Handhaving

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Handhaving heeft verschillende betekenissen. Eén daarvan is het door de overheid toezicht houden op en zo nodig afdwingen van de naleving van door haar gestelde regels. Handhaving is nauw verwant aan het begrip onderhoud zoals uit de nadere omschrijvingen en voorbeelden zal blijken.

Inhoud

[bewerken] Voorbeelden van handhavingstaken

  • Bouwbedrijven voor de constructieve veiligheid van het bouwwerk.

Ook allerlei andere organisaties dan de overheid hebben handhavingstaken. Om slechts enkele voorbeelden te noemen:

  • Huiseigenaren/woningcorporaties voor het handhaven van de huisregels, voor de staat van onderhoud van hun woningen en het in toom houden van overlast. Wanneer dit ernstig tekortschiet, bleek de kantonrechter van Tilburg in juni 2007 zelfs een korting op de huur te hebben voorgeschreven wegens een zogenaamd gebrek aan de woning.
  • Lokale overheden voor de veiligheid en het schoonhouden van de openbare ruimte.
  • Preventie van overtredingen door goede voorlichting.
  • Scholen bij het luizenbeleid en het anti-pestbeleid.
  • Vervoersbedrijven voor het betalen van de ritprijs, de veiligheid tijdens de rit en bij het in- en uitstappen.
  • Werkgevers in het algemeen voor het naleven van de regels voor de arbeidsomstandigheden.
  • Ziekenhuizen en verpleeghuizen voor de handhaving van de hygiëne en het voorkómen van doorligwonden.

Onder het trefwoord toezicht zijn in deze Wikipedia tal van instituten te vinden die door de overheid zijn aangesteld om op specifieke terreinen voor een goede handhaving te zorgen.

[bewerken] Het belang van handhaving, slagen en falen

In het algemeen is handhaving gericht op het creëren en in stand houden van veiligheid, leefbaarheid, gezondheid, welzijn, goede sociale verhoudingen en dergelijke. Zo is het naleven van de verkeersregels van cruciaal belang om veilig van de ene naar de andere plaats te komen. En zo noteerde Judith de Jong [1] dat een net vernieuwde wijk gewoon het best op peil kan worden gehouden met goed onderhoud, goede handhaving en goed beheer. Gebeurt dit niet, dan zet het verval al weer in als de steigers van de stedelijke vernieuwing nog maar amper weggehaald zijn. Ook kan een al te beperkte vorm van handhaving de deur openen naar een zogenaamd waterbed-effect: de verschuiving van problemen of risico's van de ene naar de andere situatie.

De Amerikaanse oud-minister Robert Reich betoogde in een interview[2] dat maatschappelijke waarden en milieudoelstellingen alleen gediend kunnen worden wanneer wetten en verdragen richting geven aan het gedrag van producenten, handelaren en consumenten. De praktijk van alledag leert immers dat alle drie deze partijen vooral letten op het kortetermijn gewin, dat vaak weinig rekening houdt met maatschappelijke en milieuwaarden en wat wel meer productiviteit maar minder democratie oplevert.

Waar de overheid of andere belangrijke organisaties hun regels niet of minder handhaven, is sprake van gedoogbeleid of — ook wel: een 'geringe pakkans' en ligt verloedering op de loer. Een al te afstandelijke lokale overheid ontlokte bij burgers al eens de neiging om hun wijkagent liever 'ontwijkagent' te noemen[3]. In feite wordt het dan aan burgers overgelaten, naar de rechter te stappen om overtredingen van anderen te doen stoppen of schadevergoeding te proberen te krijgen. Voorbeelden hiervan zijn wel eens te zien in het bekende Nederlandse televisieprogramma De Rijdende Rechter. Burgers ergeren zich in dergelijke gevallen aan het feit dat zij twee keer betalen:

  • de eerste keer voor de overheid die geacht wordt haar taken goed uit te voeren, en
  • de tweede keer voor het zelf proberen hun recht te halen.

