Recep Tayyip Erdoğan
| Recep Tayyip Erdoğan | ||||
| Geboortedatum | 26 februari 1954 | |||
| Geboorteplaats | Istanbul, Turkije | |||
| Politieke partij | AK-partij | |||
| 25e premier van Republiek Turkije | ||||
| Periode | 14 maart 2003 – heden | |||
| Voorganger | Abdullah Gül | |||
| Opvolger | - | |||
| Vicepremier | Ali Babacan Bülent Arınç Bekir Bozdağ Beşir Atalay |
|||
|
||||
Recep Tayyip Erdoğan [ˈrɛdʒɛp ˈtɑːjip ˈɛrdɔːɑn]? (Istanbul, 26 februari 1954) is een Turks politicus. Erdoğan werd verkozen tot burgemeester van Istanbul en sinds 14 maart 2003 is hij premier van Turkije. Hij is tevens politiek leider van de AK-partij.
Inhoud |
Achtergrond [bewerken]
Erdoğan komt uit een familie met een laag middeninkomen. Hij werd geboren in Kasımpaşa, een van de oudere wijken van Istanbul, in een gezin dat in de jaren vijftig vanuit de Noordoost-Turkse stad Rize naar Istanbul was verhuisd. Het gezin keerde naar Rize terug zodat hij zijn kinderjaren aldaar doorbracht; zijn vader werkte er als kustwacht. Toen hij dertien jaar was, verhuisde het gezin opnieuw naar Istanbul. Om geld te verdienen verkocht hij als tiener llimonade en simit in de wijken van deze West-Turkse stad. Hij ging er ook voetballen bij een lokale club. Het stadion van de lokale voetbalclub Kasımpaşa SK is naar hem vernoemd. Hij studeerde management aan de Faculteit der Economische en Administratieve Wetenschappen van de Universiteit van Marmara. Erdoğan maakt ook verschillende gedichten zoals over de stad waar hij opgroeide.
Hij trouwde met Emine Gülbaran (Siirt, 21 februari 1955), die hij in 1978 had leren kennen op een conferentie. Emine Gülbaran behoort tot de Arabische minderheid van Turkije.[1]
Loopbaan [bewerken]
Toen Erdoğan voorzitter werd van de Welvaartspartij in Istanbul was hij dertig jaar en won zijn partij langzaam maar zeker aan aanhangers. Na zijn dertigste ging Erdoğan naar het Iskender paşha Seminarie van de Nakşibendi Mehmet Zahit Kotku. Hij zei dat het soefisme een sterke indruk op hem maakt, zoals zijn voorliefde voor poëzie.
Burgemeesterschap, 1994-1998 [bewerken]
Bij de lokale verkiezingen van 27 maart 1994 werd Erdogan verkozen tot burgemeester van Istanbul, een van de grootste stedelijke gebieden van de wereld. Gedurende zijn burgemeesterschap, pakte hij chronische problemen aan als het watertekort, de vervuiling en de verkeerschaos.[2] Het watertekort was opgelost met de aanleg van honderden kilometers van nieuwe pijpleidingen. Het probleem omtrent vuilnis was opgelost met de oprichting van state of the art recycling faciliteiten. Luchtvervuiling werd verlaagd met een project die ontwikkeld was om over te schakelen op aardgas. Voor vrouwen richtte hij het instituut Istanbul Arts and Crafts Opleidingen (ISMEK) op.[3]
Erdoğan startte de eerste rondetafelgesprekken van burgemeesters tijdens de Habitat II-conferentie van de Verenigde Naties, wat leidde tot een wereldwijde, georganiseerde beweging van burgemeesters. Hiervoor kreeg Erdogan een prijs van de VN. Erdogan verbood ook de verkoop van alcohol in de stedelijke diensten. Tijdens een politieke bijeenkomst op 6 december 1997 in de stad Siirt leest hij een gedicht voor van Ziya Gökalp met de zinsnede: "Minaretten zijn onze bajonetten, koepels onze helmen, moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten". Vanwege dit gedicht werd Erdoğan op 12 april 1998 veroordeeld tot 6 maanden celstraf wegens het bedreigen van het streng-kemalistisch regime. Erdogan werd gedwongen om zijn positie als burgemeester van Istanboel op te geven.
