Pieter Coecke van Aelst

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pieter Coecke van Aelst
Hieronymus Wierix. Portret van Pieter Coecke van Aelst
Hieronymus Wierix. Portret van Pieter Coecke van Aelst
Persoonsgegevens
Geboren 14 augustus 1502, Aalst
Overleden 6 december 1550, Brussel
Beroep(en) architect, beeldhouwer, prentkunstenaar, schilder, auteur, tekenaar
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1517-1550
Stijl(en) Renaissance
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Pieter Coecke van Aelst (Aalst, 14 augustus 1502 - Brussel, 6 december 1550) was een Vlaams schilder, beeldhouwer, architect, prentkunstenaar, auteur en tekenaar. Hij ontwierp verder wandtapijten en werkte met gebrandschilderd glas. Pieter Coecke van Aelst was actief in Antwerpen en Brussel en was hofschilder van Keizer Karel V.

Levensloop[bewerken]

Men neemt aan dat Pieter Coecke van Aelst van 1517 tot 1521 een leerling was van Bernard van Orley in Brussel alhoewel er geen bewijzen zijn voor deze leertijd. Hij verbleef midden jaren '20 enige tijd in Italië waar hij kennis maakte met de Italiaanse renaissancekunst. In 1527 werd hij lid van het Antwerpse Sint-Lucasgilde en in 1533 vertrok hij voor een jaar naar Constantinopel in een mislukte poging zakenrelaties te verwerven voor zijn tapijten.

Coecke zette in 1544 een atelier op in Brussel waar hij o.a. zijn schilderijen, prenten en tapijt ontwerpen realiseerde. Van Aelst trouwde twee keer, eerst met Anna van Dornicke (stierf in 1529). Zijn eerste vrouw was de dochter van de Antwerpse schilder Jan Mertens van Dornicke, een van de meest succesvolle schilders in Antwerpen. Zijn schoonvader was mogelijk ook zijn leraar. Er werden twee kinderen uit dit eerste huwelijk geboren, Michiel van Coecke en Pieter van Coecke II. De laatste was een schilder. Na de dood van zijn eerste vrouw had van Aelst een affaire met Anthonette van der Sandt. Het paar trouwde nooit, maar uit hun verhouding werden één dochter, Antonette, en ten minste één zoon, Pauwel of Pauwels, geboren. Hij trouwde later met Mayken Verhulst, een schilderes van miniaturen. Het paar had drie kinderen, één zoon genaamd Pauwel (hoewel hij al een zoon met deze naam had), en twee dochters genaamd Katelijne en Maria (of Mayken).

Pieter Brueghel de Oude was mogelijk een gezel in van Aelst's atelier en trouwde in 1563 met van Aelst's dochter Mayken. Andere leerlingen waren Willem Key, Nicolas de Neufchâtel, Hans Vredeman de Vries, Gillis van Coninxloo, Michiel Coxcie, en zijn zonen Pieter II, Michiel en Pauwels.

Coecke heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het verspreiden van de Renaissance naar het Noorden met zijn werken maar ook door zijn boeken. Hij vertaalde Sebastiano Serlio's Libri d'architettura dat in 1539 werd gepubliceerd. Zijn leerling Hans Vredeman de Vries heeft een belangrijke rol gespeeld in de verdere verspreiding van Serlio's renaissancistische ideeën ten noorden van de Alpen. Een Engelse editie op basis van de Nederlandse vertaling van Coecke van Aelst verscheen te Londen in 1611 onder de titel The Five Books of Architecture.

Coecke was vlak voor zijn dood nog korte tijd hofschilder van keizer Karel V.

Werk[bewerken]

Van Coecke zijn onder meer historiestukken, genrestukken en portretten bekend. Veel van zijn werken werden vernietigd tijdens de beeldenstorm en er zijn nu nog weinig werken van hem bekend.

Ook aan hem toegeschreven is het ontwerp van een serie tapijten met voorstellingen die geïnspireerd zijn op werk van de Bossche schilder Jheronimus Bosch, die een generatie voor hem leefde.[1] Deze serie werd uitgevoerd door een onbekend Brussels atelier en is te herkennen aan het classicistisch kader waarin de voorstellingen geplaatst zijn. De serie moet ontworpen zijn voor 1542, want dat jaar worden vijf tapijten ‘des devys de Hieronyme’ genoemd in de verzameling van Frans I van Frankrijk.[2] Na zijn dood werd de serie nog enkele keren uitgevoerd; bijvoorbeeld in 1566 voor Antoine Perrenot de Granvelle[3] en in 1567-1568 voor de hertog van Alva.[4] Omstreeks 1568 werd van Lamoraal van Egmont een Bosch-serie, waaronder De triomf van de Zeven Hoofdzonden, in beslag genomen en geschonken aan Filips II van Spanje.[4] In het Koninklijk Paleis in Madrid bevindt zich tegenwoordig voor zover bekend de meest complete verzameling wandtapijten naar Bosch.

Wandtapijten (selectie)[bewerken]

  • Leven van de Heilige Paulus
  • De triomf van de zeven hoofdzonden
  • Leven van Jozua
  • Leven van Abraham

Schilderijen (selectie)[bewerken]

  • Laatste Avondmaal
  • De Heilige Hiëronymus in zijn studie

Boeken (selectie)[bewerken]

  • Die inventie der colomnen (1539) (MS in de Rijksuniversiteit Gent)
  • Pierre d'Aelit, IIIme Livre de l’architecture Sebastiee Serlii (Antwerpen, 1545)

Bibliografie[bewerken]

  • (en) Elizabeth A. H. Cleland (red.) (2014), Grand Design. Pieter Coecke van Aelst and Renaissance Tapestry, 401 blz. - Lees op Google Books
  • (fr) Danièle Séraphin en Jacques Lauprêtre (2013), Le Testament des Ombres. Mise en Cène de Martin Luther par Pieter Coeck d'Alost (Parijs: Éditions d'Art Hermann)
  • (de) R. Bauer (red.), Tapisserien der Renaissance. Nach Entwürfen von Pieter Coecke van Aelst (Tentoonstellingscatalogus, Schloss Halbturn, 1981)
  • (fr) Georges Marlier (1966), Pierre Coeck d'Alost. La renaissance flamande

  1. Van Dijck (2001): p. 101.
  2. Van Dijck (2001): p. 96. Deze serie bestond uit Verzoeking van de heilige Antonius, Olifant, Sint-Maarten, Hooiwagen en Tuin der lusten. In 1715 bevond deze zich nog in Parijs. Daarna ontbreekt ieder spoor.
  3. Van Dijck (2001): p. 99. Deze serie werd in 1600 door Granvelles neef, François, graaf van Cantecroy, verkocht aan keizer Rudolf II als ‘cinque pezzi di tappezeria di Fiandra di Hieronymo Bos’ (vijf Vlaamse tapijten van Jheronimus Bosch).
  4. a b Van Dijck (2001): p. 101.