Internationaal humanitair recht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Humanitair internationaal recht of humanitair oorlogsrecht (soms ook kortweg oorlogsrecht genoemd) is het recht dat geldt ten tijde van een gewapend conflict. Het internationaal humanitair recht gaat alleen over het recht dat geldt tijdens een oorlog (jus in bello) en gaat er niet om of het wel gerechtvaardigd was om die oorlog te beginnen (jus ad bellum).

Het internationaal humanitair recht heeft verschillende dimensies. Allereerst schrijft het internationaal humanitair recht voor hoe mensen moeten worden beschermd die niet, of niet meer, aan het gewapende conflict deelnemen. Voorbeelden hiervan zijn zieke en gewonde militairen, burgers en krijgsgevangenen. Daarnaast moeten vrouwen en kinderen in het bijzonder worden beschermd tegen de verschrikkingen van oorlog. Kinderen onder vijftien jaar mogen bijvoorbeeld niet als soldaat worden ingezet en vrouwen verdienen extra bescherming in tijden van oorlog, bijvoorbeeld tegen seksueel geweld.

Een ander deel van het internationaal humanitair recht gaat over de middelen die verboden zijn om oorlog mee te voeren. Bepaalde wapens veroorzaken namelijk zoveel onnodig lijden, dat het gebruik van deze wapens is verboden. Bovendien is het verboden om aanvallen uit te voeren met wapens waarmee geen onderscheid kan worden gemaakt tussen militaire doelen en burgerobjecten. Een voorbeeld van een verboden wapen is het gebruik van landmijnen.

Mensen die in strijd met het internationaal humanitair recht handelen en dus een oorlogsmisdrijf begaan, moeten daarvoor worden bestraft. Hiervoor worden zowel nationale als internationale rechtbanken ingeschakeld. Voorbeelden van internationale berechting zijn de tribunalen voor het voormalige Joegoslavië, het Rwanda-tribunaal en – sinds 2002 – het permanente Internationaal Strafhof in Den Haag.

In eerste instantie was het internationaal humanitair recht alleen bedoeld voor Staten die met elkaar in oorlog waren. Tegenwoordig komen niet alleen Staten met elkaar in conflict, maar wordt er ook gevochten tussen niet-statelijke groeperingen. In niet-internationale conflicten (ook wel burgeroorlog genoemd) vecht de Staat tegen rebellen of vechten rebellen onderling tegen elkaar.

Het internationaal humanitair recht vloeit voornamelijk voort uit de Geneefse Conventies. Onder andere het Rode Kruis en het ICRC (Internationaal Comité van het Rode Kruis) houden zich bezig met de ontwikkeling en verspreiding van het internationaal humanitair recht en het opsporen en ondersteunen van oorlogsslachtoffers.

Geschiedenis[bewerken]

Het internationaal humanitair recht wordt voor het eerst genoemd in het boek De iure belli ac pacis (Over het recht van oorlog en vrede) van Hugo de Groot. Daarna krijgt het internationaal humanitair recht onder meer gestalte in:

Schrijvers over het recht in de oorlog en over het recht der neutralen[bewerken]