In 2001 week hij af van de ideologie van Necmetin Erbakan, zijn vroegere leider, waarna hij de AK-partij oprichtte. Hier kwamen intellectuelen van verschillende ideologieën bij elkaar. Deze AK-partij won in november 2002 een ongekend grote meerderheid in het parlement, maar Erdoğan kon in eerste instantie geen premier worden. Zijn eerdere veroordeling stond in de weg en tweede man Abdullah Gül vormde een voorlopige regering. In maart 2003 waren de juridische en politieke problemen uit de weg geruimd en Erdoğan nam de leiding over.
Premierschap, 2003-heden [bewerken]
Op 17 oktober 2006 kreeg premier Erdoğan in het openbaar een milde aanval van schokken, toegeschreven aan hypoglykemie, die veroorzaakt werd door een combinatie van intens werk en ramadan vasten. Hij werd in het ziekenhuis opgenomen, maar de artsen stelden vast dat hij een paar dagen van rust nodig had en er gezien zijn gezondheidstoestand, geen aanleiding was tot ernstige bezorgdheid. Zijn vervoer naar het ziekenhuis werd een fenomeen toen de bestuurder van zijn gepantserde voertuig per ongeluk de deur van het voertuig afsloot en de sleutels erin liet. Het veiligheidssysteem van de auto sloot alle deuren met Erdoğan, bewusteloos, nog steeds binnenin. Een moker werd van een nabijgelegen bouwplaats gehaald om de kogelvrije ramen van het voertuig te breken en de minister-president te bevrijden.
Economie [bewerken]
De Turkse economie werd voorheen vaak gekenmerkt door sterk fluctuerende en hoge inflatiecijfers. Tijdens zijn regering is de inflatie gedaald van 80% naar 4,2% in 2011. Daarmee is de inflatie afgezwakt naar de laagste stand sinds 1969. In 2005 werden zes nullen afgehaald van de Turkse lira na een revaluatie. De economie groeit jaarlijks gemiddeld 7,0%. Zo was in 2002 het BBP van Turkije $200 miljard en zes jaar later $798 miljard en is het inkomen per inwoner meer dan verdubbeld. De staatsschuldquote is gedaald van 74% naar 45%. De regering erfde een schuld van 23,5 miljard dollar aan het IMF, die is naar $ 1,7 miljard verminderd in 2012. In 2010 weigerde Erdogan om een nieuwe deal te sluiten met het IMF. Daarmee is het voor het eerst sinds 1961 dat de Turkse economie sterk genoeg is om op eigen benen te staan en geen steun krijgt van het IMF. Verwacht wordt dat Turkije in 2013 alle schulden heeft afgelost. Volgens Erdoğan zijn deze resultaten geboekt als gevolg van economische hervormingen in Turkije ten behoeve van een eventueel toekomstig EU-lidmaatschap.
Onderwijs [bewerken]
Het ministerie van Onderwijs krijgt, met de komst van Erdoğan, het grootste deel van de inkomsten.[4] Per jaar worden er 2000 nieuwe schoolklassen gebouwd, vooral in het zuidoostelijk gebied van Turkije, waar hoofdzakelijk Koerdisch sprekende Turken wonen. De leerplicht is uitgebreid van acht jaar onderwijs naar twaalf jaar. Sinds 2003 zijn de schoolboeken gratis en heeft elke provincie in Turkije haar eigen universiteit. Een wetswijziging van het parlement om het hoofddoekverbod op universiteiten op te heffen, werd door het Turkse Constitutionele Hof ongedaan gemaakt. In 2003 is samen met Unicef de campagne 'Kom op meiden, naar school!' (Haydi kızlar okula!) gestart, die meisjes, met name in het zuidoosten van het land, steunen om naar school te gaan. [5] Ook is er een wet aangenomen die kinderen tussen 10 en 14 jaar weer toestaat naar een islamitische school te gaan. Daarnaast heeft Erdogan een belangrijke verkiezingsbelofte ingelost door Turkse scholieren te voorzien van een gratis tablet-pc.
