Pedofilie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Seksuele diversiteit
Lijn

Algemeen
Seksualiteit / Gender

Verzamelbegrippen
Holebi / LGBT
Parafilie

Naar geslacht
Aseksualiteit
Biseksualiteit
Heteroseksualiteit
Homoseksualiteit
Infantilisme
Interseksualiteit
Panseksualiteit
Poliseksualiteit
Transseksualiteit

Naar rolmodel
Androgynie
Polyamorie
Queer
Transgenderisme
Travestie

Naar leeftijd
Efebofilie
Gerontofilie
Pederastie
Pedofilie

Naar object
Fetisjisme
BDSM/Sadomasochisme

Pedofilie (woord afkomstig uit het Grieks; pais (παις, wortel paid- = 'knaap', 'kind') en philía (φιλία, 'vriendschap')) is een term, die wordt gebruikt voor het zich seksueel primair aangetrokken voelen van volwassenen en bepaalde adolescenten tot kinderen die nog niet geslachtsrijp zijn. Als volwassen gelden in dit opzicht degenen die ouder zijn dan achttien jaar en adolescenten zijn hier relevant, wanneer zij minimaal vijf jaar ouder zijn dan het kind.

Pedofilie is verwant aan pedoseksualiteit en kindermisbruik, maar valt niet altijd samen. Mannelijke homofiele pedofilie wordt ook wel pederastie genoemd. Het zich specifiek aangetrokken voelen tot pubers heet efebofilie.

Pedofilie in de geschiedenis

Pedofilie kwam reeds voor in het oude Griekenland. Plato beschreef deze praktijken in zijn werk Symposion. Het betrof veelal contacten tussen een man en een opgroeiende jongen (de leeftijd van de jongen was meestal tussen 12 en 18).

De seksuele moraal lag toentertijd duidelijk anders dan nu. Waar tegenwoordig het machtsverschil tussen volwassene en kind als een belangrijk argument tegen de pedofilie geldt, lag dit toen anders. Het was voor het opgroeien van een jongeling nuttig om een intensief contact met een oudere te hebben, die voor hem ook als een soort beschermheer optrad, en de jongeling hielp bij zijn verdere carrière. De contacten tussen de volwassen man en de jongen werden wel op Grieks aardewerk (bijvoorbeeld in drinkschalen) afgebeeld.

Een ander bekend voorbeeld uit het verleden dat vaak wordt aangehaald, is de seksuele relatie van de 54-jarige Mohammed, islamitisch profeet met de wellicht negenjarige Aïsja, als een van zijn echtgenoten. De strikte definitie dat er seksuele handelingen worden verricht vóór de geslachtsrijpheid maakt dat dit huwelijk niet pedofiel is; alle bronnen maken melding dat dit huwelijk pas geconsummeerd werd na de menarche van Aïsja. Reden voor het huwelijk was dat Mohammed de banden met Aïsja's vader Aboe Bakr, een van zijn belangrijkste volgelingen, wilde aanhalen en bezegelen. Er zijn geen bronnen bekend uit de zevende eeuw dat deze daad schandelijk zou zijn.[1] Omdat de andere 8 vrouwen van Mohammed reeds weduwe of eerder gehuwd waren is het twijfelachtig of Mohammed zich primair aangetrokken voelde tot een jongere leeftijd.

Tot aan de 18e en 19e eeuw heerste in sommige plattelandsgebieden in Europa en Iran het fabeltje dat men "van een venerische ziekte kon genezen door de bijslaap (seksuele penetratie) met een dier of een klein meisje", zoals heden ten dage in Zuid-Afrika in het geval van een hiv-besmetting of aids beweerd wordt.

Dergelijke praktijken hingen mede samen met de algemene mening dat kinderen kleine volwassenen waren, die alleen wat moesten groeien, maar verder precies hetzelfde behandeld konden worden. Dit betekende dat zij ook zwaar werk moesten doen zoals volwassenen, en dat seksuele toenadering tot een kind niet als misdadig of schade toebrengend werd gezien. Pas na de opkomst van de (kinder)psychologie in de 19e en 20e eeuw veranderde dit beeld.

Over het algemeen wordt tegenwoordig seksualiteit met kinderen verworpen. Pedofilie wordt als psychische aandoening gezien en seksuele handelingen met kinderen zijn opgenomen in het strafrecht.

Pedofilie als psychische stoornis

In het internationaal gehanteerde classificatiesysteem van psychische ziektebeelden, het zogenoemde Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-IV), valt pedofilie onder de categorie "psychoseksuele stoornissen" en staat daar opgesomd met de andere parafilieën: fetisjisme, transvestitisme, voyeurisme, exhibitionisme, masochisme en sadisme.