  • Alberico Gentili (1552-1608), hoogleraar in het Romeins recht aan de Universiteit van Oxford. Zijn werken over het oorlogsrecht, de Jure belli, werden in 2 delen uitgegeven.
  • Hugo de Groot (1583-1645) bestreed in zijn beroemde werk Over het recht van Oorlog en van Vrede, in het Latijn uitgegeven, het fanatisme, dat de vervolging en uitroeiing van andersgelovigen als een godvallig werk verkondigt, alsmede het ruw geweld in de oorlog, waarbij aan alle hartstochten de teugel wordt gevierd. Hij sprak voor het eerst het beginsel uit, dat de zee vrij is voor alle naties en resumeerde het eerst het gevoelen van wijsgeren en de praktijk der veldheren. Bij een vermenging van het positieve met het filosofische recht, helt het karakter van zijn werk naar laatstgemelde rechtsopvatting over.
  • Samuel von Pufendorf (1631-1694) loochende de kracht van het positieve volkenrecht en erkende slechts een natuurrecht, gekuist door zedenleer en godsdienst. Volgens hem is het volkenrecht niets als het natuurrecht van het individu overgebracht op de volken. Indien er iets positiefs bijkomt, heeft dit toch, wegens gebrek aan algemene volksverdragingen, geen verbindbaarheid.
  • Cornelis van Bijnkershoek (1673-1743) verwierp - hoewel voorstander van positief recht - gesteund op traditie, geschiedenis en rechtspraak, de filosofische elementen in het volkenrecht niet en nam zowel de rede als de usantie als bronnen van dat recht aan.
  • Moser (1701-1786), Duits geleerde, kende slechts aan de feiten gezag toe.
  • Immanuel Kant (1724-1804) verwierp het natuurrecht en was voorstander van de vereniging van enige staten als een permanent congres tot voortdurende bewaring van de vrede.
  • Christian Wolff (filosoof) (1679-1754) maakte zich beroemd door de beginselen van Hugo de Groot, die hij in hoofdzaak beaamde, meer positief, meer mathematisch te behandelen.
  • Martin Hübner (1723-1795), een Deens rechtsgeleerde, verwierf grote naam en invloed door zijn in 1759 te Den Haag uitgegeven werk De la saisie des batiments neutres.
  • Georg Friedrich von Martens (1756-1821) verrijkte de literatuur van het volkenrecht door zijn Causes célèbres du droit des gens en zijn Erzählungen merkwürdiger Fälle des neueren europätischen Völkenrechts. In zijn werk Précis du droit des gens moderne de l'Europe kent hij slechts gezag toe aan traktaten en gebruiken.
  • Heffter, hoogleraar aan de hogeschool te Berlijn beschouwde in zijn werk Le droit international public de l'Europe vele rechtsbegrippen vanuit een dan modern standpunt. Hij betoogde dat de Europese Staten een familie uitmaken en dat het internationaal recht, in Europa ontstaan, zich bij de Christelijke naties van in en buiten Europa op volkomen wijze had ontwikkeld, maar dat ten opzichte van de niet-Christelijke staten, zowel als van die, welkenog niet op regelmatige wijze in de boezem van de Europese volkenfamilie waren opgenomen, de toepassing van dat recht niet noodzakelijk, maar geheel vrij was en op een zuiver conventionele wederkerigheid steunde.
  • Johann Ludwig Klüber (1762-1836), hoogleraar te Erlangen en Heidelberg werd bekend door zijn Le droit des gens moderne de l'Europe.
  • Leopold von Neumann, hoogleraar in de rechten aan de hogeschool te Wenen en lid van het Hogerhuis, gaf in 1855 ten dienste van de Oostenrijkse Militaire Academie, een Gründriss des heutigen europäischen Völkerrechts uit.
  • Robert Phillimore, advocaat bij de Britse Admiraliteit, door talent, vooral op het gebied van neutraliteitsrecht, gezaghebbend, nam in zijn werk Commentaries upon international law, in 1873-1874 uitgegeven, waarvan het derde deel over het Oorlogsrecht handelt, meer de uitspraken der Engelse prijsgerichten dan algemene internationale rechtsbeginselen tot grondslag van zijn beschouwingen.
  • Eugène Cauchy schreef Le droit maritime international consideré dans ses origines et dans ses rapports avec le progrès de la civilisation met als strekking het devies mare natura omnibus patet.
  • Théodore Ortolan, een zeeofficier, schreef Règles internationales et diplomatie de la mer.
  • De Pistoye en Duverdy brachten te samen in een Traité des prises maritimes een grote hoeveelheid belangrijke Franse en Engelse rechtsgedingen omtrent prijzen op zee bijeen.
  • Hautefeuille (gestorven in 1875) verwierf groot gezag door zijn tussen 1847 en 1849 uitgegeven werk les droits et devoirs des nations neutrales en temps de guerre maritime; zijn uitgangspunt was het natuurrecht door de voorzienigheid beheerst, dus een goddelijk recht. Zijn hoofdbeginselen waren: de zee is vrij, de handel is vrij. Voornamelijk door hem heeft de regel Schip is territoir algemeen burgerrecht verkregen.
  • Henry Wheaton, Amerikaans staatsman, wiens werken Eléments du droit international en Histoire des progrès du droit des gens grote naam verwierven.
  • Henry Halleck, beroemd generaal en rechtsgeleerde schreef in 1861 een werk International law or rules regulating the intercourse of States in peace and war.
  • Francis Lieber, hoogleraar en rechtsgeleerde in de Verenigde Staten vervaardigde, gedurende de oorlog van de Noordelijke tegen de Zuidelijke Staten, in het jaar 1863 een Instructie voor de legers der Verenigde Staten. De rechtsregels, daarin voor de oorlog te land voorgesteld, werden, na door een commissie van officieren te zijn onderzocht, door president Abraham Lincoln bekrachtigd. In 157 artikelen vervat, werden daarin, hoewel voor een enkele oorlog vervaardigd, beginselen aangenomen, die grotendeels in het algemeen volkenrecht pasten en in overeenstemming waren met het dan rechts-bewustzijn en de oorlogsgebruiken van beschaafde naties.
  • Sir Travers Twiss, raadsheer der koningin van Engeland, bekend door zijn werk The law of nations considered as independent political communities (1863).
  • Gessner, Raad van Legatie te Berlijn, schreef Le droit des neutrales (1865).
  • Carlos Calvo, Buenos Aires, achtereenvolgens Zuid-Amerikaans consul te Parijs, Londen en Berlijn schreef Le droit international théoretique et pratique (parijs, 1870-1872); Examen des trois règles du traité de Washington (1874), en Recuil historique des traité, conventions, capitulations armistices etc. des tous les Etats de l'Amerique latine de 1493 jusqu'à nos jours. Hij erkende dat het algemeen begrip van rechtvaardigheid de betrekkingen tussen verschillende Staten ten goede, en in het algemeen belang kan wijzigen, maar gaf de voorkeur aan de beginselen in de traktaten beschreven en aan de regels, die natuurlijk en logisch het gevolg waren van de conventies.
  • Johann Caspar Bluntschli, hoogleraar aan de Universiteit van Heidelberg maakte vooral naam door zijn werk Das moderne Völkerrecht (1868), waarin hij trachtte naar een codificatie in in bepaalde, duidelijke korte regels en voorschriften van het volkenrecht, zoals het indertijd algemeen werd erkend of betracht. Deze eerste poging van wat tot dan toe tot algemene redenering bleef bepaald, kon niet volmaakt zijn maar had grote verdiensten, ook vanwege de ruime opvatting der beginselen. Al in het begin van 1866, toen de oorlog tussen Frankrijk en Duitsland (Frans-Duitse Oorlog) dreigde uit te barsten, had hij een gedeelte van dat werk gereed en haastte hij zich om het onder de titel Das moderne Kriegsrecht der civilisirten Staten als Rechtsbuch dargestellt het licht te doen zien. In 1878 gaf hij nog, nar aanleiding van het verzoek van een Russische maatschappij voor handel en zeevaart in Moskou uit Das Beuterecht im Krieg und das Seebeuterecht insbesondere.
  • Felix Dahn, professor in het volkenrecht aan de Hogeschool te Würzburg schreef in 1870 Das Kriegsrecht om de kennis van het oorlogsrecht bij het Duitse leger te verspreiden.
  • Gustave Rolin-Jaequemyns, minister van buitenlandse zaken in België, toetste in 1870 in de Revue de droit international etc. het oorlogsrecht aan de praktijk. Zijn artikelen over La guerre actuelle dansses rapports avec le droit international getuigden van een scherp oordeel en onderzoek.
  • Baron von Holtzendorff, hoogleraar, eerst te Berlijn, later te München schreef in zijn Encyclopedie der Rechtswissenschaft verschillende belangrijke artikelen over het recht in de oorlog te land en ter zee.
  • J. von Hartmann, Pruisisch generaal der cavalerie verkondigde in het tweede gedeelte van zijn Kritische Versuche, handelend over Militärische Nothwendigkeit und Humanität (1878) ideeën die indruisden tegen de bestaande regels en beginselen van het oorlogsrecht. Hij verwierp de stelling dat de oorlog wrd gevoerd door de Staten en niet door privaat-personen en wilde dat de oorlog werd gevoerd met het meest mogelijke geweld en de grootste hartstocht, zich storend aan niets en zich in vrije oorspronkelijkheid geheel losmakend van de banden der beschaving. De brief, die Helmuth Karl Bernhard von Moltke de 11de december 1880 schreef aan Dr. Bluntschi te Heidelberg over de waarde van het oorlogsrecht scheen gedeeltelijk door het werk van generaal von Hartmann te zijn geïnspireerd.
  • Bulmerincq, geboren te Riga, gewezen hoogleraar te Dorpat werd vooral bekend door zijn werk Les prises maritimes (1880) waarin hij de jurisdictie der prijsgerichten in de verschillende landen uiteen zette en het gehele prijsrecht behandelde op een manier die getuigde van zijn kennis van dit onderwerp.
  • Guelle, kapitein en leraar aan de Ecole de St. Cyr, schreef in 1884 een degelijk werk Précis des lois de la guerre sur terre, met een voorwoord van Pradier-Fodéré.
  • Jan Helunus Ferguson, minister-resident van Nederland in China, voormalig zeeofficier, gaf in 1884 in het Engels een werk uit onder de titel van Manual of international law for the use of Navies, Colonies and Consulates.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties