Misdaden tegen de menselijkheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Misdaden tegen de menselijkheid is de verzamelnaam voor een groot aantal verschillende grootschalige inbreuken op de mensenrechten. Een vaak gehoorde variant is misdaden tegen de mensheid.

De benaming "misdaden tegen de menselijkheid" wordt binnen het internationaal recht gebruikt voor de moorddadige vervolging van een groep mensen als eerste en belangrijkste aanklacht. Het begrip werd voor het eerst gebruikt in de inleiding van de Vredesconventie van Den Haag in 1907, en vervolgens toegepast tijdens de processen van Neurenberg, omdat vergrijpen zoals de Holocaust niet een specifiek verdrag schonden, maar wel zwaar bestraft dienden te worden.

Het begrip wordt bekritiseerd omdat het bijzonder vaag is en vaak voor politieke doeleinden wordt toegepast. De etnische zuiveringen van de nazi's worden in het algemeen beschouwd als misdaden tegen de menselijkheid, echter vervolgingen van bepaalde groepen door de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten niet. De systematische vervolging van de Afrikaanse bevolking door het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime werd in 1966 door de Verenigde Naties erkend als misdaden tegen de menselijkheid.

In artikel 7 van het Statuut van Rome, het verdrag waarmee in 2002 het Internationaal Strafhof is opgericht, staat vermeld:

Voor de toepassing van dit Statuut wordt verstaan onder misdrijf tegen de menselijkheid elk van de volgende handelingen, indien gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, met kennis van de aanval:
(a) moord;
(b) uitroeiing;
(c) slavernij;
(d) deportatie of onder dwang overbrengen van bevolking;
(e) gevangenneming of andere ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid in strijd met fundamentele regels van internationaal recht;
(f) marteling;
(g) verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie of elke andere vorm van seksueel geweld met een vergelijkbare zwaarte;
(h) vervolging tegen elke identificeerbare groep of gemeenschap op politieke, raciale, nationale, etnische, culturele, geslachtelijke als gedefinieerd in paragraaf 3 of andere gronden die internationaal erkend zijn als ontoelaatbaar onder de internationale wet, in verbinding met elke daad waarnaar in deze paragraaf wordt verwezen of elke misdaad onder jurisdictie van dit hof;
(i) gedwongen verdwijning van personen;
(j) de misdaad apartheid;
(k) andere onmenselijke daden van een gelijkaardig karakter die opzettelijk groot lijden of aanzienlijk schade aan het lichaam, aan de geestelijke of fysieke gezondheid toebrengen.