De DSM-IV criteria voor pedofilie zijn:

  • A. Gedurende een periode van ten minste zes maanden recidiverende intense seksueel opwindende fantasieën, seksuele drang of gedragingen met betrekking tot seksuele handelingen met een of meer kinderen in de prepuberteit (in het algemeen dertien jaar of jonger).
  • B. De persoon gedraagt zich naar deze aandrang of de drang of fantasieën veroorzaken duidelijk lijden of interpersoonlijke moeilijkheden.
  • C. Betrokkene is ten minste zestien jaar oud en ten minste vijf jaar ouder dan het kind of de kinderen uit criterium A [2].

Om de diagnose pedofilie te kunnen stellen moet aan alle drie deze criteria voldaan zijn. Er hoeft geen sprake te zijn van daadwerkelijke seks met kinderen, maar het wordt ook niet uitgesloten. Onder 'gedraagt zich naar deze aandrang' kan verder ook worden verstaan het opzoeken van situaties met kinderen of het bekijken van kinderporno. Incidentele seksuele gedragingen of gevoelens van volwassenen naar kinderen worden hier als normaal beoordeeld.

Tegenstanders van de opname van pedofilie in de DSM-IV wijzen vaak, naast de algemene kritiek op de DSM-IV, op de verwijdering van homofilie van deze lijst in 1973. Zij zien pedofilie als een vergelijkbare normale variant op seksualiteit. Voorstanders van opname op de lijst leggen het verband met objectivering, lijden, vernedering en niet-instemmende personen, die ook bij de andere parafilieën van toepassing zijn.

Pedoseksualiteit

In discussies over pedofilie maakt men ook wel een onderscheid tussen pedofilie als het 'verlangen naar seksueel contact' met kinderen en pedoseksualiteit als het 'daadwerkelijk hebben van seks' met kinderen. Dit onderscheid wordt echter in het dagelijks taalgebruik en psychiatrische omschrijvingen niet en in de strafwetgeving veel genuanceerder gemaakt (slechts seksueel contact met kinderen en kinderporno zijn strafbaar, het verlangen daarnaar niet). Bovendien kent men naast pedofielen, die al dan niet pedoseksueel zijn, in de context van kindermisbruik ook de gelegenheidsplegers en de anti-sociale plegers.

De gelegenheidspleger heeft seks met kinderen omdat de gelegenheid er is en persoonlijke omstandigheden daar aanleiding toe geven. Een voorbeeld is het in incestzaken veelvoorkomende scenario van een vader die zijn seksuele verlangens na bijvoorbeeld een echtscheiding niet kwijtkan en ten slotte seksuele toenadering tot zijn dochter zoekt.

De anti-sociale pleger maakt het eigenlijk niet uit met wie hij seks heeft, een kind is een makkelijk slachtoffer omdat het kleiner, zwakker en makkelijker te manipuleren is. Het zijn ook deze laatste plegers, die hoofdzakelijk verantwoordelijk zijn voor ernstige misbruikzaken vaak met dodelijke afloop. [3] Echte pedofielen, zowel pedoseksueel als niet-pedoseksueel willen niet met deze anti-sociale plegers geassocieerd worden, omdat zij veelal een oprechte genegenheid voor het kind koesteren, ook al kunnen hun daden, wanneer zij seksuele toenadering tot kinderen zoeken, even ziek, schadelijk en strafbaar zijn. Een voorbeeld van een anti-sociale pleger die vaak ten onrechte voor pedofiel aangezien wordt is Marc Dutroux.

In tegenstelling tot anti-sociale plegers zal een pedofiel geen gebruik van geweld maken, maar van het opbouwen van een relatie, al dan niet met het doel seksueel contact met het kind te hebben (grooming). Vaak houdt men zichzelf hierbij voor dat er sprake is van een volwaardige wederzijdse liefdesrelatie, ook al wordt in werkelijkheid gebruikgemaakt van manipulatie. Verder gaan veel pedofielen geheel mee in de wereld van kinderen, hebben oprechte belangstelling voor hun spelletjes en speelgoed, en hebben dus bijvoorbeeld ook thuis speelgoed, computerspellen en dergelijke. Vaak ervaart men sociale contacten met volwassenen als onprettig of bedreigend, en richt men zich slechts op kinderen en dieren.

