Schadevergoeding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Schadevergoeding is de prestatie die men moet verrichten om andermans schade te vergoeden. De verplichting tot schadevergoeding komt voort uit aansprakelijkheid.

Reden voor het toekennen van schadevergoeding[bewerken]

In beginsel draagt iedereen zijn of haar eigen schade. In Nederland zijn de meeste mensen overigens verzekerd, maar dit doet niet af aan deze regel. Soms wordt het echter onredelijk geacht om iemand zijn of haar eigen schade te laten dragen, bijvoorbeeld als deze door een ander is veroorzaakt of voor rekening komt van een ander. Als Jan met zijn auto Piet aanrijdt, zal hij aan Piet zijn schade die hij lijdt moeten vergoeden. Aangezien Jan dit waarschijnlijk niet uit zichzelf zal doen, zal Piet of zijn advocaat hem daartoe moeten aanspreken. Daarom spreekt men ook van aansprakelijkheid.

In het Angelsaksische systeem bestaat naast de eerstgenoemde reden ook de mogelijkheid tot het indienen van een punitieve schadeclaim (Amerikaans-Engels: punitive damages, Brits-Engels: exemplary damages). Hierbij is het doel niet om de benadeelde in zijn of haar uitgangspositie te herstellen, maar om de benadeler te straffen voor het veroorzaken van de schade. Schadeclaims kunnen hierdoor substantieel hoger uitpakken.

Vorm van schadevergoeding[bewerken]

In beginsel vindt schadevergoeding plaats in geld. Sinds het arrest Pos/Van den Bosch kan schadevergoeding echter ook in een andere vorm gevorderd worden, als dat opportuun is. Dat is inmiddels gecodificeerd in artikel 103 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Matiging en vermindering[bewerken]

Voor de meeste soorten aansprakelijkheid komt in beginsel de hele schade voor vergoeding in aanmerking. Op grond van artikel 6:109 BW kan de schade gematigd worden, als dat vanwege de aard van de aansprakelijkheid, de tussen partijen bestaande rechtsverhouding en de draagkracht van partijen nodig is.

Op grond van artikel 6:101 BW kan de vergoedingsplicht ook worden verminderd of zelfs helemaal vervallen als de benadeelde ook eigen schuld heeft aan de gebeurtenis waarvoor aansprakelijkheid bestaat. In principe dragen partijen dan bij naar evenredigheid met de mate waarin de omstandigheden waarvoor zij ieder aansprakelijk zijn, hebben bijgedragen tot de schade. Daar kan van worden afgeweken als de ernst van de fouten dat eist.

De definitie en de soorten schade[bewerken]

Er bestaan verschillende soorten schade. Schade wordt meestal gezien als het verschil tussen je (nadeliger) positie die je hebt door het schadebrengende feit, en de positie die je anders zou hebben gehad.

Een manier om schade in te delen is in:

  • Vertragingsschade. Bijvoorbeeld: Henk krijgt te laat betaald. De schade is de gemiste rente, die wordt vastgesteld op de wettelijke rente;
  • Vervangingsschade. Bijvoorbeeld: Henk koopt een koe die ziek is en overlijdt, en moet een nieuwe kopen. De schade is dus de prijs van de nieuwe koe;
  • Gevolgschade. Bijvoorbeeld: De zieke koe steekt de hele stal aan, en alle koeien worden geruimd. De schade is de prijs van een stal nieuwe koeien plus overige kosten.

Men kan schade ook indelen in economische schade, personenschade en zaakschade. Personenschade is schade die lichamelijk en geestelijk aan een mens wordt berokkend en weegt dus het zwaarst. Zaakschade is de schade door het beschadigen van een zaak, en economische schade is meestal gederfde winst (omzetschade).

Daarnaast bestaat er immateriële schade, vaak ook aangeduid als smartengeld. Dit wordt onderverdeeld bij Personenschade.

Ingewikkelde vormen van schade[bewerken]

Verder bestaat er ook schade die slechts gedeeltelijk is veroorzaakt door één ander. Dit is aanleiding tot een stortvloed aan wetgeving en jurisprudentie. Interessante vraagstukken zijn onder andere:

  • De aansprakelijkheid van alle maten in een maatschap voor schade toegebracht door één maat;
  • De aansprakelijkheid van 1 voetbalsupporter die toevallig in de kladden is gegrepen toen 300 supporters winkelruiten intrapten (uiteraard beweert deze supporter dat hij toevallig niets deed);
  • De aansprakelijkheid van de Franse kalimijnen aan de Rijn voor verzouting van grondwater in Nederland waar ze slechts voor een deel verantwoordelijk voor zijn.

