Operatie Anton

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Operatie Anton (Duits: Fall Anton) was de codenaam voor de militaire bezetting van Vichy-Frankrijk die in november 1942 door Duitsland en Italië werd uitgevoerd.

Achtergrond[bewerken]

Een Duits plan om Vichy-Frankrijk te bezetten werd oorspronkelijk opgesteld in december 1940 onder codenaam Operatie Attila en al snel werd het bekend als een kleine operatie met Operatie Camellia, het plan voor de bezetting van Corsica.[1]

Na de geallieerde landing in Frans Noord-Afrika (8 november 1942, Operatie Toorts) kon Hitler geen opengesteld front riskeren aan de Middellandse Zee. Na een laatste gesprek met de Franse premier Pierre Laval gaf Hitler bevel om Corsica op 11 november te bezetten en Vichy-Frankrijk de volgende dag.

Geschiedenis[bewerken]

Tegen de avond van 10 november 1942 voltooide de As-troepenmacht zijn voorbereidingen voor Anton. Het Duitse Eerste Leger rukte op van de Atlantische kust, via de Spaanse grens, terwijl het Duitse Zevende leger vanuit Midden-Frankrijk oprukte richting Vichy en Toulon. Beide legers stonden onder bevel van generaal Johannes Blaskowitz. Het Italiaanse Vierde Leger bezette de Côte d'Azur en op Corsica landde een Italiaanse divisie.

Vichy-Frankrijk beperkte zijn verzet tot radio-uitzendingen waarin werd gesteld dat dit een schending was van de wapenstilstand van 1940. Het 50.000 man sterke Vichy-Franse Leger nam aanvankelijk defensieve posities in rondom Toulon, maar toen het geconfronteerd werd met de Duitse eisen om te ontbinden ontbrak het aan de militaire capaciteit om tegen de As-strijdkrachten te vechten.

De Duitsers lanceerden Operatie Lila met als doel om de gedemobiliseerde Franse vloot in Toulon in beslag te nemen. Franse marine-commandanten slaagden er echter in om uitstel te krijgen door onderhandelingen te voeren met de Duitsers, en lieten op 27 november de vloot zinken voordat de Duitsers de vloot in beslag kon nemen. Zo werd er voorkomen dat drie slagschepen (Strasbourg, Dunkerque en Provence), zeven kruisers, 28 torpedobootjagers, 20 onderzeeërs en de watervliegtuigtender Commandant Teste in de handen viel van de As-mogendheden. Alhoewel de Duitse marinestaf teleurgesteld was, was Adolf Hitler tevreden dat de eliminatie van de Franse vloot het succes van Operatie Anton verzekerde.[2]

Noten[bewerken]

  1. Deist, Wilhelm; Klaus A. Maier et al., Germany and the Second World War, Oxford University Press, 1990, p. 78 ISBN 0198228848.
  2. Deist, Maier et al., p. 827