Cijfers over pedofilie

Wegens het taboe op het onderwerp zullen er weinig mensen vrijwillig toegeven dat zij zich seksueel tot kinderen aangetrokken voelen. Het grootste gedeelte van de personen die uiteindelijk therapie krijgen, is tegen de lamp gelopen tijdens een politieonderzoek en heeft een delict gepleegd op het gebied van kindermisbruik. De schaamte over pedofiele gevoelens, de onwetendheid over het juiste hulpadres en angst voor de gevolgen die het vrijwillig om hulp vragen met zich meebrengt, zijn doorgaans zo groot, dat er een enorm verschil bestaat tussen geregistreerd misbruik en het werkelijke aantal gevallen die nooit aan het licht zullen komen. Dit laatste wordt in de criminologie "dark number" genoemd.

Het aantal plegers van pedoseksuele delicten (hands-on delicten) dat bij de politie en justitie bekend wordt, is een grote onderschatting van de werkelijke aantallen. De aangiftebereidheid onder slachtoffers van pedoseksuele delicten ligt laag. Wegens het vaak voorkomende relationele aspect dat tussen slachtoffer en dader bestaat (80%), doen weinig slachtoffers melding bij de politie. In 2002 waren er 1377 mensen bekend bij politie/justitie die een pedoseksueel delict hadden gepleegd[4] (hierbij is art. 240b sr. - het kinderporno artikel - buiten beschouwing gelaten). Door het mondiale karakter van kinderporno is niet in te schatten hoeveel mensen er in kinderporno (art. 240b sr/hands-off delicten) zijn geïnteresseerd. In een publicatie van Van Wijk[5] wordt geprobeerd een indicatie te geven op grond van de volgende gevallen. Ten eerste, binnen een netwerk wordt een filmpje gepost en dit blijkt in 2 dagen 100.000 keer te zijn gedownload. Ten tweede, bij een bepaalde internetprovider zijn 125 sites geblokkeerd, waarop eerder kinderporno kon worden gedownload. In een maand blijken die sites 129.000 keer te worden benaderd.

Seksueel misbruik van kinderen in het strafrecht

De zedenwetgeving kent niet de termen pedofilie, pedoseksualiteit en seks, maar spreekt slechts van handelingen en gedragingen waarbij bepaalde leeftijdscategorieën betrokken zijn. Voorbeelden van strafbare handelingen betreffende kinderen zijn: elke vorm van penetratie, aanranding, exhibitionisme, kinderporno en kinderprostitutie. Verschillende handelingen worden daarbij anders bestraft en kunnen extra verzwaard of bij elkaar opgeteld worden. Een belangrijk argument voor de (extra) strafbaarstelling van seksuele handelingen bij kinderen, is het machtsverschil tussen volwassenen en kinderen, waardoor er voor het kind geen werkelijke keuzevrijheid bestaat.

In tegenstelling tot de psychiatrische definitie speelt in het strafrecht het alleen hebben van fantasieën en gevoelens níet mee, maar is een eenmalige handeling wél relevant. Aan iemand die er "een gewoonte van heeft gemaakt" kan dan vervolgens een zwaardere maximum straf worden opgelegd.[6].

Het maken, in bezit hebben en verspreiden van pornografisch materiaal met personen onder de 18 jaar (kinderporno) is zowel in België als Nederland strafbaar.

België

Volgens de Belgische wetgeving is alle seksueel verkeer verboden met een partner die jonger is dan 16 jaar, zelfs indien die persoon daar toestemming voor gaf. In de praktijk worden enkel volwassenen vervolgd voor seksueel verkeer met een persoon jonger dan zestien jaar. Volgens de wet kan een minderjarig persoon die nog geen zestien jaar is, juridisch geen toestemming geven voor seksuele betrekkingen. Pedoseksuele handelingen vallen onder Hoofdstuk V (Aanranding van de eerbaarheid en verkrachting) van Titel VII (Misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid) van Boek II van het Belgische Strafwetboek.

  • Aanranding (aanranding is er zodra er een begin van uitvoering is) van de eerbaarheid (zonder geweld of bedreiging) van een persoon jonger dan zestien jaar wordt gestraft met vijf tot tien jaar opsluiting. Indien dit gebeurt door een bloedverwant in de opgaande lijn (en er dus incest is), wordt dit tien tot vijftien jaar opsluiting.
  • Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging van een minderjarige ouder dan 16 jaar wordt gestraft met vijf tot tien jaar opsluiting.
  • Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging van een persoon jonger dan zestien wordt gestraft met tien tot vijftien jaar opsluiting.
  • Verkrachting (verkrachting is elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook) van een minderjarige ouder dan zestien jaar wordt gestraft met tien tot vijftien jaar opsluiting.
  • Verkrachting van een persoon jonger dan zestien, maar ouder dan veertien jaar, wordt gestraft met vijftien tot twintig jaar opsluiting.
  • Verkrachting van een persoon jonger dan veertien jaar wordt altijd gelijkgesteld als verkrachting met behulp van geweld. Dit wordt gestraft met vijftien tot twintig jaar opsluiting. Indien het kind de leeftijd van tien jaar nog niet bereikt heeft, is de straf twintig tot dertig jaar opsluiting.

Deze straffen worden verzwaard indien gepleegd door een persoon die gezag had over het slachtoffer of indien het kind aan hem ter verzorging is toevertrouwd.

Nederland

Volgens artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht zijn ontuchtige handelingen met iemand die jonger is dan zestien jaar waar men niet mee is getrouwd strafbaar. Volgens artikel 248b is dit ook verboden met een prostitué (man) dan wel prostituee (vrouw) van zestien of zeventien. Artikel 244 en 245 behandelen zwaardere gevallen. Zo is volgens artikel 244 het verrichten van seksuele handelingen met minderjarigen tot twaalf jaar oud waarbij het lichaam wordt binnengedrongen strafbaar met maximaal twaalf jaar gevangenisstraf[6].

In de zedenalmanak van het ministerie van justitie worden pedoseksuele handelingen geschaard onder het item seksueel geweld. De leeftijd is geobjectiveerd: "Ik wist niet dat het meisje maar vijftien was, ze zag eruit als achttien" wordt in principe niet als verweer gehonoreerd. Ook indien wederzijdse toestemming bestaat is dit in principe geen strafuitsluitingsgrond. Bescherming van minderjarigen wordt van groter belang geacht.

Tot justitiële vervolging kan worden overgegaan, ongeacht of het minderjarige slachtoffer weerstand biedt aan, of zelfs uitnodigt tot de handelingen. Dit was tot 2003 anders - als het kind minimaal twaalf jaar oud was, kon alleen vervolging plaatsvinden na een klacht door het kind, zijn of haar ouders of de Raad voor de Kinderbescherming. In het onderwijs hebben, krachtens de wet, docenten een meldingsplicht en besturen een plicht tot aangifte bij seksueel misbruik van minderjarigen.

Verenigde Staten

Ook in de Verenigde Staten van Amerika is pedoseksualiteit een zeer ernstig misdrijf. Er is in Florida in 2004 een wet aangenomen die bij het eerste pedoseksualiteitsmisdrijf 25 jaar gevangenisstraf mogelijk maakt, en bij het tweede pedoseksualiteitsmisdrijf levenslang. De wet genaamd Jessica's Law heeft in vele staten in de VS al navolging gevonden. Zo zijn er momenteel 10 staten (2005) die soortgelijke wetten kennen. Echter organisaties als de American Civil Liberties Union vinden deze straffen te zwaar. De rechterhand van de kardinaal van Philadelphia is op grond van deze wet veroordeeld.[7]

Oneigenlijk gebruik en stereotypering

Hoewel er, net als bij alle vormen van seksualiteit, een uitgebreide nuancering in de ‘mate van’ pedofilie te maken is, wordt in het dagelijks gebruik de term pedofilie voor het hele spectrum gebruikt. Het begrip pedofiel wordt echter ook gebruikt buiten de omschreven kaders. Voorbeelden hiervan zijn:

  • volwassen personen met een groot leeftijdsverschil
  • volwassen personen die zich aangetrokken voelen tot personen waarvan zij onterecht denken, op grond van duidelijke secundaire gelachtskenmerken, dat deze meerderjarig zijn (de Amerikaans-Engelse uitdrukking hiervoor is jailbait, gevangenislokaas)
  • een jonger stel met een relatief groot leeftijdsverschil (bijvoorbeeld een 14-jarige met een 17-jarige)
  • kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd die ‘doktertje spelen
  • lichamelijke intimiteit tussen volwassenen en kinderen zonder seksuele intentie of schennis van de eerbaarheid
  • afbeeldingen van naakte kinderen
  • als scheldwoord ('pedo')

Soms is het onderscheid lastig te maken. Een onschuldige foto van ouders van hun kinderen in bad, kan in de handen van een pedofiel pornografisch materiaal worden.

