Pieter Coecke van Aelst
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Pieter Coecke van Aelst (Aalst, 4 augustus 1502 - Brussel, 6 december 1550) was een Vlaams kunstenaar. Hij beheerste meerdere diciplines, zoals schilderkunst, beeldhouwkunst en architectuur. Hij ontwierp tevens gebrandschilderd glas, tapijten en prenten.
Hij was waarschijnlijk een leerling van Bernard van Orley en verbleef een tijd in Italië waar hij de Italiaanse Renaissance kunst leerde kennen. In 1527 werd hij lid werd van de Antwerpse schildersgilde van Sint Lucas. In 1533 vertrok hij voor een jaar naar Constantinopel in een mislukte poging zakenrelaties op te verwerven voor zijn tapijten.
Coecke zette in 1544 een atelier op in Brussel, daar maakte hij o.a. zijn schilderijen, prenten en tapijten. Pieter Brueghel de Oude was een gezel in dit atelier en trouwde in 1563 van Aelsts dochter Maaike. Een andere leerlingen waren Willem Key en Nicolas Neufchatel, en zijn zonen Pieter II, Michiel en Paul Coecke.
Coecke heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het verspreiden van de Renaissance naar het Noorden met zijn werken maar ook door zijn boeken. Hij vertaalde Sebastiano Serlio's Architettura dat in 1539 werd gepubliceerd. Hans Vredeman de Vries fungeerde als zijn heraut.
Coecke is vlak voor zijn dood nog kort de hofschilder van keizer Karel V geweest.
Veel van zijn werken werden vernietigd tijdens de beeldenstorm en er zijn nu nog weinig werken van hem bekend.
[bewerk] Link
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Coecke van Aelst van Wikimedia Commons. |


