The Pianist

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
The Pianist
Regie Roman Polański
Producent Robert Benmussa
Roman Polański
Alain Sarde
Scenario Ronald Harwood
Władysław Szpilman (roman)
Hoofdrollen Adrien Brody
Thomas Kretschmann
Frank Finlay
Muziek Wojciech Kilar
Frédéric Chopin
Montage Hervé de Luze
Cinematografie Paweł Edelman
Distributie Focus Features
Universal Studios
Première 28 november 2002
Genre Oorlog
Speelduur 143 minuten
Taal Engels
Duits
Russisch
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
Vlag van Polen Polen
Vlag van Duitsland Duitsland
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
(en) IMDb-profiel
MovieMeter-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

The Pianist is een film uit 2002 van regisseur Roman Polański, gebaseerd op de memoires The Pianist: The Extraordinary True Story of One Man’s Survival in Warsaw, 1939-1945 van pianist Władysław Szpilman. De Joodse pianist Szpilman heeft ten tijde van de Tweede Wereldoorlog het getto van Warschau overleefd. De Poolse regisseur Polański is als kleine jongen zelf getuige geweest van de bezetting van Polen door de nazi's, de Holocaust en de bombardementen op Warschau.

Verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Władysław Szpilman is een getalenteerde Poolse pianist uit een rijke Joodse familie, die in de jaren dertig grote bekendheid geniet. Samen met zijn familie (zijn ouders, twee zussen en een broer) woont hij in een comfortabele flat in Warschau. Alhoewel de familie op de hoogte is van de plannen van Hitler, geloven ze aan het begin van de invasie van Polen nog dat de nazi-overheersing van korte duur is en met de oorlogsverklaring van Groot-Brittannië aan Duitsland denken ze dat de oorlog snel voorbij zal zijn. Als de radiostudio waar hij optreedt wordt vernietigd door Duitse bommen verandert deze houding. Het wordt de familie moeilijker gemaakt geld te verdienen en zij moeten zich te allen tijde kunnen identificeren.

Eerst rekent Szpilman zich nog veilig door zijn status als gerespecteerd musicus, waardoor hij een baantje kan krijgen bij een restaurant en de benodigde papieren voor zijn vader kan regelen. Maar als de bezetting vordert wordt de familie gedwongen te verhuizen naar het getto van Warschau. In het getto wordt de familie geteisterd door honger, vernederd door de nazi's en is er de dreiging te worden mishandeld of doodgeschoten. Uiteindelijk wordt de familie geselecteerd om te worden gedeporteerd naar de concentratiekampen.

Władysław weet dankzij een goede vriend te ontkomen en hij verstopt zich in een appartement. Als deze vriend plotseling verdwijnt, staat Szpilman er alleen voor. De jaren daarna weet hij te overleven, eerst in de lege appartementen van het verlaten getto, later als dwangarbeider in de bouw, waar hij uiteindelijk uit ontsnapt. Dankzij Dorota kan hij onderduiken op verscheidene adressen. Tijdens het onderduiken is hij getuige van de verschrikkingen van de bezetting, waaronder de opstand in het getto in 1943 en de reactie van de Duitsers daarop.

Naarmate de tijd verstrijkt en Warschau na de Opstand van Warschau in 1944 bijna volledig verwoest raakt, gaat het ook slechter met de gezondheid van Szpilman. In een zoektocht naar voedsel stuit hij op een Duitse officier, kapitein Wilm Hosenfeld. Als een uitgehongerde Szpilman uitlegt dat hij een pianist is, brengt Hosenfeld hem naar een piano, waar Szpilman "Ballade in g mineur" van Frédéric Chopin speelt. Hosenfeld is geroerd en besluit de pianist te helpen door hem regelmatig voedsel te brengen.

Enkele weken later rukt het Rode Leger op en de Duitsers, waaronder Hosenfeld, zijn gedwongen te vluchten. Hosenfeld geeft Szpilman zijn jas om hem te beschermen tegen de kou, en vlucht weg. Szpilman wordt hierdoor bijna aangezien voor een Duitse officier door het Sovjetleger, maar weet ze ervan te overtuigen dat hij Pools is. Uiteindelijk worden de Duitsers, waaronder Hosenfeld, opgepakt en weggevoerd. Na de oorlog wordt Szpilman weer een succesvol pianist. Hosenfeld sterft in 1952 in een gevangenenkamp in de Sovjet-Unie.

Productie[bewerken]

Omdat in Warschau weinig terug te vinden is van het oorspronkelijke getto, werden het getto en de omliggende stad opnieuw opgebouwd in de Babelsberg Studio in Duitsland. Voor de verwoeste stad werden oude Sovjet-legerkazernes gebruikt, die op het punt stonden te worden vernietigd. Hier begonnen de opnames op 19 februari 2001. De opnames werden gemaakt door cameraman Paweł Edelman, in diep donkerbruine tinten. Vervolgens verhuisde het team naar een villa nabij Potsdam, waar de scènes werden opgenomen met Szpilman en Hosenfeld, en op 2 maart filmden ze in een oud legerziekenhuis in het Duitse dorpje Belitz. Op 15 maart werden de scènes van de Joodse opstand in het getto gefilmd op de set in de Babelsberg Studio. In deze scène werd veelvuldig gebruikgemaakt van explosieven en stuntmensen.

Op 26 maart waren de opnames in de studio klaar en drie dagen later vertrok de filmploeg naar Praga, een stadsdeel van Warschau dat relatief ongeschonden door de oorlog kwam. Praga werd onder leiding van Allan Starski (die een Oscar had gewonnen voor zijn setontwerpen voor Schindler's List) en met behulp van aanplakbiljetten omgetoverd tot het Warschau van de jaren veertig. De militaire academie van Warschau werd later veranderd in de Umschlagplatz, waar de Joden wachtten op deportatie naar de concentratiekampen. De postproductie vond plaats in Parijs, Frankrijk. De film ging in première op het filmfestival van Cannes op 24 mei 2002. In september 2002 draaide de film voor het eerst in de bioscopen, te beginnen in Polen.

Rolverdeling[bewerken]

Filmmuziek[bewerken]

Prijzen[bewerken]

The Pianist werd goed ontvangen door de critici en met prijzen overladen. Op het filmfestival van Cannes, waar hij in première ging, kreeg de film de Gouden Palm uitgereikt. In 2003 won de film meerdere prijzen, waaronder zeven Césars, acht Poolse filmprijzen en twee BAFTA's. Ook werd de film genomineerd voor zeven Oscars, waaronder die voor Beste Film. The Pianist won uiteindelijk de Academy Award voor Beste Regisseur (voor Roman Polański), Beste Acteur (voor Adrien Brody) en Best Bewerkt Script (voor Ronald Harwood). Polański kon echter niet bij de uitreiking aanwezig zijn: in 1978 ontvluchtte hij de Verenigde Staten na schuldig te zijn bevonden aan onwettige seks met een minderjarige, en bij terugkeer liep hij het risico van arrestatie door de Amerikaanse autoriteiten. Harrison Ford, die de prijs zou uitreiken, nam de prijs voor hem in ontvangst.

Externe links[bewerken]