Basilica van Constantijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Basilica van Constantijn
Onderdeel van de werelderfgoedinschrijving:
Romeinse monumenten, Dom en Onze-Lieve-Vrouwekerk van Trier
Basilica van Constantijn
Basilica van Constantijn
Land Vlag van Duitsland Duitsland
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria i, iii, iv, vif
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 367
Inschrijving 1986 (10e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst

De Basilica van Constantijn (Latijnse naam: Aula Palatina) in Trier, is een uit baksteen opgetrokken basilica, die waarschijnlijk omstreeks 310 gebouwd is, tijdens de regeringsperiode van Constantijn de Grote.

Het gebouw is gelegen op een plateau dat in de Romeinse tijd reikte van waar nu de Onze-Lieve-Vrouwekerk is tot de Keizerthermen. Er direct naast staat het Keurvorstelijk Paleis, residentie van de keurvorsten van het Aartsbisdom Trier, van de 17e eeuw tot 1794.

Vroeger had de basilica de functie van een paleis; het was de troonzaal van Constantijn de Grote (306-337) als hij in het noordwesten van het Romeinse Rijk was. De grote zaal is 30 meter hoog, 27 meter breed en 67 meter lang, wat zelfs nog groot is voor onze standaarden vandaag. Met de grootte van het bouwwerk wilden de Romeinen de grootsheid en macht van de keizer benadrukken. Deze intentie wordt versterkt door een optische illusie, die de zaal nóg groter doet lijken. Daarbij is de hal de grootste die intact gebleven is uit heel de Romeinse oudheid.

Het interieur was gedecoreerd met mozaïeken, kleurrijk marmer en beelden. Om het geheel nog aangenamer te maken, werd het paleis nog voorzien van een vloerverwarmingssysteem. De buitenkant was helemaal bepleisterd, en had een galerij over heel zijn lengte onder de ramen, die 7 meter hoog zijn en 3,5 meter breed.

Maar al deze verbazende pracht en technologie van de Romeinen werd in 475, bij de val van het Romeinse Rijk, door Frankische troepen vernield. Later werd de basilica door aartsbisschop Johann I. (1189-1212) omgebouwd tot een burcht en gebruikt als een bestuurlijk centrum. In 1614 werd hij uitgebreid met drie nieuwe paleisvleugels.

Bij de bezetting door Napoleon kreeg de basilica de functie van kazerne, die hij ook behield in de Pruisische tijd. Vele Pruisische militairen en beambten waren Evangelisch-Luthers en hadden behoefte aan een eigen kerk. Daarom werd, sinds het midden van de 19e eeuw, de basilica ingericht als de eerste Evangelisch-Lutherse Kerk in katholiek Trier, en voorzien van een orgel.

In 1944 werd het gebouw verwoest door oorlogsgeweld, maar het is weer hersteld en werd in 1956 opnieuw als Evangelisch-Lutherse kerk in gebruik genomen.

De basilica staat sinds 1986 op de UNESCO Werelderfgoedlijst.