Apsis (architectuur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Apsis (links) van de Basilica van Maxentius in Rome.
De apsis (grijs) van een kruiskerk.

De apsis, absis of abside (absidiool), is een halfronde, of veelhoekige, nisvormige ruimte aan een basilica, kerk, kathedraal of tempel.

In de prehistorie waren tempels vaak een samenstelling van absiden. Meestal bevond zich het altaar in een dergelijke omgang.

De apsis was in de Romeinse tijd de plek in een basilica waar een bestuurder of rechter zat. Basilica's hadden een publieke functie als regeringsgebouw of als rechtsgebouw. Een voorbeeld van een dergelijke basilica is de Basilica van Constantijn in de Duitse stad Trier.

Keizer Constantijn de Grote van het Romeinse Rijk, de eerste christelijke keizer, liet in de vierde eeuw de eerste kerkgebouwen bouwen met een apsis. De absis, de plek waar eerst de rechter of bestuurder zat, werd de plek voor de bisschop of de priester.

Later is de apsis gaan gelden als afsluiting van het koor, nadat de ruimte groter gewenst was omdat de priesters en monniken zich naast het altaar opstelden om te zingen. Toen werd ook het hoofdaltaar verplaatst van de kruising naar de apsis. De term apsis wordt vooral gebruikt in het kader van de romaanse stijl; bij de gotiek wordt vaak van een koorsluiting gesproken.

Bij veel kerken is de apsis niet duidelijk te onderscheiden van het koor, de hoogte van de apsis is gelijk aan de hoogte van het koor. Bij een groot deel van de kerken is echter de hoogte van de apsis lager dan de hoogte van het koor, waardoor de apsis aan de buitenkant duidelijk te onderscheiden is van het koor.

Daarnaast kan een apsis ook tegen een zijbeuk of een transeptarm worden gebouwd als sluiting van een kapel. Aan de achterzijde zijn in dit geval drie apsiden naast elkaar te zien. De kerk van St. Maria in Gengenbach (Duitsland) bezit zelfs vijf apsiden, een afsluiting van het koor, twee afsluitingen van de zijbeuken en twee afsluitingen aan de transeptarmen.

Zie ook[bewerken]