Straf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een straf betekent in het algemeen een onaangename maatregel die aan de dader(s) van onaanvaardbaar gedrag wordt opgelegd door een persoon of instantie die daartoe de macht en bevoegdheid heeft. Overdrachtelijk spreekt men ook van straf wanneer een onaangenaam gevolg 'verdiend' lijkt zonder opgelegd te zijn.

Doelen[bewerken]

  • Preventieve werking: De straf moet mensen ervan weerhouden een misdaad of overtreding te begaan. In de praktijk blijkt dat vooral een hoge pakkans een preventieve werking heeft, de straf zelf of de zwaarte daarvan heeft daar nauwelijks invloed op.
  • Bescherming van de maatschappij: Gedurende eventuele detentie is de maatschappij (tijdelijk) gevrijwaard van herhaling.
  • Heropvoeding: Het ondergaan van de straf moet er toe leiden dat de veroordeelde zijn leven betert. Gevangenisstraffen van meer dan 5 jaar blijken geen groter heropvoedingseffect meer te hebben.
  • Vergelding: Om tegemoet te komen aan de wens tot vergelding van slachtoffers en maatschappij, wordt de strafmaat mede hierdoor bepaald.

Straffen moeten onderscheiden worden van schadevergoeding, die de dader wel als een straf treft maar als hoofddoel heeft het het leed van het slachtoffer ongedaan te maken of te compenseren.

Strafrecht[bewerken]

In de juridische context is een straf een maatregel of behandeling, opgelegd vanwege een overheid (inz. een rechtscollege) ter vergelding van een misdaad of overtreding. Ook buiten het strafrecht komen vergeldingsmaatregelen of straffen voor. Deze omschrijving is juridisch.

Binnen de psychologie en meer bepaald de gedragsanalyse heeft straf een andere betekenis. Straf is daar elke consequentie die de kans op een bepaald gedrag doet verminderen. Deze twee definities lijken overeen te komen, maar dat is niet steeds zo. Een straf die vanuit juridisch oogpunt ter vergelding wordt gegeven, kan in sommige gevallen bekrachtigend werken en het gedrag doen toenemen. Juridisch wordt enkel gekeken naar de actie, het toedienen van een maatregel. Psychologisch wordt enkel gekeken naar het effect.

Straffen en maatregelen in het Nederlands strafrecht[bewerken]

Straffen in het Nederlandse strafrecht[bewerken]

Het Nederlandse Wetboek van Strafrecht noemt in artikel 9 lid 1 sub a vier hoofdstraffen:

Daarnaast noemt artikel 9 lid 1 sub b drie bijkomende straffen:

  • ontzetting van bepaalde rechten
  • verbeurdverklaring
  • openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak

Straffen kunnen onvoorwaardelijk, maar ook voorwaardelijk worden opgelegd. Een onvoorwaardelijke straf wordt altijd ten uitvoer gelegd, tenzij er bijzondere redenen zijn om dit niet te doen. Er kan bijvoorbeeld gratie worden verleend. Een voorwaardelijk opgelegde straf wordt alleen uitgevoerd wanneer de veroordeelde binnen een gerechtelijk bepaalde proeftijd niet aan de voorwaarden voldoet. Dat kan een bijzondere voorwaarde zijn, maar ook een algemene voorwaarde, zoals na de veroordeling niet opnieuw een strafbaar feit begaan. De wet bepaalt enkel maximumstraffen, geen minimumstraffen.

De rechter kan behalve een straf ook een maatregel opleggen. Het verschil tussen een straf en een maatregel is dat een maatregel ook opgelegd kan worden wanneer de persoon niet als schuldig is veroordeeld, maar wel een strafbaar feit heeft gepleegd (bijvoorbeeld doordat de persoon niet toerekeningsvatbaar was.)

Maatregelen in het Nederlandse strafrecht[bewerken]

Het Wetboek van Strafrecht noemt onder titel IIa een aantal maatregelen die al of niet in combinatie met straffen kunnen worden opgelegd. Voor sommige maatregelen is een veroordeling vereist, voor andere ontslag van alle rechtsvervolging en weer voor andere geen van beide:

Onttrekking van voorwerpen aan het verkeer (art. 36b en c)
De voorwerpen moeten van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet. Geen veroordeling vereist.
Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (art. 36e)
De veroordeelde is verplicht baten terug te betalen die verkregen zijn met de strafbare feiten waarvoor hij veroordeeld is. Daarnaast kan men voor soortgelijke feiten waarvan vermoed wordt dat hij ze begaan heeft een dergelijke betaling worden opgelegd. Veroordeling vereist. Eventueel kan dit onder lijfsdwang gebeuren.
Betaling schadevergoeding aan het slachtoffer (art. 36f)
De veroordeelde wordt verplicht de staat een bedrag te betalen, dat vervolgens wordt uitgekeerd aan het slachtoffer. Opleggen van deze maatregel kan alleen wanneer er een veroordeling is.
Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (art. 37)
Kan bij ieder strafbaar feit worden opgelegd, maar uitsluitend in het geval er sprake is van ontslag van rechtsvervolging.
Terbeschikkingstelling (TBS) (art. 37a en verder)
Kan slechts bij bepaalde in art. 37a genoemde strafbare feiten worden opgelegd, maar uitsluitend in het geval er sprake is van ontslag van rechtsvervolging.
Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) (art. 38m en verder)
Deze maatregel kan alleen opgelegd worden aan een verdachte die in de afgelopen vijf jaar minimaal tien keer voor misdrijf veroordeeld werd. Wanneer hij/zij binnen twee jaar na de laatste veroordeling opnieuw een feit pleegt, waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten én dat met minimaal vier jaar vrijheidsbeneming kan worden bestraft, kan de officier van justitie oplegging van de ISD-maatregel vorderen. Van belang is dat de officier daarbij aantoont dat verdachte in voldoende mate én verwijtbaar vruchteloos zorg en hulpverlening is aangeboden. De ISD-maatregel kan alleen bij een veroordeling worden opgelegd.

Straf(maatregelen) in het Belgisch strafrecht[bewerken]

Straf[bewerken]

Een straf is een leed dat door de rechterlijke macht wordt opgelegd en uitgevoerd als sanctie voor een misdrijf. Ingeval van een geldboete is de straf ten voordele van de overheid.

Soorten straffen[bewerken]

Opdeling in de Strafwet[bewerken]
Criminele straf
Voor misdaden krijgt de dader een criminele vrijheidsstraf, de opsluiting. Dit kan levenslang of tijdelijk zijn (5-10, 10-15, 15-20, 20-30 jaar). Voor politieke misdrijven is er sprake van hechtenis, die al naargelang haar duur levenslang, buitengewoon (15-20 jaar) of gewoon (5-10 jaar) wordt genoemd.
Correctionele straf
In geval van een correctionele straf bestaat de keuze tussen een gevangenisstraf van 8 dagen tot 5 jaar, een werkstraf en een geldboete vanaf € 26,–.
Politiestraf
In geval van een politiestraf bestaat de keuze tussen een gevangenisstraf van 1 tot 7 dagen, een werkstraf en een geldboete van 2 tot 25 euro.
Hoofd - en bijkomende straffen[bewerken]

Bestuursrecht[bewerken]

Bestuursorganen kunnen eveneens administratieve strafmaatregelen opleggen. Deze zijn veelal gekoppeld aan de aard en ernst van de overtreding. Kenmerk van bestuursrechtelijke strafmaatregelen is hun 'mechanisch' karakter: de gedraging leidt automatisch tot een maatregel, of er nu wel of niet sprake was van verwijtbaarheid. Die maatregel wordt bovendien zonder rechterlijke uitspraak door het bestuursorgaan zelf opgelegd. Daarbij is de maatregel direct uitvoerbaar of opeisbaar en moet men zich, ook hangende een eventueel beroep bij de (bestuurs)rechter of een hoger orgaan, voegen naar de wil van het bestuursorgaan. Een voorbeeld is de oplegging van verkeersboetes volgens de Nederlandse Wet Mulder: wie zijn boete wil aanvechten moet die eerst betalen, waarna hij eventueel na een positieve uitspraak zijn geld terug kan krijgen.

Bestuurlijke boetes gelden in de zin van mensenrechtenverdragen eveneens als 'criminal charges', hetgeen betekent dat bestuursorganen bij het voornemen een dergelijke maatregel op te leggen dezelfde zorgvuldigheid in acht moeten nemen als justitie in een strafrechtelijk onderzoek. Dit heeft enigszins te maken met de lage drempel, en anderzijds met het feit dat het niet de bedoeling is dat overheden hun verdragsverplichtingen ontlopen door hun hele strafsysteem als bestuursrechtelijk te kwalificeren.

Bij zeer ernstige misstappen (bijvoorbeeld belastingfraude) kan het bestuursorgaan vaak ook aangifte doen, waarop justitie een strafvervolging begint. Wel geldt dan vaak het una via beginsel: het orgaan moet indien zowel een bestuursrechtelijke als een strafrechtelijke procedure openstaat voor één van beide kiezen en mag later niet op die keuze terugkomen of het een tweede keer proberen via de andere procedure (non bis in idem). Voorbeelden van bestuursrechtelijke straffen zijn:

  • Bestuurlijke boete
  • Intrekking van een vergunning

Tuchtrecht[bewerken]

Binnen het tuchtrecht worden maatregelen opgelegd binnen een bepaalde beroepsgroep wegens overtreding van de daarvoor geldende regels. Voorbeelden zijn advocaten, notarissen en artsen. De straffen worden opgelegd voor misstappen binnen de uitoefening van het beroep, zoals misbruik van bevoegdheid, nalatigheid, fraude. Voorbeelden van tuchtrechtelijke maatregelen zijn schorsing of intrekking van de beroepsvergunning of een berisping.

Collectieve straffen[bewerken]

Soms wordt een straf niet enkel aan de dader opgelegd, maar bij uitbreiding aan een groep waartoe die behoort, zoals bij Sippenhaftung aan diens verwanten, hoewel het voor die derden eigenlijk los staat van hun eigen gedrag.

Lijfstraffen[bewerken]

Een lijfstraf is een vorm van leedtoediening waarbij een persoon, al dan niet in het openbaar, lichamelijk gepijnigd wordt, met het doel hem te bestraffen en zijn gedrag te veranderen. Lijfstraffen kunnen strafrechtelijke maatregelen zijn. Hoewel ze in Europa en Amerika niet meer in het strafrecht voorkomen (afgezien van de doodstraf), zijn er nog steeds landen die gerechtelijke lijfstraffen zoals geseling toepassen. Een bijzondere vorm van de lijfstraf is de kinderlijfstraf, het pijnigen van een kind in het kader van een opvoedkundige maatregel. Naar de huidige pedagogische inzichten wordt dat veelal als mishandeling beschouwd, maar historisch en in diverse tradities was of is het nog regel. Ook in landen zonder gerechtelijke lijfstraffen, zoals de VS (volgens wetgeving van de deelstaten of op lager niveau), mogen ze soms nog worden toegepast op gezag van opvoeders, inz. thuis en/of op school.

Opvoedkundige straffen[bewerken]

Kinderstraffen[bewerken]

Kinderen worden veelal door hun opvoeders gestraft voor misstappen in een opvoedkundige context. De straf dient ter correctie van het gedrag en het doen inzien van het kind dat het gedrag verkeerd was, zodat het het niet opnieuw doet. Kinderstraffen worden het meest effectief geacht wanneer de straf direct op het vergrijp volgt.

Courante kinderstraffen zijn:

  • Bestraffend toespreken ('preek');
  • In de hoek staan of op het 'strafbankje' zitten;
  • (Tijdelijke) intrekking van zakgeld of een privilege;
  • Vroeger of zonder eten naar bed;
  • Naar de kamer sturen;
  • Huisarrest;
  • Het moeten opruimen van de gemaakte rommel;
  • Excuses laten aanbieden.

Kinderlijfstraffen worden naar huidige pedagogische inzichten en diverse (vooral Westerse) wetgevingen vaak gezien als mishandeling.

School[bewerken]

Op scholen kunnen kinderen straf krijgen voor misstappen als spijbelen, verstoring van de les, drugsgebruik, agressie en/of vernieling. Op basisscholen legt de docent de straf meestal zelf op, maar op middelbare scholen wordt de leerling meestal de klas uitgestuurd ('eruit sturen') en moet hij zich bij de directie (schoolhoofd, (con)rector, tuchtprefekt...) melden. Deze bepaalt vervolgens de straf, waarna het gebruikelijk kan zijn dat de leerling tijdens het lesuur niet meer terugkomt in de les. Schoolstraffen bestaan uit:

Een standje geven
Dit is een van de lichtste straffen. De leerling wordt, al dan niet in het bijzijn van de rest van de klas, of eventueel na de les, bestraffend toegesproken. Dit kan ook eventueel op de gang gebeuren, of door een directielid.
In de hoek staan of zitten 
De leerling wordt uit de groep verwijderd en moet apart in de hoek staan of zitten. Weliswaar wordt de leerling uit de groep verwijderd, maar iedereen kan hem in de hoek zien, wat ook een 'naming and shaming' effect oplevert. Soms werd of wordt de leerling additioneel vernederd door hem een witpapieren puntmuts te laten dragen. Bepaalde varianten, zoals de leerling urenlang of op 1 been in de hoek laten staan, kunnen gezien worden als lijfstraf en kindermishandeling.
Op de gang 
De leerling moet de klas verlaten en op de gang blijven tot de docent hem roept. Vaak zal de docent enkele minuten wachten zodat de leerling zijn zonden kan overdenken, waarna hij ook naar de gang gaat om met de leerling te praten. Na afloop van dit gesprek, waarin de leerling nogmaals duidelijk wordt gemaakt waarom hij naar de gang is gestuurd, mag de leerling terugkomen.
Het kolenhok 
In de 19e eeuw werden kinderen op school wel eens gestraft door ze een tijdje in het kolenhok op te sluiten.
Strafwerk 
De leerling moest op school of in zijn eigen tijd voor straf schriftelijk werk maken. De meest bekende variant hiervan is het schijven van strafregels, waarbij de leerling zeer vaak achter elkaar een opgelegde zin moet schrijven, die vaak belooft de misstap niet (meer) te begaan. Hij moet bijvoorbeeld 50 keer de volgende zin opschrijven: "Ik mag andere kinderen niet slaan". De leraar kan er ook voor kiezen de leerling een stuk uit het leerboek te laten overschrijven, of extra opgaven te laten maken.
De plak 
De plak was een ouderwetse kinderlijfstraf. Het was een houten plak waarmee de docent de boosdoeners voor straf een tik op de handen gaf.
De pechvogel 
Bij deze ouderwetse straf gooide de docent een vilten vogel de klas in. De boosdoener moest de vogel oprapen en terugbrengen, waarbij hij bij het presenteren van het vilten dier een klap met de plak op zijn handen kreeg.
Nablijven 
De leerling moet na schooltijd (in sommige landen zelfs op zaterdag) op school blijven. Vaak wordt hij beziggehouden met strafwerk of klusjes zoals meehelpen met schoonmaken.
Intrekking van een privilege 
Een bepaald privilege wordt tijdelijk of permanent ingetrokken. Dit kan te maken hebben met misbruik van voorgenoemd privilege. Zo kan iemand (tijdelijk) worden uitgesloten van naschoolse activiteiten zoals toneel na zich daarbij te hebben misdragen.
Niet aan een activiteit mogen deelnemen
De leerling wordt uitgesloten van een bepaalde activiteit, bijvoorbeeld de werkweek. Dit geldt, met name bij niet mogen deelnemen aan een werkweek, als een vrij zware straf.
Schorsing 
De leerling is gedurende een bepaalde tijd niet welkom op school. Dit geldt als een behoorlijk zware straf. De ouders worden in principe ook verwittigd.
Verwijdering 
Een van de zwaarste schoolstraffen is permanente verwijdering van de school. Het kind is dan in het geheel niet meer welkom en moet een andere school zoeken. Dit is nog zo makkelijk niet, want scholen staan niet te springen om leerlingen die verwijderd zijn. Vaak gaat het hier om ernstig wangedrag zoals vandalisme, diefstal of (ernstige) mishandeling. Eventueel kan dit gepaard gaan met aangifte bij de politie.
Inschakeling van de leerplichtambtenaar 
Bij langdurig of herhaaldelijk spijbelen kan de leerplichtambtenaar worden ingeschakeld, die een geldboete kan opleggen.

Werk[bewerken]

Werkgevers kunnen eveneens strafmaatregelen opleggen aan hun werknemers. Vaak is dit in een interne procedure vastgelegd, en is dit ook nodig aangezien werknemers hun straffen kunnen aanvechten tot de rechter toe, en rechters vaak korte metten maken met opgelegde maatregelen wanneer er geen procedure was die de werknemer had kunnen naslaan. Strafmaatregelen kunnen bestaan uit:

  • Een officiële waarschuwing voor lichtere vergrijpen als te laat komen, misbruik van internet of e-mail of insubordinatie;
  • Onbetaald verlof / schorsing voor recidive na een waarschuwing of wat zwaardere vergrijpen, bijvoorbeeld opzettelijk een interne procedure overtreden;
  • Demotie / degradatie voor middelzware vergrijpen of recidiveren bij lichtere vergrijpen;
  • Ontslag (op staande voet) voor ernstige vergrijpen als werkweigering, agressie, sabotage, dronkenschap of drugsgebruik;
  • Civiele aansprakelijkheidsstelling (eventueel schadevergoeding) wanneer de werknemer schade heeft geleden, of inroeping van een boetebeding uit de arbeidsovereenkomst bij vergrijpen als schending van vertrouwelijkheid, bedrijfsspionage of sabotage;

De werkgever kan er in het uiterste geval eveneens voor kiezen aangifte te doen bij justitie, bijvoorbeeld bij verduistering of fraude.

Sport en spel[bewerken]

Het woord straf wordt ook gebruikt in een sportieve of andere spelcompetitie, wanneer iets de kansen of rangschikking van een speler schaadt. Dat kan op diverse manieren, eigen aan elke discipline.

  • Soms worden zogenaamde strafpunten van de score afgetrokken; of straftijd bijgeteld: dat kan overigens allebei ook zonder dat er van een overtreding sprake moet zijn. Zo kan men bij bridge een strafdoublet geven, in de hoop dat de tegenstanders down gaan en extra veel strafpunten moeten noteren.
  • Een variant is het aanrekenen van straftijd, die wordt bijgeteld.
  • Bij voetbal kan een strafschop worden toegekend bij een overtreding, wat enkel kans biedt aan de tegenstander om een bonus te behalen (weliswaar een grote), geen garantie. Dezelfde procedure kan worden toegepast om bij gelijkspel een beslissing te forceren. Ook dan spreekt met van strafschoppen, hoewel er geen overtreding is begaan. Vergelijkbaar is de vrije worp in basketbal.

Zie ook[bewerken]