IG Farbenproces

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lady justice standing.png

Internationaal Recht
De beklaagden

In het IG Farbenproces, “Verenigde Staten van Amerika vs. Carl Krauch et al.”, werden 23 leidinggevenden van IG Farben in 1947 tijdens de Processen van Neurenberg voor het gerecht gebracht. Dit was het zesde proces in de Processen van Neurenberg door een Amerikaans militair gerechtshof in het bezette Duitsland. Twaalf personen werden op 30 juli 1948 tot gevangenisstraffen veroordeeld; de aanklachten waren plundering en slavernij. Elf personen werden wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken.

Tijdens de Processen van Neurenberg werden twaalf processen gevoerd voor een Amerikaans militair gerechtshof, niet voor het Internationaal Militair Tribunaal (IMT), echter wel in dezelfde ruimte. Het IG Farbenproces was het tweede proces van de drie processen die gevoerd werden tegen leidinggevenden in de Duitse industrie. Zij werden aangeklaagd voor hun gedrag ten tijde van nazi-Duitsland. De twee andere processen werden gevoerd tegen het Flick-Concern en het Krupp-concern; respectievelijk het Flick-proces en het Krupp-proces.

De aanklacht[bewerken]

Op basis van aanklacht van 3 mei 1947 zijn de volgende punten behandeld door de rechters:

  1. Planning, voorbereiding, start en uitvoeren van oorlog en invasie van andere landen.
  2. Oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid door plundering en roof van bezette gebieden en het zich wederrechtelijk toe-eigenen van fabrieken in Oostenrijk, Polen, Tsjechië, Slowakije, Noorwegen, Frankrijk en Rusland.
  3. Oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid door toepassen van slavernij en dwangarbeid, op een gigantische schaal, van gevangenen in concentratiekampen, gevangen militairen en burgers van bezette gebieden. Tevens de mishandeling, marteling en moord op slaven.
  4. Lidmaatschap van de criminele organisatie, de SS.
  5. Optreden als leidinggevenden in een samenzwering met het doel de misdaden als genoemd onder punten 1, 2, 3.

Alle verdachten werden aangeklaagd voor de punten 1, 2, 3 en 5. Alleen Schneider, Bütefisch, en Von Der Heyde werden aangeklaagd voor punt 4. De SS was reeds erkend als een criminele organisatie door het IMT.

Ondanks het bewijs werden de aangeklaagden vrijgesproken op punt drie. De rechters oordeelden dat de verdediging "uit noodzaak" correct was en er dus geen sprake was van opzet. (Telford Taylor, "The Nurernberg War Crimes Trials"; International Conciliation, No. 450, April 1949). De rechters oordeelden dat de aangeklaagden alleen voor het gebruik van dwangarbeid in een fabriek verantwoordelijk en schuldig waren. Deze fabriek werd naast Auschwitz door IG Farben gebouwd. Het is duidelijk dat zij de opzet hadden om slaven te gebruiken en dat dit door IG Farben uit eigen beweging gebeurde.

De rechters[bewerken]

De jury bestond uit de volgende personen:

De verdachten[bewerken]

23 verdachten werden voor het gerecht gebracht. Zij kregen de volgende straffen:

Literatuur[bewerken]

  • Jens Ulrich Heine: Verstand & Schicksal: Die Männer der I.G. Farbenindustrie A.G. (1925-1945) in 161 Kurzbiographien. Weinheim, Verlag Chemie, 1990. ISBN 3527281444
  • Peter Heigl: Nürnberger Prozesse – Nuremberg Trials. Verlag Hans Carl, Nürnberg 2001. ISBN 3-418-00388-5
  • Gerd R. Ueberschär (Hrsg.): Der Nationalsozialismus vor Gericht. Die alliierten Prozesse gegen Kriegsverbrecher und Soldaten 1943–1952. Fischer Taschenbuch Verlag, Frankfurt am Main 1999. ISBN 3-596-13589-3
  • Annette Weinke: Die Nürnberger Prozesse. C.H. Beck, München 2006, ISBN 3-406-53604-2

Externe links[bewerken]