Joegoslavië-tribunaal
|
|
|||||
| Internationaal Recht | |||||
|
Het Joegoslavië-tribunaal (officieel International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia genoemd, afgekort tot ICTY) is een internationaal hof voor het vervolgen van personen die worden verdacht van het schenden van internationaal humanitair recht, gepleegd op het grondgebied van het voormalig Joegoslavië vanaf 1 januari 1991.
Het tribunaal, gevestigd in het Aegongebouw, is gelegen aan het Churchillplein in het noorden van de wijk Zorgvliet in Den Haag, tegenover het World Forum Convention Center.
Inhoud |
Oprichting, gebouw en werkwijze [bewerken]
Omdat de internationale gemeenschap al tijdens de Joegoslavische burgeroorlog (1991-1995) heeft moeten constateren dat op grote schaal mensenrechten werden geschonden, besloot de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) in 1993 tot oprichting van het Joegoslavië-tribunaal, dat in Den Haag werd gevestigd, waarbij rechtssystemen van verschillende landen werden gecombineerd.
Het tribunaal is gehuisvest in het Aegongebouw aan het Churchillplein dat is aangekocht door de VN en officieel grondgebied van de VN is. Het gebouw is door de architect Ad van der Steur ontworpen (1951-1953) voor de verzekeraar EN/NEN, later Ennia, een rechtsvoorganger van Aegon.
Het tribunaal bestaat uit drie kamers en één kamer voor hoger beroep. In de rechtszaal zijn de voertalen Engels en Frans, waar nodig met behulp van tolken. Getuigen en verdachten mogen in hun eigen taal spreken en alle stukken zijn beschikbaar in het Bosnisch, Servisch en Kroatisch.
Het tribunaal beoogt drie zaken: het stoppen van de oorlogsmisdaden, het bestraffen van oorlogsmisdadigers en het voorkomen van het schenden van internationaal humanitair recht. Uiteindelijk is besloten dat de hoogste straf die het mag opleggen levenslang is. Wanneer gevangenisstraf opgelegd is, kiezen de rechters vervolgens een land waar de veroordeelde zijn straf moet uitzitten. Het land wordt gekozen uit een lijst met landen die zich daartoe bereid hebben verklaard.
Jurisdictie [bewerken]
De officiële naam van het Joegoslavië-tribunaal luidt: International Tribunal for the Prosecution of Persons Responsible for Serious Violations of International Humanitarian Law Committed in the Territory of the Former Yugoslavia since 1991.
Volgens het oprichtingsstatuut mag het tribunaal op vier punten aanklagen:
- Misdaden tegen de menselijkheid
- Schending van de Verdragen van Genève
- Genocide
- Oorlogsmisdaden.
Misdaden tegen de menselijkheid [bewerken]
Onder misdaden tegen de menselijkheid verstaat het oprichtingsstatuut: moord, verkrachting, marteling, slavernij, deportatie, uitroeiing, gevangenneming en misbruik.
Verdragen van Genève [bewerken]
In de Verdragen van Genève zijn onder meer de volgende punten opgenomen:
- moord
- marteling of onmenselijke behandeling
- het toebrengen van schade aan lichaam en gezondheid
- grootschalige vernietiging of toe-eigenen van eigendom zonder militaire noodzaak
- het gijzelen van burgers
- het dwingen van krijgsgevangenen of burgers tot het dienen in een vijandelijk leger
- het ontzeggen van een reguliere rechtsgang aan krijgsgevangenen en burgers
- onrechtmatig deporteren, vervoeren of in hechtenis nemen van burgers.
Genocide [bewerken]
Genocide is het vernietigen van (een deel van) een religieuze, nationale, raciale of etnische groepering. Het tribunaal kan ook poging tot genocide en het aanzetten tot genocide vervolgen.
Oorlogsmisdaden [bewerken]
Volgens het oprichtingsstatuut wordt onder oorlogsmisdaden verstaan:
- het gebruik van (gif)wapens die gemaakt zijn om onnodig lijden te veroorzaken
- de vernietiging van dorpen en steden zonder militaire noodzaak
- aanval of bombardement op onverdedigde steden, dorpen, nederzettingen of gebouwen
- het bezetten van, of schade aanrichten aan gebouwen met een religieuze, wetenschappelijke of culturele functie
- plunderen van openbaar of particulier bezit.
Rechters [bewerken]
Het Joegoslavië-tribunaal kent enkele tientallen rechters, onder wie de volgende voorzitters:
- 1993-1997: Antonio Cassese, Italië
- 1997-1999: Gabrielle Kirk McDonald, Verenigde Staten
- 1999-2002: Claude Jorda, Frankrijk
- 2002-2005: Theodor Meron, Verenigde Staten
- 2005-2008: Fausto Pocar, Italië
- Sinds 2008: Patrick Lipton Robinson, Jamaica
- Vice-voorzitter sinds 2008: O-Gon Kwon, Zuid-Korea
Hoofdaanklagers [bewerken]
- Richard Goldstone (1994 - 1996)
- Louise Arbour (1996 - 1999)
- Carla Del Ponte (1999 - 2007)
- Serge Brammertz (2007-nu)
Veroordeelden (o.a.) [bewerken]
- Generaal Radislav Krstić, de eerste persoon in de geschiedenis van het genocideverdrag die ook in hoger beroep veroordeeld is voor genocide. 'Krstic has aided, abetted and commited genocide'. Hij is in april 2004 tot 35 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor zijn aandeel als generaal in de moord op de meer dan 7000 mannen in Srebrenica. Krstic was als leider aanwezig en droeg commandoverantwoordelijkheid voor de moorden in Srebrenica. [1]
- Milan Martić, werd op 12 juni 2007 tot een gevangenisstraf van 35 jaar veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Milan Martić die diverse hoge functies bekleedde in de autonome Servische Republiek Krajina die Serviërs in delen van Kroatië hadden uitgeroepen, heeft zich tussen 1991 en 1995 schuldig gemaakt aan etnische zuiveringen, moord, plundering, deportaties, martelingen en het aanrichten van verwoestingen.[2]
- Milomir Stakić, oorlogsburgemeester van Prijedor tot 40 jaar gevangenis wegens misdaden op burgerbevolking van Prijedor, Kozarac en Ljubija in onder andere 3 detentiekampen, Trnopolje, Keraterm en Omarska.
- Ante Gotovina, generaal in het Kroatische leger en commandant van het militaire district Split tot 24 jaar gevangenis wegens vervolging, deportatie, plundering, moedwillige vernieling, twee gevallen van moord, onmenselijke handelingen en wrede behandeling.
- Mladen Markač, Assistent Minister van Binnenlandse Zaken, belast met speciale politiezaken, van Kroatië, tot 18 jaar gevangenis eveneens wegens vervolging, deportatie, plundering, moedwillige vernieling, twee gevallen van moord, onmenselijke handelingen en wrede behandeling.
- Biljana Plavšić, voormalig Bosnisch-Servische politica. Ze meldde zich in 2001 vrijwillig bij het Joegoslavië-tribunaal en werd als gevolg van een akkoord met tribunaal (ze verklaarde zichzelf schuldig aan misdaden tegen de menselijkheid waarna de overige aanklachten vervielen) veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf. In 2009 werd ze vervroegd vrijgelaten.
Vrijgelaten [bewerken]
in januari 2009 werd door het tribunaal besloten dat de veroordeelde Pavle Strugar op 20 februari 2009 vervroegd moest worden vrijgelaten wegens zijn verslechterende gezondheidssituatie, nadat twee derde van zijn uiteindelijke gevangenisstraf van zeven en een half jaar was verstreken.
Strugar was een generaal van het Joegoslavische Volksleger (JNA) tijdens de belegering van Dubrovnik in 1991 ten tijde van de oorlog in Kroatië. Hij was aanvankelijk veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens het plegen van oorlogsmisdaden, waaronder ongeoorloofde aanvallen op burgers en civiele doelen, bij het bombarderen van deze stad. Dit vonnis was reeds verminderd tot zeven en een half jaar in juli 2008 wegens zijn slechte gezondheid.
Rechter Robinson overwoog dat Strugar zich tijdens zijn detentie goed had gedragen en ook dat hij zich in oktober 2001 vrijwillig bij het tribunaal had gemeld. Daaruit zou een zekere mate van rehabilitatie blijken.
Berechting oud-medewerkster [bewerken]
Florence Hartmann, voormalig woordvoerster van de voormalige hoofdaanklager Carla Del Ponte, staat sinds juni 2009 terecht omdat zij in een boek over Joegoslavië de vertrouwelijkheid zou hebben geschonden.
Zie ook [bewerken]
- Internationaal Strafhof
- Rwanda-tribunaal
- Penitentiair complex Scheveningen
- World Forum Convention Center
Externe link [bewerken]
| Zie de categorie Oorlogen in Joegoslavië van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |
Bronnen, noten en/of referenties
|