de nazi's alle informatie nauwkeurig bijhielden.

Onder andere het Nederlandse overzicht In memoriam met de namen van 100 duizend vermoorde Joden is hierop gebaseerd. Daarnaast zijn de namen van Joodse slachtoffers opgenomen in het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland.

In de Duitse stad Bad Arolsen, Hessen, bevindt zich het enorm archief (ongeveer 47 miljoen stukken, ongeveer 6 huizen vol papier). Dit archief bevat informatie over 17,5 miljoen mensen en vult ruim 27 kilometer archiefplanken. Het bestaat uit lijsten, inventarissen, persoonsbeschrijvingen, verslagen van medische experimenten, verordeningen, enz. Met name de hele bureaucratie van terreur die de ordelijke nazi's bijhielden voor hun machinerie van dwangarbeid, deportatie en uitroeiing. Het volledige archief uit de concentratiekampen Buchenwald en Dachau is er te vinden. De ontstellende omvang van de oorlog en de ambtelijk gestuurde Duitse moordmachine wordt er duidelijk.

De "International Tracing Service", een afdeling van het Rode Kruis, beheert de archieven. Deze service werd na de oorlog opgericht om vermiste personen op te sporen. Ze werd vooral gebruikt door overlevenden die bewijsmateriaal nodig hadden om een uitkering te kunnen krijgen. Het archief werd verder gesloten gehouden uit privacy-overwegingen, ook voor onderzoekers omdat de documenten gevoelige informatie bevatten over personen, zoals iemands politieke overtuiging, over Joodse collaborateurs en hoe men daartoe aangezet werd, wie luizen had, welke medische experimenten er werden uitgevoerd, de aard van een mentale handicap, wie beschuldigd werd van homoseksualiteit, incest of pedofilie. Er was ook de Duitse vrees voor rechtsprocedures als die informatie vrij zou komen. De mogelijkheid tot juridische stappen is ondertussen verjaard. Fundamenteel nieuws dat de geschiedenis van de Holocaust zal bijsturen, wordt niet verwacht bij het raadplegen van het archief door historici. De onderzoekers hopen wel meer details te vinden om de geschiedenis van de gruwel te reconstrueren.

Op 24 april 2007 ratificeerde het Belgisch Parlement het Protocol dat wetenschappers en onderzoekers tot de archieven van de deportatie tijdens Wereldoorlog II in Bad Arolsen (Duitsland) toegang geeft. Tot de openstelling van de archieven werd beslist na onderhandelingen tussen de lidstaten van de Internationale Commissie van de Internationale Opsporingsdienst. België maakt, samen met Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Israël, de Verenigde Staten van Amerika, Griekenland en Polen deel uit van deze Internationale Commissie.[15]

Eind november 2007 werd het archief opengesteld voor onderzoekers en voor het algemene publiek.[16]

Op 7 oktober 2013 werden door het Fritz Bauer Institut te Frankfurt de getuigenverklaringen in het eerste in Frankfurt gehouden Auschwitzproces (1963-1965) digitaal beschikbaar gemaakt.[17][18]

Films en boeken over de Holocaust[bewerken]

Publicaties


Bibliografie[bewerken]

  • Eric Heuvel, Ruud van der Pol en Lies Schippers: De zoektocht[19], beeldverhaal over de holocaust, 56 blz.
  • Jacques Presser: Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945 (delen I en II)[20], 1965, in opdracht van het RIOD.
  • Loe de Jong: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog.
  • Bertrand Russell: De gesel van het hakenkruis (vertaling door Jan Vrijman van: The Scourge of the Swastica. Uitg. De Bezige Bij, 1955).
  • Rolf Hochhuth: De plaatsbekleder ((de) : Der Stellvertreter, (en) : The Representative): kritisch toneelstuk over de houding van de paus van 1939-1945 ten opzichte van de Joden. In Nederland in 1964 verschenen bij "De Bezige Bij".
  • Peter Romijn: Burgemeesters in oorlogstijd. Besturen onder Duitse bezetting, Balans, 476 blz.
  • (en) Johan Snoek: The Grey Book, over het gedrag van de verschillende Europese kerkleiders tijdens het bewind van Hitler[21], Uitgeverij van Gorcum, Assen, 1969
  • Lyn Smith: Verloren stemmen van de holocaust. Een unieke geschiedenis in de woorden van de mannen en vrouwen die het overleefden. Uitg. De Boekerij, Amsterdam, 2006, 431 blz.
  • (en) Martin Dean: Robbing the Jews - The Confiscation of Jewish Property in the Holocaust, 1935 - 1945[22], Cambridge University Press, 2008.
  • Pim Griffioen en Ron Zeller: Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België, 1940-1945: overeenkomsten, verschillen, oorzaken. Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2011.

Zie ook[bewerken]

Bronnen en verwijzingen

Noten

  1. a b Ian Kershaw, Keerpunten: tien beslissingen die de loop van de Tweede Wereldoorlog voorgoed veranderden, Spectrum, 2010, p. 464
  2. a b c d e f g h Saul Friedländer, Nazi-Duitsland en de Joden 1933-1945, Nieuw Amsterdam, 2009, p. 20
  3. Gabor Kadar, "Self-Financing Genocide: The Gold Train - The Becher Case - The Wealth of Jews, Hungary", Central European University Press, 2004, ISBN 978-963-9241-53-4
  4. Hungarian Jews 2
  5. Lucy Dawidowicz, The War Against the Jews, Bantam, 1986, p. 403
  6. a b c d e Burkhard Asmuss, Holocaust: Der nationalsozialistische Völkermord und die Motive seiner Erinnerun,. Berlin: Deutsches Historisches Museum, 2002
  7. a b Wolfgang Benz, Der Holocaust, 1996
  8. Diverse auteurs, Enzyklopädie des Holocaust: Die Verfolgung und Ermordung der europäischen Juden, 1993
  9. (en) Victims of the Nazi Era: Nazi Racial Ideology in de Holocaust Encyclopedia van het United States Holocaust Memorial Museum
  10. Laurence Rees, Auschwitz: The Nazis & The Final Solution, aflevering 1, BBC, 2005
  11. Guido Knopp, Holocaust, VCL/West-Friesland, 2010, p. 9
  12. Omschrijvingen van welke groepen onder de Holocaust vallen zijn te vinden in Hause & Maltby (2005), pp. 591-592; Hubbs Motin & Hauptman (1998), p. 219; Friedlander (1997), preface, p. XII
  13. verzet.org: De redding van de Deense Joden door het volk van Denemarken
  14. Centrum Informatie en Documentatie Israel: Joodse oorlogsgetroffenen krijgen ieder 14.000 gulden
  15. Toegang tot archieven Bad Arolsen
  16. Nazi-archief na 60 jaar openbaar
  17. (de) Tonbandmitschnitt 1. Frankfurter Auschwitz-Prozess
  18. (de) Tonbandmitschnitt des 1. Frankfurter Auschwitz-Prozess
  19. De zoektocht
  20. De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945
  21. (en) The Grey Book op project Gutenberg
  22. (en) Robbing the Jews

Literatuur

  • (en) Friedlander, H.; 1997: The Origins of Nazi Genocide: From Euthanasia to the Final Solution, UNC Press, ISBN 0-8078-4675-9.
  • (en) Hauptman, R. & Hubbs Motin, S.; 1998: The Holocaust: memories, research, reference, Routledge, ISBN 0-7890-0379-1.
  • (en) Hause, S. & Maltby, W.; 2005: Western Civilization: A History of European Society, Wadsworth Publishing, ISBN 0-534-62118-X.

Externe links