Geelzucht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Geelzucht
Icterus
Synoniemen
Latijn Morbus arcuatus[1][2]

Morbus arquatus[1]
Morbus regius[3][1]

Oudgrieks Ἵκτερος[3]
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Geelzucht[4] of icterus[4] is het symptoom dat de patiënt geel ziet. Dit is meestal het best te zien aan het oogwit. Dit verschijnsel kan vele oorzaken hebben; een indeling van mogelijk oorzaken met korte bespreking volgt hieronder.

Patiënt met geelzucht veroorzaakt door hepatitis A

De gele kleurstof die de kleur veroorzaakt is meestal bilirubine, een afbraakproduct van de heem-groep in hemoglobine. Als hemoglobine wordt afgebroken (als een rode bloedcel het eind van zijn nuttige levensduur heeft bereikt) wordt de kleurstof eerst in een onoplosbare vorm van bilirubine omgezet, die door speciale eiwitten door het bloed naar de lever wordt getransporteerd, waar de stof door koppeling aan glucuronzuur, een goed oplosbare groep, wateroplosbaar wordt gemaakt. De nu oplosbare kleurstof wordt in de gal naar de darm uitgescheiden en is de oorzaak van de bruine kleur van ontlasting. Een klein deel van de kleurstof komt ook in het bloed terecht, deels als gevolg van heropname van de stof zelf uit de darminhoud, maar ook van reactieproducten ervan die door bacteriën in de darm zijn omgezet. Als de galwegen verstopt zijn (bijvoorbeeld door een galsteen) kan de ontlasting vrijwel wit zijn ('stopverfkleur'). Galkleurstoffen zijn ook verantwoordelijk voor de gele kleur in urine, die bij afwezigheid (zie Acholurie) op een bepaalde vorm van geelzucht duidt.

Categorieën oorzaken[bewerken]

  1. prehepatisch: ('voor de lever'): met de lever is niets mis maar er is een zodanig verhoogde afbraak van hemoglobine dat er veel aanbod is waardoor de patiënt (meestal niet erg) geel ziet. Bij bepaalde vormen van bloedarmoede door versterkte bloedafbraak, bij een aantal erfelijk bepaalde condities waarbij de verwerkingscapaciteit van de lever verminderd is (syndroom van Gilbert, syndroom van Crigler-Najjar)
  2. hepatisch ('door de lever'): de lever is zelf door ziekte aangetast (bijvoorbeeld hepatitis, cirrose) en kan minder aanbod aan en/of laat verwerkte producten teruglekken naar het bloed in plaats van naar de gal.
  3. posthepatisch ('na de lever'): de gal-afvoerwegen (waaronder de ductus choledochus) zijn in of na de lever verstopt, meestal door een galsteen, soms door een tumor, waardoor er veel oplosbare bilirubine zijn weg terug vindt naar het bloed. De ontlasting zal dan licht tot wit zijn, de urine juist zeer donker, bruin.
  4. andere oorzaken: bijvoorbeeld het eten door de patiënt van ongewoon veel gele kleurstoffen bijvoorbeeld caroteen in wortelen of bruiningstabletten.

Geelzucht van de pasgeborene[bewerken]

Bij pasgeborenen spelen twee, soms drie factoren mee:

  1. De lever is nog onrijp en heeft nog geen zeer grote verwerkingscapaciteit voor bilirubine, en
  2. Na de geboorte wordt het foetale hemoglobine, dat van een andere samenstelling is dan het hemoglobine dat na de geboorte wordt aangemaakt, eerst afgebroken. Omdat in de baarmoeder de zuurstofspanning veel lager is, heeft foetaal hemoglobine een hogere affiniteit voor zuurstof. Er is meer 'aanbod'.
  3. Onder pathologische omstandigheden tenslotte vindt er bij de baby een versnelde afbraak van rode bloedcellen plaats omdat de moeder antistoffen heeft gemaakt tegen het foetale bloed (resusantagonisme). De afbraak van rode bloedcellen leidt tot een verhoging van het hemoglobine in het bloed dat wordt afgebroken waarbij er bilirubine ontstaat. Dit bilirubine is zeer giftig voor de hersenen van de baby. Voor de geboorte zorgt de moeder voor de afvoer van het bilirubine uit het bloed van de baby. Op het moment dat de baby geboren is vindt er een opeenhoping plaats van het bilirubine in het bloed. Dit verhoogde bilirubine gehalte in het bloed kan leiden tot motorische stoornissen, of in ernstige gevallen tot de dood. Als bij baby's op de eerste levensdag geelzucht wordt geconstateerd is dit altijd pathologisch.

Hierdoor zien de meeste pasgeborenen in de eerste week na de geboorte iets geel. Dit is meestal normaal. Bij ernstige geelzucht, of geelzucht die meer dan een week duurt, moeten echter een aantal potentieel gevaarlijke en behandelbare aandoeningen worden uitgesloten. Tenslotte kan de geelzucht zo ernstig zijn (geval 3) dat de kleurstof zelf in de hersenen neerslaat en tot neurologische schade leidt (kernicterus). Dit kan in lichte gevallen worden bestreden met lichttherapie: met blauw licht wordt de kleurstof in de huid in een goed oplosbare vorm omgezet; in ernstige gevallen kan een wisseltransfusie nodig zijn.

Literatuurverwijzingen
  1. a b c Pinkhof, H. (1935). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. (2de druk). Haarlem: De Erven F. Bohn.
  2. Haan, H.R.M. de & Dekker, W.A.L. (1955-1957). Groot woordenboek der geneeskunde. Encyclopaedia medica. Leiden: L. Stafleu.
  3. a b Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  4. a b Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.