Seksueel misbruik vindt meer plaats binnen de kring van bekenden dan daarbuiten. [8]

Dit oneigenlijk gebruik en stereotypering van de term pedofiel heeft een aantal gevaren:

  • het gevaar wordt zo algemeen en het beeld zo beperkt, dat men de daadwerkelijke ‘zieke’ personen en ‘strafbare’ handelingen niet meer ziet
  • er kan een heksenjacht ontstaan op onschuldige personen
  • normale intimiteit met en seksualiteit van kinderen wordt taboe, hetgeen een gezonde ontwikkeling van kinderen belemmert

Onderzoek naar gevolgen

Niet altijd schadelijk

In de jaren zeventig zette dr. Edward Brongersma zich in voor de verlaging van de minimumleeftijd voor seksuele contacten. Dr. Theo Sandfort publiceerde de onderzoeken Jongens over vriendschap en seks met mannen (1986) en Het belang van de ervaring (1988), waarin zijn conclusie was dat homoseksuele pedofiele contacten niet in alle gevallen schadelijk zijn voor het kind. Vergelijkbare conclusies werden getrokken door de Amerikaanse wetenschappers R. Bauserman, B. Rind en Ph. Tromovitch die een meta-analyse uitvoerden van bekende gegevens over seksuele ervaringen van jongens met mannen.[9] Dit rapport werd door het Amerikaanse House of Congress formeel afgekeurd, wat tot heftige wetenschappelijke en morele discussies leidde.

Voorstanders

In de jaren 70 en 80 van de 20e eeuw waren er vele organisaties die zich actief bezig hielden met het propageren van pedofilie en de acceptatie ervan. Zo had de NVSH een Werkgroep Pedofilie die jarenlang het tijdschrift Naar Integratie Kinderseksualiteit (NIKS) uitbracht. De Dordtse uitgever Joop Wilhelmus heeft in die periode meerdere kinderpornografische tijdschriften uitgegeven zoals het blad Lolita. De Vereniging MARTIJN was de bekendste organisatie die zich in Nederland bezighield met de acceptatie van pedofilie. Op 27 juni 2012 heeft de rechtbank in Assen de vereniging verboden. Ook de voormalige Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit was pro-pedofilie.

Internet

Pedofiel gedrag op het internet kan variëren van het bekijken en verspreiden van kinderporno tot het contact zoeken met minderjarigen, eventueel om deze ooit echt te ontmoeten.

Hulpverlening

In het veld van de hulpverlening zijn allerlei instanties op dit terrein actief. Onderscheid moet gemaakt worden in:

  1. vrijwillig aangegane hulp dan wel opgelegde hulpverlening aan pedofielen/-seksuelen. Door Justitie veroordeelde pedoseksuelen krijgen in alle gevallen hulpverlening opgelegd.
  2. hulpverlening aan slachtoffers.

Laagdrempelige hulpverlening wordt geboden door:

  • in België door de verschillende Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW).
  • in Nederland bestaat sinds april 2012 de hulplijn Stop it Now!, een anonieme, laagdrempelige telefoonlijn die zich richt op volwassenen, vanuit de gedachte dat het voorkomen van seksueel kindermisbruik een verantwoordelijkheid van volwassenen is. Het is een hulplijn voor mensen die zich zorgen maken over hun eigen gevoelens voor kinderen, of om het gedrag van iemand in hun omgeving.

Daarnaast wordt hulp geboden door het Bureau Vertrouwensartsen, het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en het Stichting Ambulante Fiom, kortweg Fiom.

Pedofielenjager

Een pedofielenjager is een persoon die op zoek gaat naar pedofielen en hun foto's en gegevens vrijgeeft aan politie en/of het brede publiek via websites of flyers. Het doel is (toekomstige) slachtoffers te beschermen. Soms gaat het om personen die niet schuldig bevonden zijn aan deze feiten en dus gaat het vrijgeven van deze gegevens in tegen de Belgische en Nederlandse privacywetgeving. Om deze reden worden foto's en begeleidende teksten vaak in buitenlandse media gepubliceerd. Deze persoon maakt geen deel uit van de politie.

Zie ook

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
  • J.C.R.M. Verhulst, Psychiatrie een inleiding (1987), uitgave Wolters-Noordhoff
  • J.S. Reedijk, Psychiatrie, Uitgave De Tijdstroom.
  • G.A. Ladee, Encyclopedie van de psychiatrie en psychotherapie, Uitgave Elsevier
  • Zedenalmanak, Uitgave Ministerie van Justitie Den Haag
  • WODC (2002) http://www.wodc.nl/images/JV0501%20artikel%203_tcm44-58814.pdf