Fronton (bouwkunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Onderdelen van het Hoofdgestel: A:Zuil of Pilaster, B:Kapiteel, C:Abacus of Impost, D:Architraaf, E:Triglyph en Metope, F:Geison, G:Timpaan of Fronton, H:Cimaas, I:Akroterion
Diverse soorten fronton

Het fronton is in de bouwkunde de bekroning van een gevel, venster of ingang in driehoeks- of segmentvorm.

In de Klassieke Bouwkunst (Grieken en Romeinen) werd het fronton vaak in de voorgevel gebruikt om de ingangspartij te benadrukken. Gebouwen die later zijn gebouwd in een classicistische en neoclassicistisch stijl, hebben vaak een fronton. Het Paleis op de Dam en Koninklijk Theater Carré in Amsterdam zijn twee voorbeelden hiervan.

Diverse typen[bewerken]

Het fronton werd in de klassieke Griekse architectuur toegepast. Bij de barokke architectuur werd ook wel het gebroken fronton toegepast (zie: type 4 en 5). Hierbij werd het middendeel van het fronton niet aangebracht, zodat enkel de linker- en rechterkant van het fronton aanwezig waren als twee driehoekige structuren. Daar tussenin werden dan weer versieringen aangebracht. Een variant van het gebroken fronton is een structuur waarbij geen doorbroken driehoek wordt toegepast, maar een doorbroken fronton met ronde bovenkant, zoals type 3.

Soms worden de woorden "fronton" en "timpaan" door elkaar gebruikt. Een timpaan is ook een versierend element in de architectuur, veelal bij kerken, maar stamt uit de Middeleeuwen.

Antieke en minder antieke frontons[bewerken]