Een ander probleem is de beroepsaansprakelijkheid voor artsen, advocaten en andere beroepsbeoefenaars. Een arts maakt bijvoorbeeld een medische fout en de patiënt overlijdt. Dat wordt ook wel een Kunstfout genoemd. Voorbeelden zijn een gemiste diagnose, een fout bij een operatie of het toedienen van de verkeerde medicijnen. Maar zijn er geen andere oorzaken? Een advocaat laat een beroepstermijn verlopen en de zaak wordt daardoor verloren. De klant spreekt de advocaat aan. Maar zou hij de zaak anders wel gewonnen hebben?

Ook komt het soms voor dat volgens de wet een ander dan de veroorzaker van de schade aansprakelijk is. Er moet dan natuurlijk wel een reden zijn voor de aansprakelijkheid, bijvoorbeeld:

  • De ouders voor hun kind;
  • De school voor zijn leerlingen;
  • De werkgever voor zijn werknemers;
  • De opdrachtgever voor de niet-ondergeschikte, die werkzaamheden voor het bedrijf van de opdrachtgever verricht;
  • De bezitter van een dier.

Boetebeding[bewerken]

Veel bedrijven lijden schade als hun (ex-)werknemers concurrentiegevoelige geheimen uitlekken, of zelf in concurrentie treden met hun (ex-)werkgever. In hun arbeidscontract wordt dergelijke schade gefixeerd door een boetebeding. Dit houdt in dat de partij een bedrag, bijvoorbeeld € 5000, moet betalen per overtreding. De opsteller van het boetebeding bespaart zichzelf hier lastig rekenwerk mee, wie schade veroorzaakt weet waar hij aan toe is, en heeft weinig verweer, want het staat zwart op wit en hij heeft zijn naam eronder gezet. Als de schade groter is zou een boete aantrekkelijk kunnen worden. Om dit te voorkomen kan bovenop de boete nog extra schadevergoeding worden geëist.

Grenzen[bewerken]

Ook speelt vaak de vraag in hoeverre men schadevergoeding mag toekennen. Heeft een vrouw die een hartaanval krijgt doordat ze getuige is van een verkeersongeval recht op schadevergoeding? "Ja", zei de Hoge Raad. En iemand die een neurotische behoefte aan schadevergoeding ontwikkelt? "Ja, zolang hij zich voor deze aandoening (renteneurose) onder behandeling stelt", zei de Hoge Raad (renteneurose-arrest). In de werkgeversaansprakelijkheid voor veiligheid op het werk gaat de Hoge Raad heel ver. Ook kinderen in het verkeer worden vergaand beschermd. In veel landen is dit zo geregeld, omdat men daarmee het aantal ongelukken hoopt terug te dringen: automobilisten passen wel dubbel op! De grens is hier "aan opzet grenzende roekeloosheid" wat bijna niet te bewijzen is. Immateriële schade wordt echter alleen vergoed in een aantal in de wet genoemde gevallen (zoals opzettelijke laster of smaad, of het besmeuren van de nagedachtenis van een overledene, art 6:106 BW)

Voor affectieschade of genegenheidsschade bestaat in Nederland geen vergoedingsplicht. Men kan denken aan psychische schade die een gevolg is van het overlijden van een naaste of letsel van een naaste. Er is discussie of de wetgeving aansluit bij de behoeften in de samenleving. Daarnaar stelt de VU in opdracht van het Ministerie van Justitie een onderzoek in, waarvan het eerste voorlopig rapport in 2007 is gepubliceerd.

In een land waar veelvuldig hoge schadevergoedingen worden toegekend, loopt het risico dat er een claimcultuur ontstaat, zoals in de Verenigde Staten. Het adagium "ieder draagt zijn eigen schade" wordt dan "schade wordt vergoed, tenzij....".

Leedtoevoeging[bewerken]

In sommige landen bestaat schadevergoeding niet alleen uit vergoeding van de daadwerkelijke schade, maar ook uit een deel dat toegevoegd wordt als boete. In het Engels wordt dit omschreven als punitive damages wat zoveel betekent als een "bestraffende schadevergoeding". De bedoeling van een dergelijke schadevergoeding is niet alleen het herstellen van de schade maar ook het geven van een signaal dat de acties die tot de schadevergoeding hebben geleid. In de meeste Europese landen komt dit niet voor en heeft schadevergoeding een zuiver reipersecutoir karakter. Een eventuele boete wordt dan in het strafrecht geregeld en komt niet ten goede aan de benadeelde. Een extra "civiele" boete is dan niet mogelijk vanwege het ne-bis-in-idembeginsel.

Zie ook[bewerken]