Buitenlands beleid [bewerken]
De grondslag van het buitenlands beleid van Erdoğan is gebaseerd op de gedachte "produceer geen vijanden, maar vrienden"[6] en het streven naar "zero problems" met de buurlanden.[7] In 2008 bracht de premier van Griekenland, na 50 jaar, een staatsbezoek aan Turkije. Voordat de partij van Erdoğan aan de macht kwam, was er in Turkije een discussie over een mogelijk offensief tegen Syrië. Tijdens de regeerperiode van Erdoğan zijn de diplomatieke relaties met het buurland verbeterd, waarbij Turkije zelfs de rol vervulde van bemiddelaar tussen Israël en Syrië. Ook met Armenië worden de relaties voorzichtig aangehaald. Erdoğan en de president van Armenië Serzj Sarkisian hebben verscheidene keren met elkaar gesproken zoals bij het World Economic Forum in Davos in januari 2009. Bij die gelegenheid begon Erdogan een tirade tegen de president van Israël Sjimon Peres over de Israëlische strafexpeditie in de Gazastrook.
Erdoğan heeft samen met de Spaanse premier José Zapatero de Alliantie van Beschavingen gesticht, die door de Verenigde Naties overgenomen is, met als doel de dialoog tussen culturen en beschavingen te bevorderen en onbegrip en vooroordelen te bestrijden.
Erdoğan probeerde verscheidene malen te bemiddelen tussen het westen en de regering van Iran, die ervan wordt beschuldigd te werken aan een kernwapen. Erdogan reisde samen met de Braziliaanse president Lula da Silva naar Teheran en sloot daar een verdrag waarin Iran beloofde zijn nucleair afval te exporteren naar Turkije. Dit verdrag, dat veel lijkt op het voorstel van het Westen, werd niet erkend door het Westen.
Koerden [bewerken]
Op 12 augustus 2005 heeft Erdoğan gezegd te werken aan de oplossing van het Koerdische probleem met meer democratie. Hij zei ook in een toespraak in Diyarbakır: "Ieder land heeft moeilijke tijden in haar geschiedenis meegemaakt. Een grote staat en een groot land als Turkije heeft vele moeilijkheden overwonnen om de dag van vandaag te bereiken. Daarom is het weigeren van het erkennen van fouten in het verleden niet gepast voor grote landen. Een grote staat en een sterke natie kijkt met vertrouwen naar de toekomst door hun fouten en hun misstappen te belijden. Het is met dit principe in het achterhoofd dat onze regering het land dient. (...) Het Koerdische probleem is niet het probleem van een deel van onze mensen, maar het probleem van iedereen. Dus het is ook mijn probleem. Wij zullen elk probleem oplossen met meer democratie, meer burgerrechten en welvaart, met inachtneming van de grondwettelijke orde, het principe van de republiek en de fundamentele beginselen die we hebben geërfd van de grondleggers van ons land."
Vervolgens verklaarde Erdoğan de drie ideologieën die volgens hem in tegenspraak zijn met de Turkse staat:
- etnisch nationalisme;
- regionaal nationalisme;
- religieus nationalisme.
Daarna zei hij: "Er zijn in ons land vele etnische groepen. Wij maken geen onderscheid tussen hen. Zij hebben elk een eigen identiteit. Er is een band die ons allemaal verenigt, en deze band is het burgerschap van de Republiek Turkije. (...) Ik zeg nogmaals, Turkije is zowel Ankara, Istanboel, Konya, Samsun, Erzurum als Diyarbakır. Ik wil dat u weet dat de geuren, kleuren, stemmen, muziek in elke plaats van dit land een eigen unieke smaak bezitten."[8]
De regering van Erdoğan beëindigde de vijftien jaar durende noodtoestand in het zuidoosten. Ze gaf ook toestemming voor programma's in de Koerdische taal op radio en televisie en heeft de openingen van privé-instellingen die Koerdisch onderwijzen goedgekeurd.
Op 1 januari 2009 opende Erdoğan een kanaal van de Turkse publieke omroep dat 24-uurs in het Koerdisch uitzendt.
