Kaneel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaneel
uit Koehler (1887)
uit Koehler (1887)
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Magnoliiden
Orde: Laurales
Familie: Lauraceae
Geslacht: Cinnamomum
Soort
Cinnamomum verum
J.Presl (1825)
jong blad van kaneelboom
jong blad van kaneelboom
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Kaneel is een in de keuken gebruikte specerij. Het bestaat uit de binnenbast van de scheuten van de kaneelboom, (Cinnamomum verum, synoniem: Cinnamomum zeylanicum). Er bestaan vele varianten, maar de belangrijkste zijn de Ceylonkaneel en de cassia of kassie (Cinnamomum aromaticum, synoniem: Cinnamomum cassia). Cassia is wat branderiger en zoeter dan Ceylonkaneel. Kaneel wordt in stokjes verkocht. Het kaneelpoeder dat in de keuken wordt gebruikt bestaat meestal uit gemalen cassia waar soms wat gemalen kaneel aan toegevoegd is.[bron?]

Toepassing[bewerken]

Kaneelstokjes.
Kaneelpoeder.

Kaneel wordt meestal gebruikt als smaakmaker in zoete gerechten, zoals appelmoes of stoofperen, en in vele soorten gebak. Warme rijst met boter, suiker en kaneel is in sommige gezinnen een door kinderen zeer gewaardeerd dessert. Traditioneel wordt kaneel ook in snoep gebruikt, bijvoorbeeld in kaneelstokken, die op de kermis nog wel verkocht worden. Kaneel wordt sinds het eind van de twintigste eeuw ook gebruikt als smaakmaker in thee of koffie.

In India wordt kaneel (eigenlijk alleen de cassia) in allerhande vlees- en groentegerechten gebruikt. Kaneel is dan een onderdeel van het kerriemengsel.

Verder wordt kaneel toegepast in likeur, bijvoorbeeld Bénédictine. De etherische olie van de bast en het blad van de kaneelboom wordt wel gebruikt in parfums.

Kaneel bevat de stoffen coumarine en safrol[1] welke bij dierproeven en ander onderzoek gentoxisch blijken te zijn en daarmee mogelijk kankerverwekkend. Of kaneel daarmee kankerverwekkend voor mensen is moet uit nader onderzoek blijken. Het is vooral de Cassia kaneel die veel coumarine bevat (2g/kg). Ceylon kaneel bevat van deze stof slechts 0,02g/kg.[2]

Productie[bewerken]

De kaneelboom groeit alleen in een tropisch klimaat, en dan het liefst aan de kust. De struik wordt twee tot drie maal per jaar gesnoeid, en daarbij laag gehouden. Van de 2 meter lange scheuten van ongeveer anderhalf jaar oud wordt de bast geoogst. Daarna wordt de schors en de middenbast verwijderd. De dunne binnenste bast blijft over. Die rolt zich vanzelf op. Daarna worden de rolletjes gedroogd. Bij het drogen verkleuren de stengels naar de typische geel-bruine kleur.

De totale kaneelproductie bedroeg in 2011 ongeveer 197.000 ton. De belangrijkste producenten van kaneel zijn: Indonesië, China, Vietnam en Sri Lanka. Deze landen produceren gezamenlijk meer dan 99% van al het kaneel. Andere producenten met een productie van 100 ton of meer zijn: Madagaskar, Oost-Timor en Grenada.[3]

Geschiedenis[bewerken]

De naam kaneel is afkomstig uit het Latijn, "canella", "stokje".

Rond 2800 voor Christus wordt kaneel al genoemd in het kruidboek van de Chinese Keizer Shennung. Ook in het oude Egypte was kaneel al bekend. Het werd gebruikt in parfum.

Ook in de Bijbel was kaneel bekend. Het werd zo hoog gewaardeerd, dat kaneel zelfs een waardig geschenk kon zijn voor koningen en andere hoogheden. Kaneel wordt genoemd in Exodus 30: 23-25. Mozes wordt opgedragen om zowel zoete kaneel als cassia te gebruiken voor de zalfolie van het tabernakel: "Neem gij van de edelste specerijen: van fijne mirre vijfhonderd sikkelen, van geurige kaneel half zoveel, tweehonderd vijftig sikkelen, van keurigen kalmus tweehonderd vijftig, van kassie vijfhonderd sikkelen, en wel heilige sikkelen, op een stoop olijfolie. Maak daarvan heilige zalfolie, als een allerkeurigst mengsel van den specerijbereider; heilige zalfolie zal het zijn."

Vanaf 1580 hadden de Portugezen de heerschappij over Ceylon (het latere Sri Lanka), en daarmee het monopolie op de kaneelhandel. Zij legden het eiland een schatting op van 125 ton kaneel per jaar. De koning van Kandy riep vervolgens de hulp in van de Hollanders. Hiermee ging het kaneelmonopolie over in Hollandse handen. In 1765 begon men op Ceylon voor het eerst kaneel te verbouwen op plantages. In 1796 veroverden de Engelsen het eiland. Het monopolie op de kaneelhandel kwam vanaf dat moment in Engelse handen, totdat de Nederlanders er in Indonesië in slaagden om ook daar kaneelplantages aan te leggen. Sindsdien exporteert Indonesië ongeveer 8000 ton kaneel per jaar.

Zie ook[bewerken]

Kijk voor nog meer kruiden en specerijen bij: kruid.

  1. Bundesinstitut für Risikobewertung :: Consumers, who eat a lot of cinnamon, currently have an overly high exposure to coumarin
  2. http://www.bfr.bund.de/cm/343/verbraucher_die_viel_zimt_verzehren_sind_derzeit_zu_hoch_mit_cumarin_belastet.pdf
  3. FAOSTAT