Misdaden tegen de menselijkheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Misdaden tegen de menselijkheid of misdrijven tegen de menselijkheid (soms misdaden of misdrijven tegen de mensheid) is de verzamelnaam voor aantal verschillende zware misdrijven, die deel uitmaken van een wijdverbreide of stelselmatige aanval tegen de burgerbevolking. Dit laatste deel zorgt ervoor dat misdaden tegen de menselijkheid kunnen worden onderscheiden van 'normale' misdrijven die gewoonlijk onder het nationale recht vallen.[1]

Juridisch worden misdaden tegen de menselijkheid onderscheiden van oorlogsmisdaden, genocide en agressie (misdaad tegen de vrede). Het verschil met oorlogsmisdaden ligt erin dat deze bestaan uit een schending van de wetten en gebruiken van het oorlogsrecht, voor oorlogsmisdrijven is dus geen wijdverbreide of stelselmatige aanval tegen de burgerbevolking nodig. Bovendien kunnen misdaden tegen de menselijkheid zowel in vredestijd als ook tijdens een gewapend conflict worden gepleegd.[2] Het verschil met genocide ligt in de noodzakelijk elementen, van genocide is slechts sprake indien de opzet van de pleger gericht is op het geheel of gedeeltelijk uitroeien van een specifieke groep personen. Bovendien verschilt het rechtsbelang van beide artikelen, bij genocide is dit beperkter, het beschermt namelijk tegen uitroeiing van een specifieke groep. Bij misdrijven tegen de menselijkheid omvat het mede de ruimere rechtsbelangen bescherming tegen discriminatie, de eerbaarheid en lichamelijke integriteit.[3]

Geschiedenis[bewerken]

De eerste contouren van het ontstaan van het begrip zijn te vinden in de Martens-clausule. Friedrich Fromhold Martens was een in internationaal recht gespecialiseerde jurist die namens de Russische delegatie deelnam aan de Haagse Conventies van 1899. Toen tijdens de conferentie een geschil ontstond over de status van burgers die meevechten in een oorlog, stelde hij voor om in de preambule van het verdrag op te nemen dat, in situaties die niet door het verdrag waren voorzien, 'burgers en soldaten onder de bescherming en het gezag van de beginselen van internationaal recht blijven, zoals zij voortvloeien uit de gebruiken zoals vastgesteld tussen geciviliseerde staten, en de wetten van de menselijkheid, en de vereisten van het openbare geweten'.[4] De clausule was voornamelijk bedoeld om aan te geven dat partijen bij een conflict niet alleen aan de tekst van het verdrag, maar ook aan het doel, gebonden waren. Toch zou de Martens-clausule tot 1915 voornamelijk een sluimerend bestaan leiden. Toen kwamen Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland met een gezamenlijke verklaring waarin zij het Ottomaanse Rijk waarschuwden dat zij 'in het licht van die nieuwe misdrijven van Turkije tegen de menselijkheid en beschaving' de Ottomaanse regering en andere daders persoonlijk aansprakelijk zouden houden.[5][6]

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd bij de Vredesconferentie van Parijs een commissie ingesteld die de aansprakelijkheid van de Centrale mogendheden moest vaststellen, waaronder de feiten met betrekking tot oorlogsmisdaden en in hoeverre individuen persoonlijk aansprakelijk gesteld konden worden.[7] In haar rapport constateerde de commissie onder andere dat er 'voldoende bewijs was van wandaden van elke soort gepleegd ter land, ter zee en in de lucht, tegen de wetten en gebruiken van de oorlog en van de wetten van de menselijkheid.[8] De commissie vervolgde dat 'ondanks duidelijke regels, van gevestigde gewoonten, en van de duidelijke voorschriften der menselijkheid, Duitsland en haar bondgenoten wandaad op wandaad hadden gestapeld.'[9] Het verschil tussen de 'wetten en gebruiken van de oorlog' en 'de wetten/voorschriften van de menselijkheid' was toen al een fundamenteel verschil en correnspondeert grotendeels met het verschil wat later oorlogsmisdrijven respectievelijk misdrijven tegen de menselijkheid zou worden.[10] Ter illustratie had de commissie enkele voorbeelden van wandaden in de bijlage bij het rapport gevoegd. De overgrote meerderheid daarvan betrof misdrijven tegen de wetten en gebruiken van de oorlog, maar er zaten ook enkele misdrijven tussen die door de de Centrale mogendheden tegen hun eigen bevolking zijn gepleegd. Het gaat dan met name om (massa)moord, doden van gegijzelden, martelen van burgers, verkrachting, ontvoeringen ten behoeve van gedwongen prostitutie, deportatie en plunderingen, gepleegd door de Turken tegen de Armeense en Griekse bevolking en plunderingen in 1915 gepleegd door Oostenrijkse soldaten in Gorizia (wat destijds nog een Oostenrijkse stad was).[11] De commissie kwam met het voorstel om de immuniteit van de centrale hoogwaardigheidsbekleders voor het internationale tribunaal op te heffen, omdat anders 'de grootste wandaden tegen de wetten en gebruiken van de oorlog en de wetten van de menselijkheid, als deze werden bewezen, in geen geval bestraft zouden kunnen worden. Zulks een conclusie zou het geweten van de geciviliseerde mensheid schokken'.[12] Het recht dat het tribunaal daarbij moest toepassen was 'de beginselen van de wetten van naties zoals deze voortvloeien uit de gebruiken zoals vastgesteld tussen geciviliseerde volken, van de wetten van de menselijkheid en van de vereisten van het openbare geweten'[13], hetzelfde dat Friedrich Martens had voorgesteld voor de preambule van het Haagse Verdrag uit 1899.

Al deze verwijzingen vonden echter geen gehoor bij de Amerikaanse commissieleden. Zij vonden de verwijzingen naar het 'geweten van de menselijkheid' en de 'wetten van de menselijkheid' te vaag om te kunnen gebruiken. Zij betoogden dat de wetten en gebruiken van de oorlog een vastomlijnde, duidelijk afgebakende, juridische betekenis hadden, dit in schil contrast met de andere bronnen. Deze verschillen per persoon en dus ook per rechter en zijn niet bruikbaar voor een tribunaal.[14] Als gevolg van de Amerikaanse afkeuring werd er geen verwijzing opgenomen naar misdrijven gepleegd tegen de menselijkheid in de vredesverdragen met Duitsland (Versailles), Oostenrijk (Saint-Germain-en-Laye), Hongarije (Trianon) en Bulgarije (Neuilly-sur-Seine) en werden de Centrale mogendheden alleen aansprakelijk gehouden voor oorlogsmisdrijven. Alleen in het vredesverdrag met Turkije, het Verdrag van Sèvres, stond dat Turkije iedereen die verantwoordelijk was voor de bloedbaden op Turks gebied moest overhandigen. Het Verdrag van Sèvres werd wel ondertekend maar niet geratificeerd en later vervangen door het Verdrag van Lausanne. In dit verdrag stond dat Turkije amnestie werd verleend voor alle misdrijven die het in 1914-1918 had gepleegd.

Per saldo was er aan het eind van de Eerste Wereldoorlog nog steeds geen vervolging geweest voor wat later misdrijven tegen de menselijkheid zou heten.[15]

Processen van Neurenberg[bewerken]

Het begrip werd vervolgens toegepast tijdens de processen van Neurenberg, omdat vergrijpen zoals de Holocaust niet een specifiek verdrag schonden, maar wel zwaar bestraft dienden te worden. De benaming "misdaden tegen de menselijkheid" werd binnen het internationaal recht gebruikt voor de moorddadige vervolging van een groep mensen als eerste en belangrijkste aanklacht.

Het begrip wordt bekritiseerd omdat het bijzonder vaag is en vaak voor politieke doeleinden wordt toegepast. De etnische zuiveringen van de nazi's worden in het algemeen beschouwd als misdaden tegen de menselijkheid, vervolgingen van bepaalde groepen door de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten echter niet. De systematische vervolging van de Afrikaanse bevolking door het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime werd in 1966 door de Verenigde Naties erkend als misdaden tegen de menselijkheid.

Internationaal Strafhof[bewerken]

In artikel 7 van het Statuut van Rome, het verdrag waarmee in 2002 het Internationaal Strafhof is opgericht, staat vermeld:

Voor de toepassing van dit Statuut wordt verstaan onder misdrijf tegen de menselijkheid elk van de volgende handelingen, indien gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, met kennis van de aanval:
(a) moord;
(b) uitroeiing;
(c) slavernij;
(d) deportatie of onder dwang overbrengen van bevolking;
(e) gevangenneming of andere ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid in strijd met fundamentele regels van internationaal recht;
(f) marteling;
(g) verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie of elke andere vorm van seksueel geweld met een vergelijkbare zwaarte;
(h) vervolging tegen elke identificeerbare groep of gemeenschap op politieke, raciale, nationale, etnische, culturele, geslachtelijke als gedefinieerd in paragraaf 3 of andere gronden die internationaal erkend zijn als ontoelaatbaar onder de internationale wet, in verbinding met elke daad waarnaar in deze paragraaf wordt verwezen of elke misdaad onder jurisdictie van dit hof;
(i) gedwongen verdwijning van personen;
(j) apartheid;
(k) andere onmenselijke daden van een gelijkaardig karakter die opzettelijk groot lijden of aanzienlijk schade aan het lichaam, aan de geestelijke of fysieke gezondheid toebrengen.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. R. Cryer, et al, An Introduction to International Criminal Law and Procedure, Cambridge: CUP 2014, p. 229.
  2. R. Cryer, et al, An Introduction to International Criminal Law and Procedure, Cambridge: CUP 2014, p. 232-233.
  3. R. Cryer, et al, An Introduction to International Criminal Law and Procedure, Cambridge: CUP 2014, p. 207-208.
  4. (en) Originele tekst in de preambule van het Verdrag betreffende de wetten en gebruiken van oorlog ter land 1899: Until a more complete code of the laws of war is issued, the High Contracting Parties think it right to declare that in cases not included in the Regulations adopted by them, populations and belligerents remain under the protection and empire of the principles of international law, as they result from the usages established between civilized nations, from the laws of humanity, and the requirements of the public conscience.
  5. (en) Originele tekst: In view of those new crimes of Turkey against humanity and civilization, the Allied governments announce publicly to the Sublime-Porte that they will hold personally responsible [for] these crimes all members of the Ottoman government and those of their agents who are implicated in such massacres.
  6. M. Lipmann: Crimes Against Humanity, 17 Boston College Third World Law Journal (1997), p. 173-174
  7. Commission on the Responsibility of the Authors of the War and on Enforcement of Penalties, 14 American Journal of International Law (1920), p. 95.
  8. (en) Originele tekst: the documents [...] supply abundant evidence of outrages of every description committed on land, at sea, and in the air, against the laws and customs of war and of the laws of' humanity.
  9. (en) Originele tekst: In spite of the explicit regulations, of established customs, and of the clear dictates of humanity, Germany and her allies have piled outrage upon outrage.
  10. L. Moir: Crimes against Humanity in Historical Perception, 3 New Zealand Yearbook of International Law (2006), p. 109
  11. E. Scwelb: Crimes Against Humanity, 23 British Yearbook of International Law 1946, p. 181.
  12. (en) Originele tekst: If the immunity of a sovereign is claimed to extend beyond the limits above stated, it would involve laying down the principle that the greatest outrages against the laws and customs of war and the laws of humanity, if proved against him, could in no circumstances be punished. Such a conclusion would shock the conscience of civilized mankind.
  13. Originele tekst: The law to be applied by the tribunal shall be "the principles 'of the law of nations as they result from the usages established among civilized peoples, from the laws of humanity and from the dictates of public conscience
  14. M. Lipmann: Crimes Against Humanity, 17 Boston College Third World Law Journal (1997), p. 174-176.
  15. L. Moir: Crimes against Humanity in Historical Perception, 3 New Zealand Yearbook of International Law (2006), p. 111-112.