Europese Unie [bewerken]
In 2004 werd Erdoğan door de European Voice uitgeroepen tot 'Europeaan van het Jaar' vanwege de hervormingen in zijn land en om Turkije op weg te brengen naar de EU. Erdoğan zei hierop in een reactie dat "Turkse toetreding bewijst dat Europa een continent is waar samenlevingen zich verzoenen en niet botsen."[9]
Erdoğan doet geen radicale uitspraken meer. Hij werkt er naar eigen zeggen hard aan om de westerse waarden en normen die betrekking hebben op het regeren van een land en die met de criteria van Kopenhagen gedefinieerd zijn, aan Turkije eigen te maken. De Europese commissie blijft kritisch over zijn beleid, maar steunt over het algemeen zijn hervormingen. Na de Arabische Lente verdedigt Erdogan zelfs het secularisme en de rechten van atheïsten op een reis langs de post-revolutionaire hoofdsteden van Egypte, Libië en Tunesië [10]
Davos 2009 [bewerken]
Op 29 januari 2009 liep Erdoğan demonstratief weg tijdens het World Economic Forum in Davos na een aanvaring met de Israëlische president Shimon Peres. Erdoğan was niet alleen kwaad omdat hij niet mocht uitpraten, maar ook vanwege de bijval die Peres kreeg naar aanleiding van zijn betoog over de recente Gaza-oorlog. Bij zijn thuiskomst in Turkije werd hij als held ingehaald. In de Turkse pers werd hij vervolgens al snel Davos Fatihi (veroveraar van Davos) genoemd.[11] De regering van Erdoğan bemiddelde tussen Israël en Syrië. Hierbij zou Israël onder andere de Golan teruggeven aan Syrië in ruil voor vrede met Syrië. De Israëlische premier Olmert kwam op 23 december 2008 naar Turkije waar hij vijf uur lang ging praten met premier Erdoğan over de vredesgesprekken. Volgens Erdoğan was vrede tussen die landen heel dichtbij, maar de Turkse bemiddeling kwam ten einde toen Israël vier dagen later de Gazastrook militair binnenviel.
Uitspraken over Zionisme in 2013 [bewerken]
In februari 2013 kwam Erdoğan in opspraak na uitspraken over Zionisme. Erdogan zei tijdens een conferentie van de Verenigde Naties dat zionisme gelijk staat aan misdaden tegen de menselijkheid. Letterlijk zei hij: Net als zionisme, antisemitisme en fascisme is het onvermijdelijk dat islamofobie moet worden gezien als misdaad tegen de menselijkheid. Dit kwam Erdoğan op kritiek te staan van onder meer de Verenigde Staten en de Verenigde Naties.[12] Ook de Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie, Catherine Ashton, vindt die uitspraken onacceptabel.[13]
Verkiezingen [bewerken]
Parlementsverkiezingen 2002 [bewerken]
In de meeste grote steden en provincies won bij deze verkiezingen de AK-partij van Erdogan, zij wonnen landelijk 34% van de stemmen. Alleen langs de west- en zuidkust en in het uiterste noordoosten werd de oppositieleider CHP de grootste en haalde hiermee een percentage van 19%. De Koerdische DEHAP werd de grootste partij in meerdere provincies in het oosten van het land, maar kwamen landelijk slechts uit op 6% van de stemmen. Ook de rechtse partijen MHP, GP, DYP en ANAP behaalden percentages tussen de 5% en 10%.
Parlementsverkiezingen 2007 [bewerken]
In het merendeel van de 81 Turkse provincies werd de AK-partij voor de tweede maal de grootste partij. Landelijk wonnen zij 46% van de stemmen. De CHP won in enkele provincies in het westen van het land en haalde daarmee een percentage van ruim 20%. CHP verloor 5 provincies aan de AK-partij. In twee provincies in het zuiden won de nationalistische MHP en behaalden landelijk 14% van de stemmen. De DP, de fusiepartij van de DYP en de ANAP, haalde een landelijk percentage van 5%. Tot slot wonnen de Koerdische kandidaten in enkele provincies in het oosten van het land.
Parlementsverkiezingen 2011 [bewerken]
Ook bij de verkiezingen van 2011 werd de AK-partij de grootste partij in Turkije met 50% van de stemmen en kreeg de partij alweer meer stemmen dan de voorgaande verkiezingen. Erdogan is de enige premier in de Turkse geschiedenis die drie algemene verkiezingen op rij won met elke keer meer stemmen dan in de vorige verkiezing.
Zie ook [bewerken]
| Zie de categorie Recep Tayyip Erdoğan van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
| Wikiquote heeft één of meer citaten gerelateerd aan Recep Tayyip Erdoğan. |
| Voorganger: Nurettin Sözen |
Burgemeester van Istanboel 1994-1998 |
Opvolger: Ali Müfit Gürtuna |
| Voorganger: - |
Politiek leider AK-partij 2001-heden |
Opvolger: - |
| Voorganger: Abdullah Gül |
Premier van Turkije 2003-heden |
Opvolger: - |
| Premiers van Turkije | |||||
|---|---|---|---|---|---|
|
|||||