Werkstraf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een groep gevangenen omstreeks 1903 voert een werkstraf uit in een zogenoemde "Chain gang"

Werkstraf is een hoofdstraf, naast gevangenisstraf en boete, die inhoudt dat de veroordeelde tijdens zijn vrije tijd kosteloze arbeid uitvoert bij openbare diensten en vzw's.

Een synoniem voor werkstraf is taakstraf, hoewel hierbij oorspronkelijk ook een leerstraf of een combinatie van beide kan worden bedoeld. De leerstraf is echter verdwenen in Nederland uit de wet en is vervangen door gedragstrainingen. Gedragstrainingen zijn onderdeel van het overzicht bijzondere voorwaarden. Om de bijzondere voorwaarden wettelijk te verankeren is in 2010 een wijzigingsvoorstel van het Wetboek van Strafrecht ingediend bij de Tweede Kamer.

De werkstraf in België[bewerken]

De arbeid mag niet uitgevoerd worden in de vorm van een vervangingsovereenkomst en wordt bemiddeld door het Justitiehuis. De werkstraf wordt vaak uitgesproken in combinatie met begeleidende maatregelen. Wanneer de werkstraf niet naar behoren of onvolledig wordt uitgevoerd, kan er alsnog, via de probatiecommissie, een gevangenisstraf of geldboete uitgesproken worden.

De werkstraf kan 20 tot 300 uur duren, afhankelijk of ze uitgesproken wordt als een politiestraf (45 uur en minder) of als een correctionele straf (45 uur en meer). Ze wordt steeds opgelegd door een rechter bij aanwezigheid van de veroordeelde[1].

Ook minderjarigen kunnen in België van de jeugdrechter een prestatie van algemeen nut en opvoedkundige aard krijgen. De werkstraf wordt georganiseerd en opgevolgd door HCA-diensten (Herstelgericht en Constructieve Afhandelingen).

De werkstraf in Nederland[bewerken]

De werkstraf is een straf waarbij werk verricht dat ten dienste staat van de samenleving. De werkstraf heeft als doel daders weer ritme, arbeidsethos en omgaan met collega's en een leidinggevende te leren. Daarnaast voorkomt de werkstraf recidive mede omdat daders niet, eenmaal opgesloten in de gevangenis, huis en haard verliezen waardoor de kans op recidive aanzienlijk stijgt.[bron?]

In Nederland kan een werkstraf maximum 240 uur beslaan. Via de officier van justitie geldt einde 2009 nog een maximum van 120 uren. Leerstraffen worden minder vaak opgelegd. Daarvoor in de plaats zijn bijzondere voorwaarden gekomen. Op de uitvoering van werkstraffen voor volwassenen wordt toegezien door de reclassering. Reclassering Nederland houdt toezicht op de uitvoering van 30.000 tot 35.000 werkstraffen. Maar ook de Stichting Verslavingsreclassering en Leger des Heils, Jeugdzorg en Reclassering zien toe op de uitvoering van werkstraffen.

Tot 2001 was een 'taakstraf' een alternatief voor een celstraf. De veroordeelde moest zelf aan de officier van justitie voorstellen om de celstraf om te zetten in een taakstraf. Echter sinds 2001 is een taakstraf een zogenoemde hoofdstraf geworden, net zoals een celstraf. De maximale duur is in de wet vastgelegd. De taakstraf beloopt ten hoogste 480 uur, waarvan niet meer dan 240 uur werkstraf. Een leerstraf kan maximaal 480 uur duren (in dat geval kan er naast de leerstraf dus geen werkstraf opgelegd worden). In de praktijk komt een totale straf van 480 uur overigens zeer zelden voor.

Informeel wordt de term taakstraf ook wel gebruikt voor het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende maximaal 120 uur in het kader een schikking met de officier van justitie om strafvervolging te voorkomen. Formeel is dit geen straf.

Ontwikkelingen[bewerken]

2009[bewerken]

Minister Hirsch Ballin (Justitie) zond in juni 2009 een wetsontwerp voor advies aan de Raad van State, waarin wordt geregeld dat daders van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven voortaan niet meer alleen een taakstraf opgelegd kunnen krijgen. Wel is dan een combinatie met een andere straf mogelijk. Tevens wordt de mogelijkheid voor een taakstraf bij recidive beperkt. Indien een veroordeelde opnieuw eenzelfde soort misdrijf pleegt, kan niet nogmaals een 'kale' taakstraf worden opgelegd.

Het kabinet-Balkenende IV wil tegengaan dat taakstraffen worden opgelegd bij zwaardere misdrijven, namelijk die waarop als maximum een gevangenisstraf van zes jaar of meer staat en die de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig aantasten. Daders van dergelijke misdrijven zouden dan niet meer alleen een taakstraf kunnen krijgen. Wel zal het dan voor de rechter mogelijk zijn een taakstraf op te leggen in combinatie met bijvoorbeeld een (onvoorwaardelijke of voorwaardelijke) gevangenisstraf. Indien het misdrijf minder ernstig is, kan wel alleen een taakstraf worden opgelegd.