Zeker wanneer de overheid de handhaving sterk verwaarloost, wordt de kans groter dat burgers in probleemsituaties eigen rechter gaan spelen of zich gedwongen voelen, anderen op hun eventuele ongewenste gedrag aan te spreken, met soms fatale gevolgen. Hoe groot de kans op misverstanden daarbij wel is, heeft Hermans indringend beschreven in zijn boek Dialoog en misverstand [4], vooral in hoofdstuk 4: De alomtegenwoordigheid van misverstanden. Als misverstanden ook maar een beetje uit de hand lopen, lijkt de kans groot dat álle daarbij betrokken partijen respect verliezen: de verantwoordelijke overheidsinstantie, de min of meer toevallig aanwezige burger, en noem maar op.

Een aspect waarbij vaak onduidelijk is wie moet handhaven, is de leefbaarheid van buurten. Ook dat werkt misverstanden en verloedering in de hand. Stadsdeelbestuurder Wirnkar [5] wees op de smerigheid in de Amsterdamse metro en spreekt over sociale en culturele degradatie. Volgens Wirnkar symboliseert de metro het onvermogen van beleidsmakers en managers om echte problemen op te lossen. Hij ziet het ook als een groot gebrek aan beschaving, fatsoen en sociale controle.

Het is een oude, haast universele wijsheid: "It takes a village to raise a child". De opvoedende en handhavende taak van buurtbewoners is tamelijk vaag, maar tegelijk heel belangrijk. Echter, in de openbare ruimte werden in de afgelopen jaren jonge overlastgevers steeds minder door buurtgenoten aangesproken. Als een belangrijke oorzaak daarvoor noemde Irion[6], dat veel mensen in de buurten het vertrouwen in het gezag hebben verloren. De terugtredende overheid betaalt nu particuliere bedrijven in een Amsterdamse wijk om de problemen in de openbare ruimte terug te dringen en de ouders op hun opvoedingsverantwoordelijkheid aan te spreken. Dan resteert nog wel de vraag, hoe het vervolgens met het gezag van de overheid verder gaat.

Het chaotische rijgedrag van heel veel fietsers in grote steden is een ander voorbeeld, om maar te zwijgen over dat van automobilisten. De vraag kan gesteld worden welke invloed dergelijk gedrag in de openbare ruimte heeft op kinderen. Waarschijnlijk is bovendien dat 95% van de bevolking meent dat zij behoren tot die 5%, die zich in allerlei opzichten aan de regels houdt.

Hoe cynisch ook: ernstige verloedering vergroot wel de kansen op pogingen tot verbetering. Zo stelde hoogleraar en wethouder Dominic Schrijer[7] dat een gevoel van urgentie de belangrijkste succesfactor is voor stadsvernieuwing. Dat is wel gebleken in het Amsterdamse stadsdeel Westerpark dat na ernstige verloedering in de statistieken van de gemeente Amsterdam in 2007 het meest sprekende voorbeeld van succesvolle stedelijke vernieuwing is: de leefbaarheid ging er met sprongen vooruit. Niet helemaal onbekend is de volgende cyclus:

1. Verwaarlozing (soms misschien wel grove nalatigheid) van een buurt of wijk.
2. Media en overheden die zo'n situatie als het ware de grond in schrijven.
3. Sloop en nieuwbouw.

[bewerken] Voorwaarden voor een goede handhaving

Voor een effectieve handhaving is vereist dat de regels zodanig duidelijk zijn verwoord dat een relatieve buitenstaander daarmee kan vaststellen of een gebeurtenis of situatie voldoet aan die omschrijving. Een extreme vorm van handhaving is nultolerantiebeleid, waarbij de geringste afwijking van de norm hard wordt afgestraft. Een erg letterlijke toepassing van regels komt echter gemakkelijk in conflict met de eisen van redelijkheid en billijkheid. Wanneer toezichthouders rechtsregels niet hanteren overeenkomstig de bijbehorende doelen, kan dat gezien worden als overtreding van het verbod op détournement de pouvoir. Het is dan ook van groot belang dat de handhaver een goed besef heeft van het doel van de regels. De dilemma's hierbij zijn nogal eens onthutsend duidelijk in bijvoorbeeld een tv-programma als 'Blik op de weg'. De goedwillende burger die bij een futiele overtreding zonder pardon op de bon geslingerd wordt, verbaast zich hogelijk over de pedagogische aanpak van agressieve automobilisten in het tv-programma, vooral wanneer een aso-rijder daarna zonder bon kan doorrijden. Niekus en Oosterling reageerden in 2007 met hun website op wat zij zien als te ver doorgeschoten handhaving, als 'politie-intimidatie'. In september 2007 leidden enkele voorvallen in die sfeer tot het produceren van een website en diverse artikelen en ingezonden brieven in Het Parool.

Bijna net als onderhoud en beheer vergt handhaving toewijding, deskundigheid, inzicht en overzicht in de situatie, duidelijke bevoegdheden en moed. Het Vakblad Handhaving vermeldde in 2004[8] de vijf O’s waar elke handhaver aan zou moeten voldoen: overtuigingskracht, oordeelsvorming, onafhankelijkheid, omgevingsbewustzijn en op-het-doel-af-gaan.

Als ook maar één van dergelijke voorwaarden ontbreekt, dan verslonst de boel. Het is ook in zoverre een probleem dat mensen in de afgelopen tweehonderdduizend jaar getraind zijn om zo veel mogelijk te eten en vooral: zo min mogelijk in actie te komen. Onze moeilijke verhouding met handhaving wordt wel heel duidelijk wanneer we zien hoe vaak burgers of politici vragen om (nieuwe, extra) maatregels terwijl die er eigenlijk al zijn, maar ze niet worden gehandhaafd.

Een goede handhaving kan al in de ontwerpfase van een product of project verloren gaan:

  • Bij diverse garages valt te beluisteren dat de monteur uw auto ook heel mooi vindt maar dat het een crime is om er aan te moeten sleutelen. Dat de ontwerper dáár niet goed over heeft nagedacht. Om nog maar te zwijgen over de auto's waarbij de eigenaar onderweg onmogelijk zelf een defect lampje kan verwisselen.
  • In een startnotitie van een stadsdeel[9] viel te lezen dat het eindresultaat (!) van een proces om parkeerproblemen op te lossen is: "een parkeerbeleid beschreven in een beleidsnota". Het zal wel niet zo bedoeld zijn, maar er wordt nogal eens opgemerkt dat raads- en kamerleden het wel voldoende lijken te vinden als er een wet of beleidsstuk is geproduceerd.
  • Zo vermeldde de Volkskrant in juni 2007[10] dat plannenmakers er bij ruimtelijke plannen voor de stad keer op keer achter komen dat ze voor de openbare ruimte iets 'vergeten' zijn. "Hoogstens zijn de kosten voor de aanleg meegenomen, maar het onderhoud en beheer al helemaal niet." In de projectmanagementliteratuur heet zoiets 'Price to win' (verzwijg of minimaliseer kosten om het project binnen te halen).

[bewerken] Referenties

  1. Jong, Judith de (2007) “De particuliere aanpak”, Het Experiment, jrg. 23, nr. 2, pp. 8-10.
  2. De Volkskrant (2008) Het autoritaire kapitalisme komt op, 19 januari 2008, pag. 7.
  3. TV-uitzending, winter 2006-2007. Een soortgelijke melding maakt een ingezonden brief in Het Parool van 10 april 2008, pag. 35: Pas als ze zelf wordt bedreigd, grijpt politie in.
  4. Hermans, Hubert J.M. (2006) Dialoog en misverstand. Soest: Uitgeverij Nelissen.
  5. Het Parool van 27 april 2007.
  6. Interview in De Ochtenden, op Radio 1, woensdag 13 juni 2007, 09:00 - 09:30 uur.
  7. Reimerink, Letty (2007) “In mijn ambitie om dingen voor elkaar te krijgen kan ik soms een beetje drammerig worden”, Het Experiment,jrg. 23, nr. 2, p. 2.
  8. Vakblad Handhaving (2004) “Handhaver moet schaap met vijf poten zijn”, mei/juni 2004
  9. Stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer (2007), Startnotitie Parkeernota, Amsterdam, p. 4
  10. De Volkskrant (2007) Hoe maken we steden voor iedereen?, Het Betoog, 2 juni 2007, p. 2.

[bewerken] Externe links

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren