Mein Kampf
| Mein Kampf | ||||
| Auteur | Adolf Hitler | |||
| Land | Duitsland | |||
| Taal | Duits | |||
| Genre | Autobiografie, Politiek manifest | |||
| Uitgever | Verlag Franz Eher Nachfolger GmbH | |||
| Uitgegeven | dl.I 1925, dl.II 1927 | |||
| Medium | Boek in 2 delen | |||
| Pagina's | 818 | |||
| Oplage | 10 240 000 ex. (alle uitgaven in totaal) | |||
| ISBN | 0-09-100900-6 (Engelse vertaling) | |||
|
||||
Mein Kampf (Nederlands: "Mijn strijd"), in Nederland uitgegeven als Mijn kamp, is het boek van Adolf Hitler dat zijn ideeën over Duitsland, ras en politiek bevat. Het eerste deel is door hemzelf grotendeels tijdens zijn gevangenschap in 1924 in de gevangenis van Landsberg am Lech gedicteerd en is met het oog op publicatie nog bewerkt door Rudolf Hess (destijds Hitlers secretaris), door medestanders, waaronder de tijdelijk gevluchte Ernst Hanfstaengl en medegedetineerden. Minder bekend is de grote en directe invloed van dr. Karl Haushofer, een befaamde Duitse geopoliticus. Ook enige denkbeelden van Henry Ford zijn letterlijk vermeld.
Inhoud |
Inleiding
Na Hitlers mislukte putsch (staatsgreep) met de NSDAP in München in 1923 werd hij veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, uit te zitten in de vesting Landsberg aan de Lech. De NSDAP werd verboden, welke in 1925 overigens werd heropgericht. Gevangen, dankzij de familie Wagner in alle comfort overigens, schreef hij met behulp van medeveroordeelde oppasser en chauffeur Rudolf Hess zijn boek Mein Kampf.
Van deze straf zat hij bijna tien maanden uit; hij kwam op 20 december 1924 weer vrij. Dit eerste deel, getiteld Eine Abrechnung ("Een afrekening"), werd in juli 1925 gepubliceerd; het tweede deel, Die national-sozialistische Bewegung ("De nationaal-socialistische beweging"), in 1926. De oorspronkelijke titel was: 'Viereneenhalf jaar strijd tegen leugens, domheid en lafheid'.
Inhoud
Het boek is voor de hedendaagse lezer niet gemakkelijk te lezen. De stijl is wijdlopig, zodat Hitlers gedachtegang moeilijk te volgen is. De thematiek is daarnaast sterk gedateerd, omdat het boek voor een belangrijk deel ageert tegen het Verdrag van Versailles. Door dit verdrag had de Duitse bevolking erg te lijden en hier speelde Hitler handig op in. Ook verdedigde Hitler de Dolkstootlegende, het vermeende complot tussen de Novemberverbrecher (communisten, Joden, pacifisten en andere 'landverraders'), die in zijn ogen Duitsland de onverdiende nederlaag bezorgd hadden tijdens de Novemberrevolutie in 1918. De Joden zouden het Duitse herstel ook frustreren door middel van 'Die Große Lüge'. Hitler wilde dit alsnog rechtzetten met een hervatting van de strijd (naar later bleek de Tweede Wereldoorlog) om alsnog de 'Grote Oorlog' te winnen en de schuldigen van dit verraad te vernietigen.
Ook zette hij zijn theorieën uiteen over de superioriteit van wat hij "het Germaanse ras" noemde. Prominent aanwezig in Mein Kampf zijn Hitlers gewelddadige antisemitisme en zijn redeneringen op de grens van het obsessionele. Zo beweert hij bijvoorbeeld, dat de internationale taal Esperanto een onderdeel van een joods complot is. Onverbloemd is ook zijn ondersteuning van het Duits-nationalistisch idee van 'Drang nach Osten': de noodzaak om ten oosten van Duitsland 'Lebensraum' ('leefruimte') te vergaren, en dan met name in Rusland.