2010[bewerken]

Minister Opstelten en staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie, vertegenwoordigers van het Kabinet-Rutte I, willen dat er nooit meer een taakstraf kan worden opgelegd bij ernstige zeden- en geweldsmisdrijven en dienen op 18 november 2010 een nota van wijziging in bij de Tweede Kamer. Opstelten en Teeven vinden de taakstraf geen geschikte straf voor deze misdrijven, wel voor naar verhouding lichte strafbare feiten.[2]

Effectiviteit werkstraf[bewerken]

De Leidsche criminoloog Paul Nieuwbeerta publiceerde in 2009 een onderzoek naar de effectiviteit van de werkstraf. Hij onderzocht samen met onder meer het Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) ruim zevenduizend daders van achttien tot vijftig jaar die in 1997 een werkstraf kregen opgelegd. De groep is over een periode van acht jaar vergeleken met 3.500 daders die door de rechter tot een gevangenisstraf van maximaal zes maanden werden veroordeeld. Uit het wetenschappelijke onderzoek blijkt dat werkgestraften 47% minder vaak recidiveren dan gevangenisgestraften.[3]

Een Zwitsers experiment in 2010 toonde echter aan dat mensen die een lichte celstraf kregen niet vaker recidiveren dan mensen die een werkstraf kregen. "Het verschil met het voorgaande onderzoek was dat in dit onderzoek willekeurig een celstraf of taakstraf werd opgelegd zodat beide groepen meer op elkaar leken. In eerdere studies bepaalde de rechter wie welke straf kreeg opgelegd. Dat leidt tot een vertekend beeld, omdat rechters verdachten met relatief gunstige kenmerken eerder in aanmerking laten komen voor een taakstraf", aldus de NRC.[4]

Basisprincipes[bewerken]

Een werkstraf wordt in België uitgevoerd binnen non-profitorganisaties (zorginstellingen, clubs, verenigingen, overheidsinstanties en dergelijke).

Een werkstraf moet in de vrije tijd van de veroordeelde worden uitgevoerd. Wanneer een veroordeelde niet voldoende vrije tijd heeft, wordt hij of zij geacht deze tijd zelf vrij te maken (bijvoorbeeld verlof nemen van werk). Wanneer de werkstraf niet goed wordt uitgevoerd, kan deze alsnog in een celstraf worden omgezet.

Ook zou het tewerkstellen van werkgestraften binnen een commercieel bedrijf concurrentievervalsing teweegbrengen. Deze doelen zijn niet geheel hard te maken, want als iemand een werkstraf uitvoert in de afwaskeuken van een ziekenhuis, dan is dat in principe vaak bij een commercieel bedrijf. Veel keukens van ziekenhuizen zijn namelijk in handen van cateraars.

Een celstraf heeft een vaste verhouding van 60 uur werkstraf per maand celstraf.

In Nederland kan de werkstraf uitgevoerd worden op een individueel project zoals non-profitorganisaties (zorginstellingen, clubs, verenigingen, overheidsinstanties en dergelijke). Daarnaast heeft de reclassering eigen groepsprojecten die onder toezicht staan van een werkmeester. De medewerker werkstraffen van de reclassering bepaalt waar de veroordeelde geplaatst wordt.

Groepsprojecten[bewerken]

Zo'n 40% van de werkgestraften wordt op een groepsproject van de reclassering geplaatst. Groepsprojecten staan onder leiding van werkmeesters van de reclassering. De werkgestraften werken bijvoorbeeld in de groenvoorziening, onderhouden parken en plantsoenen, groenstroken en rapen vuil. Ook wordt er werkgestraften te werk gesteld in natuurgebieden.

Individuele projecten[bewerken]

Zo'n 60% van de werkgestraften wordt op een individueel project geplaatst, zoals in een spoelkeuken van een bejaardentehuis.

Ontwikkelingen in 2009[bewerken]

Minister Hirsch Ballin (Justitie) zond in mei 2009 een wetsontwerp voor advies aan de Raad van State, waarin wordt geregeld dat daders van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven voortaan niet meer alleen een werkstraf opgelegd kunnen krijgen. Wel is dan een combinatie met een andere straf mogelijk. Tevens wordt de mogelijkheid voor een werkstraf bij recidive beperkt. Indien een veroordeelde opnieuw eenzelfde soort misdrijf pleegt, kan niet nogmaals een 'kale' werkstraf worden opgelegd.

Het kabinet Balkenende IV wil tegengaan dat werkstraffen worden opgelegd bij zwaardere misdrijven, namelijk die waarop als maximum een gevangenisstraf van zes jaar of meer staat en die de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig aantasten. Daders van dergelijke misdrijven zouden dan niet meer alleen een werkstraf kunnen krijgen. Wel zal het dan voor de rechter mogelijk zijn een werkstraf op te leggen in combinatie met bijvoorbeeld een (onvoorwaardelijke of voorwaardelijke) gevangenisstraf. Indien het misdrijf minder ernstig is, kan wel alleen een werkstraf worden opgelegd.

Externe links[bewerken]

Noot
  1. Wet tot invoering van de werkstraf als autonome straf in correctionele zaken en in politiezaken: http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&table_name=wet&cn=2002041733
  2. Streep door taakstraf bij ernstige zeden- en geweldsmisdrijven Rijksoverheid.nl, nieuwsbericht, 18 november 2010
  3. Paul Nieuwbeerta: Recidive na werkstraffen en na gevangenisstraffen
  4. NRC d.d. 3 juni 2010: Taakstraf niet beter dan korte celstraf