Transactiekosten
Met transactiekosten wordt in de economie en gerelateerde disciplines de kosten bedoeld die moeten worden gemaakt om tot een transactie te komen.
Voorbeeld [bewerken]
Bijvoorbeeld wanneer men een aandeel koopt/verkoopt dan betaalt men commissies aan de broker; deze commissies zijn de transactiekosten om tot een deal te komen. Of wanneer men een spatel koopt in de winkel, dan is de prijs van de spatel niet enkel de prijs van het product maar ook de energie en moeite die het kost om te besluiten welke het beste aan uw eisen voldoet, waar u het moet kopen, tegen welke prijs, de vervoerskosten die u maakt van uw huis naar de winkel, de tijd die u in de rij staat etc. Al deze bijkomende kosten zijn transactiekosten. Wanneer men een transactie evalueert, dient men ook deze kosten in beschouwing te nemen omdat deze in bepaalde gevallen significant kunnen zijn.
Drie soorten transactiesoorten [bewerken]
Enkele transactiekosten zijn bekend onder hun eigen definitie:
- ”Zoek en informatiekosten” zijn kosten die men moet maken om uit te vinden of een product beschikbaar is, waar het beschikbaar is, waar men het tegen de laagste prijs kan vinden etc.
- ”Contractkosten” zijn the kosten om tot een overeenkomst te komen met een andere partij in de transactie, het opstellen van een contract etc. Dit wordt in game theory geanalyseerd in "game of chicken". Op de effecten markten is het verschil tussen de bied en laat prijzen de transactiekosten.
- ”Controle en nalevingkosten” zijn de kosten die moeten worden gemaakt om er zeker van te zijn dat alle partijen zich aan de voorwaarden in het contract houden, en de kosten die men maakt om actie te ondernemen tegen een partij die zich niet aan de voorwaarden houd, bijvoorbeeld juridische kosten.
Geschiedenis [bewerken]
De term "transactiekosten" is veelvuldig gebruikt door Ronald Coase, hij gebruikte het voor het ontwikkelen van een theoretisch raamwerk om te bepalen wanneer een economische taak zou worden uitgevoerd door bedrijven, en wanneer ze zouden worden uitgevoerd in de markt. Echter, hij gebruikte de term niet in zijn werken tot 1970. In plaats daarvan refereerde Coase naar "costs of using the price mechanism” (kosten voor het gebruik van het prijsmechanisme) in zijn artikel uit 1937 "The Nature of the Firm”. Hierin sprak hij voor het eerste sprak over het concept van transactiekosten, later in zijn artikel "The Problem of Social Costs” (1960) refereert Coase naar "Costs of Market Transactions”. De term "Transaction Costs” kan worden teruggeleid naar de monetaire economische literatuur uit de vijftigerjaren, en is niet specifiek door een enkel individueel gedefinieerd. [1]
Het concept van transactiekosten werd breed bekend door Oliver E. Williamson’s werk "Transaction Cost Economics”. Vandaag de dag worden transactiekosten gebruikt voor het verklaren van gedrag, niet alleen wordt een transactie gezien als kopen en verkopen, maar ook allerdaagse interacties zoals bijvoorbeeld het uitwisselen van cadeaus. Oliver E. Williamson ontving in 2009 de Nobelprijs voor de Economie.[2]
Volgens Williamson zijn de determinanten van transactiekosten: frequentie, transactiespecifieke investeringen, onzekerheid, beperkte rationaliteit en opportunistisch gedrag.
Er bestaan twee definities van "transactiekosten” die breed worden toegepast in de literatuur. Transactiekosten zijn breed gedefinieerd door Steven N.S. Cheung als alle kosten die ondenkbaar zijn in een Robinson Crusoë-economie. In andere woorden, alle kosten die ontstaan door de aanwezigheid van instituten. Andere economen definiëren het strikter en nemen de interne kosten van een organisatie niet in beschouwing.[3] De laatste definitie sluit aan op Coases vroege analyse van de "costs of the price mechanism” (kosten van het prijsmechanisme) en de originele definitie van de term als kosten voor handel in de markt.
Bronnen, noten en/of referenties
|