Verspreiding
Tot de verkiezingen in 1930 werden er in Duitsland 23.000 exemplaren van het eerste deel van Mein Kampf verkocht, en 13.000 van het tweede. De royalty's die Hitler hiermee ontving, vormden de hoofdmoot van zijn inkomen. Hij kon er in 1924 nog vanuit de gevangenis een Mercedes van kopen. Op jaarbasis was Hitler nu verzekerd van een inkomen van rond de RM 15.000. Vanaf 1930 sprong de verkoop omhoog ten gevolge van het verkiezingssucces van de nazi's. In 1930 verdriedubbelde Hitlers inkomen, naar RM 48.472. In 1932 was dat al RM 64.639. In 1933 had Hitler een belastingschuld van RM 405.500 uit de royalty's op de verkoop van 240.000 exemplaren van Mein Kampf. Zijn totaalinkomen bedroeg dat jaar 1,2 miljoen RM. Daarna deed Hitler overigens geen belastingaangifte of -betalingen meer, en in 1934 werd zijn belastingschuld kwijtgescholden. In 1939 waren al 5,45 miljoen exemplaren uitgegeven.
In 1943 waren er ca. 10 miljoen exemplaren uitgegeven (zie kader boven). Van het boek bestaan ook vijftien luxe-uitgaven. Hitler gaf deze cadeau aan onder andere Arthur Seyss-Inquart.[1]
Auteursrechten
Na de oorlog eiste de deelstaat Beieren het auteursrecht van Mein Kampf op. Omdat Hitler zijn laatste officiële woonplaats in München had zegt de deelstaat de erfgenaam te zijn (ondanks het bestaan van familieleden). De Beierse regering, om precies te zijn het ministerie van financiën, is tegen een heruitgave van het boek en verzet zich tegen illegale drukken (ook in andere landen, maar met minder succes). Het boek zelf is dus niet verboden en oude exemplaren kunnen tweedehands worden verhandeld. Het is in bezit van vele bibliotheken; weliswaar wordt meestal de toegang beperkt.
In 2015, zeventig jaar na de dood van de auteur, zal Mein Kampf niet meer onder auteursrecht vallen. Wetenschappers dringen erop vóór die tijd een wetenschappelijk-kritische uitgave te laten komen om rechtsradicalen vóór te zijn. Immers bestaat er al lang een documentatie van Hitlers redevoeringen en artikelen (Hitler. Reden, Schriften, Anordnungen). Het bondsministerie van Buitenlandse Zaken echter vreest dat het veroorloven van een heruitgave tot negatieve krantenkoppen in het buitenland zou kunnen leiden.
In februari 2010 raakte bekend dat Mein Kampf in 2015, na het aflopen van de auteursrechten, door het Münchense Instituut voor Hedendaagse Geschiedenis (IFZ) opnieuw zal uitgegeven worden. Men zal het werk voorzien van wetenschappelijk commentaar. Het Beierse ministerie van Financiën deelde evenwel mee dat het IFZ geen toestemming daartoe verkreeg.[2]
In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn geen beperkingen op de verkoop en handel van dit boek, omdat de auteursrechten erop voor 1939 aan uitgevers in die landen verkocht werden (in het geval van de Verenigde Staten aan uitgeverij Houghton Mifflin, in het geval van het Verenigd Koninkrijk aan uitgeverij Random House) en dus niet in het bezit van de Duitse deelstaat Beieren zijn. In 1999 meldde het Simon Wiesenthal Centrum, dat belangrijke internet-boekhandelaren, zoals Amazon.com en Barnes and Noble, Mein Kampf verkopen aan klanten in Duitsland. Na een openbaar protest gingen beide bedrijven akkoord om die verkoop te stoppen. Inmiddels is het boek op internet te vinden in zowel de originele Duitse versie als in een Engelse vertaling, in PDF- en EPUB-formaat, gratis te downloaden.
Mein Kampf in Nederland
Op 6 december 1939 verscheen Mijn kamp, de Nederlandse vertaling van de NSB'er Steven Barends, bij uitgeverij De Amsterdamsche Keurkamer. In zes drukken werd de totale oplage circa 150 000 stuks.[3] Als Nederlandse titel overwoog uitgever George Kettmann eerst nog de vertaling 'Mijn strijd'. Toch koos hij destijds voor het woord 'kamp', omdat de klank ervan al bij voorbaat elke twijfel uitsloot of men wel met hét boek van de Duitse Führer te maken had, aldus Kettmann. In Duitsland en Nederland is het bezitten en het uitlenen (door bibliotheken) van het boek niet verboden. Dit geldt ook voor de Nederlandse vertaling Mijn kamp uit 1939, maar de Nederlandse Staat meent er het auteursrecht op te hebben en heeft in 1974 op grond daarvan de handel in een herdruk van het boek verboden.
In november 1997 stelde D66 Kamervragen over (on)mogelijkheden van een herdruk; Willem Huberts stelde in een analyse op de opiniepagina in NRC Handelsblad[4] dat niet de Nederlandse Staat het auteursrecht bezit, maar de erfgenamen van het echtpaar Kettmann, dat de uitgeverij De Amsterdamsche Keurkamer bezat, waaraan vertaler Steven Barends op 16 november 1943 zijn auteursrechten afstond. De door Huberts verdedigde stelling is echter tegengesproken door prof. mr. H. Cohen Jehoram (hoogleraar Recht van de intellectuele eigendom, media- en informatierecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam)[5] en mr. A.IJ.A. Looijen (jurist te 's-Gravenhage).[6] De Nederlandse regering deelde in 1997, in antwoord op de gestelde Kamervragen mee, dat het ten verkoop aanbieden van Mein Kampf verboden is en dat slechts een wetenschappelijk verantwoorde heruitgave niet strafbaar zou kunnen zijn.[7] De minister van Justitie beriep zich daarbij op een oordeel van de Hoge Raad van 12 mei 1987.[8] In deze benadering is het niet relevant waar de auteursrechten berusten, maar wordt de strafbaarheid van de handeling getoetst.
In september 2007 liet de Nederlandse minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, Ronald Plasterk weten dat wat hem betreft Hitlers boek vrij verkrijgbaar zou moeten zijn. Een krappe Kamermeerderheid (83 van de 150 zetels) bleek het niet met hem eens te zijn.[9]
Enkele citaten
Deze citaten komen uit de eerder genoemde vertaling van Barends (met verwijzing naar het boekdeel en het hoofdstuk).
nationalisme: ein Volk I-11. Dit grote ideaal is: een Germaanse Duitse Staat.
socialisme I-8. De strijd tegen het internationale grootkapitaal is het allerbelangrijkste programpunt geworden in de strijd die het Duitse volk voert voor zijn economische onafhankelijkheid. II-2. Dit principe zal eens tot uitdrukking komen in een verstandige beperking van het verschil in salariëring.
corporatisme II-12. De vakbonden zijn vooral noodzakelijk als bouwstenen voor het toekomstige economische parlement of eventueel van de corporaties.
centralisme: ein Reich II-10. De nationaalsocialistische leer is niet de dienares van de particuliere belangen der verschillende bondsstaten.
absolutisme: ein Führer I-12. Raden en besturen hebben alleen te werken, niet te stemmen of te kiezen. Alleen de algemene leider der partij wordt gekozen. II-4. De volkse staat kent alleen raadgevende lichamen, welke de gekozen leider terzijde staan,… het beginsel dat de absolute verantwoordelijkheid en het absolute gezag onvoorwaardelijk samengaan.
vitalisme I-12. Alleen de held is daartoe uitverkozen.
sociaal darwinisme I-11. De strijd om het dagelijks brood vernietigt alles, wat zwak en ziekelijk, en minder vastberaden is, terwijl de strijd van de mannetjes om het wijfje alleen aan het allergezondste exemplaar het recht op voortplanting, of althans op voortplantingsmogelijkheden, geeft.
anti-parlementarisme I-3. Doordat het parlementaire meerderheidsprincipe de autoriteit van de persoon verwerpt, zondigt het tegen het aristocratische grondbeginsel der natuur.
racisme en antisemitisme I-2. Ik was van half-overtuigd wereldburger tot fanatiek anti-semiet geworden.
militarisme I-5. Ik schaam mij ook heden niet om te zeggen dat ik ten prooi aan een overweldigende geestdrift op mijn knieën ben gevallen. (bij het uitbreken van de Wereldoorlog in 1914)
anti-marxisme I-2. En duidelijk zag ik de onvermijdelijke gevolgen voor mij, waartoe deze leer der onverdraagzaamheid moest leiden.
Duits revanchisme II-14. Want wanneer wij Engeland niet als bondgenoot mogen aanvaarden, omdat het onze koloniën roofde, Italië niet, omdat het Zuid-Tirol bezit, en Polen en Tsjecho-Slowakije uit den aard der zaak al evenmin, dan blijft er, wanneer wij Frankrijk buiten beschouwing laten—dat ons, tussen haakjes, ook nog Elzas-Lotharingen ontstal—geen enkel land in Europa over.
Met al deze "ismen" vertolkte Hitler een deel van de toenmalige tijdgeest. Opvallend is wel het onwaarschijnlijke extremisme en fanatisme dat hij tentoon spreidt:
I-2. Indien tegenover de sociaaldemocratie een leer gesteld wordt van een even grote onverzoenlijkheid, dan zal de laatste overwinnen. De terreur (van de sociaaldemocratie) zal altijd met succes bekroond worden, wanneer ze niet een even grote terreur tegenover zich vindt.
I-3. Als de strijd slechts tegen één vijand wordt gevoerd, versterkt dit het geloof aan het eigen recht en verhoogt de verbittering tegen degene, die dat recht aantast.
I-12. Dat betekent dus, dat men een volk niet “nationaal” kan maken in de zin zoals onze huidige bourgeoisie “nationaal” verstaat, maar wel nationalistisch, met de gehele woeste oerkracht, welke aan het extremisme eigen is.
I-4. Wenste men in Europa uitbreiding van grondgebied, dan kon dit in ’t algemeen alleen ten koste van Rusland plaats hebben.
II-12. Dat betekent dat de beweging anti-parlementair is, en dat haar deelnamen aan een parlement geen ander doel mag hebben, dan om deze inrichting op te ruimen.
II-14. Daarentegen moeten wij, nationaalsocialisten, onverbiddelijk vasthouden aan ons doel op het gebied der buitenlandse politiek, n.l. om ervoor te zorgen dat het Duitse volk op aarde de hoeveelheid grondgebied krijgt, waarop het recht heeft.
II-9. Overigens ben ik van mening, … dat er eens een Duitse Rijksrechtbank bijeen moet komen, en vele tienduizenden van de lieden, die het verraad in november 1918 en alles wat daar bij hoort hebben georganiseerd, … te vonnissen en terecht te stellen.
De racistische uitspraken zijn te talrijk om te citeren. Men kan dus eigenlijk niet zeggen dat men niet geweten heeft wat Hitlers ware bedoelingen waren nadat men Mein Kampf gelezen had. Achteraf gezien volgde Hitler nauwkeurig zijn vooraf geplande 'routekaart' zoals dat in dit niets verhullende boek beschreven staat. In elk geval werd het boek vóór Hitlers benoeming tot Rijkskanselier weinig gelezen, en daarna was het te laat. Volgens veel deskundigen waren veel Duitsers het in hun hart eens met Hitlers denkbeelden óf namen ze deze niet serieus met de gedachte de soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Dit is volgens sommige historici wellicht een verklaring voor de snelle opmars van de NSDAP in het Duitse parlement. Hitler bleek achteraf wel degelijk serieus te zijn in de doorvoering van zijn denkbeelden.
Externe link
- (de) Volledige versie
- (nl) Nederlandstalige versie
Referenties
|
| Zie de categorie Mein Kampf van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |