Slobodan Milošević

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slobodan Milošević
Milosevic-Lopez cropped.jpg
Eerste president van Servië
Derde president van Joegoslavië
Ambtstermijn SR: 8 mei 1989 - 23 juli 1997
YU: 23 juli 1997 - 5 oktober 2000
Voorganger SR: geen
YU: Zoran Lilić
Opvolger SR: Milan Milutinović
YU: Vojislav Koštunica
Geboren Požarevac, 20 augustus 1941
Overleden Scheveningen, 11 maart 2006
Partner Mirjana Marković
Politieke partij Socialistische Partij van Servië (na 1990)
Joegoslavische Communistenbond (tot 1990)
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Slobodan Milošević (Servisch: Слободан Милошевић) (Požarevac, 20 augustus 1941Scheveningen, 11 maart 2006) was een Servisch politicus en president van de Federale Republiek Joegoslavië en de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië.

Opkomst[bewerken]

In 1984 werd Milošević partijleider van Belgrado om in 1987 partijleider van de deelstaat Servië te worden. Daarvoor diende hij wel zijn politieke mentor Ivan Stambolić op een zijspoor te zetten. Deze zou in 2000 ontvoerd worden en spoorloos verdwijnen, waarna pas in 2003 zou blijken dat hij was vermoord.

Aanvankelijk was Milošević een tegenstander van het Servische nationalisme. In 1987 bezocht hij Kosovo nadat leden van de Servische minderheid daar zich beklaagd hadden over gewelddadig optreden van de politie. Hij riep voor het oog van de televisiecamera's uit: "Niemand mag jullie slaan!" Velen zien hierin het begin van de herleving van het nationalisme in Joegoslavië. Het was in ieder geval de eerste keer dat een voorman van de Joegoslavische Communistische Partij het opnam voor één bepaalde etnische groep.

Op 28 juni 1989 wist Milošević, tijdens een herdenkingstoespraak van de Slag op het Merelveld tegen de Turken (1389), de nationalistische gevoelens fel aan te wakkeren. Op verscheidene plaatsen waren er steunbetogingen voor Milošević. Bijna 3 miljoen Serviërs (een derde van de bevolking) nam eraan deel. Nooit kreeg een Servisch leider zo'n massale steun. Dat jaar werd hij president van Servië. In 1990 verlieten de Sloveense en Kroatische leden van de federale Communistenbond het Congres, de republiek Joegoslavië stond op het punt te imploderen.

Oorlog[bewerken]

Slovenië verwierf zijn onafhankelijkheid relatief gemakkelijk, met weinig slachtoffers. Milošević had in het homogene Slovenië geen Servische belangen te verdedigen. Anders was het met Kroatië, daar leefden 650.000 Serviërs. Er waren bloedige gevechten in Vukovar en in de krajina's. In 1989 hief hij de autonomie van Kosovo op. Kroatië en Slovenië verklaarden zich in 1991 onafhankelijk. Daarna deed Bosnië en Herzegovina hetzelfde. In Kosovo deden de (Albanese) separatisten van zich horen.

President Slobodan Milosevic, President Alija Izetbegovic en President Franjo Tudjman paraferen het Verdrag van Dayton.

Dieptepunt van de regeerperiode van Milošević was de oorlog met Bosnië en Herzegovina (1992-95), met een bevolking die bestond uit 40% moslims, 32% Serviërs en 17% Kroaten. President Alija Izetbegović, een moslim, wilde een onverdeelde onafhankelijkheid van zijn deelstaat. Maar Milošević en de Kroatische president Tuđman sloten een geheim akkoord waarbij ze afspraken maakten over de verdeling van het gebied. De uitvoering van dit plan werd voorkomen door militaire interventie van westerse troepen. Eind 1995 werd het Verdrag van Dayton gesloten.

Omdat hij niet meer herkiesbaar was liet Milošević zich uitroepen tot president van nieuw-Joegoslavië (1997) en wijzigde hij de grondwet, waarbij hij zich meer bevoegdheden toe-eigende dan voorheen. Op dat moment begon ook Montenegro wat tegen te sputteren en in Kosovo laaide het gewapend verzet weer op. Milošević stuurde troepen om het Kosovaars Bevrijdingsleger (UÇK) te bestrijden. Dit offensief ging gepaard met het middel van etnische zuivering dat in Kroatië en Bosnië al eerder was toegepast. Binnen een jaar vielen tweeduizend doden en raakte een kwart van de totale bevolking dakloos. Tienduizenden Albanezen vluchtten. In 1999 vonden in de omgeving van Parijs vredesonderhandelingen plaats, die resulteerden in het Akkoord van Rambouillet. Dit verdrag werd door de Kosovaren ondertekend, maar Milošević weigerde. De NAVO zou uiteindelijk, naar eigen zeggen om de burgerbevolking te beschermen, van maart tot juni 1999 luchtaanvallen uitvoeren tegen Joegoslavië.

Ondergang[bewerken]

Op 27 mei 1999 werd Milošević door het Internationaal Joegoslavië-tribunaal (door de toenmalige hoofdaanklaagster Louise Arbour) in Den Haag aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Milošević capituleerde en Kosovo werd een internationaal protectoraat.

Milošević schreef vervroegde parlements- en presidentsverkiezingen uit (24 september 2000). Deze werden echter afgetekend gewonnen door de Democratische Oppositie van Servië (DOS). Een misrekening dus, 200.000 betogers eisten in Belgrado de erkenning van de overwinning van Vojislav Koštunica (DOS). Op 5 oktober viel uiteindelijk het Milošević-regime, het parlementsgebouw werd in brand gestoken. Op 7 oktober 2000 legde Koštunica de eed als nieuwe president af.

Het olie-embargo en vliegverbod tegen Servië werd opgeheven en het Westen beloofde steun voor de wederopbouw. De Amerikaanse regering stelde de nieuwe machthebbers een ultimatum dat op 31 maart 2001 afliep; zij eisten de arrestatie van Milošević in ruil voor verdere financiële hulp.

Op 1 april 2001 werd hij in zijn villa in Dedinje, een wijk van Belgrado, gearresteerd. Hij stond sinds 12 mei 2002 terecht voor het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag, wegens verdenking van oorlogsmisdaden.

Privéleven[bewerken]

Slobodan Milošević was de zoon van Svetozar en Stanislava Milošević. Zijn vader volgde een orthodoxe theologische opleiding, maar hij werd nooit tot pope gewijd. Zijn brood verdiende hij als leraar Russisch en Servo-Kroatisch op een middelbare school. In 1962, toen Slobodan nog studeerde, maakte zijn vader een eind aan zijn leven door zich een kogel door het hoofd te schieten. Hij had toen al 15 jaar geen contact meer met zijn kinderen, doordat hij inmiddels gescheiden was. In 1972 pleegde ook Slobodans moeder zelfmoord, door zich op te hangen. Het was Slobodan die het lichaam van zijn moeder vond.

In 1959 werd Slobodan Milošević lid van de Communistische Partij van Joegoslavië. Hij studeerde rechten in Belgrado waar hij in 1964 afstudeerde. Op de Universiteit van Belgrado ontmoette hij Ivan Stambolić.

Milošević was getrouwd met Mirjana Marković die hem vooral ook in politiek opzicht dikwijls terzijde stond. Met haar kreeg hij twee kinderen, Marko en Marija.

Overlijden[bewerken]

Milošević overleed op zaterdag 11 maart 2006. Rond 10:00 uur werd hij gevonden op zijn bed in zijn VN-cel in het Penitentiair complex Scheveningen. Hij was toen al verscheidene uren overleden. Alhoewel ervan uitgegaan werd dat Milošević een natuurlijke dood stierf, werd zijn dood onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut, waarbij een patholoog uit Belgrado aanwezig was. Na dit onderzoek werd geconcludeerd dat de doodsoorzaak een hartinfarct was. Volgens het Joegoslavië-tribunaal leed de voormalige president aan een hartkwaal en had hij last van een hoge bloeddruk. Hij kreeg hier medicijnen tegen, maar deze hielpen niet. Na zijn dood werd bekend dat bij een bloedproef op 12 januari in zijn bloed rifampicine was gevonden; een medicijn tegen lepra en tuberculose dat de werking van medicijnen tegen hoge bloeddruk kan neutraliseren.

Het tribunaal had recent zijn verzoek om naar het Bakunin-instituut in Moskou te mogen afreizen voor behandeling door een medisch specialist afgewezen, aangezien men vreesde dat hij niet meer terug zou keren. Vermoed werd dat Milošević de rifampicine zelf slikte, om behandeling in Moskou af te dwingen.[1]

Op 14 maart kwam zijn zoon Marko Milošević naar Nederland om het stoffelijk overschot van zijn vader op te halen. Hij kreeg hiervoor een visum van drie dagen. Het lichaam van Milošević werd diezelfde dag van het Nederlands Forensisch Instituut in Den Haag naar het mortuarium op Schiphol vervoerd. Ook werd die dag officieel het proces tegen hem gesloten bij het Joegoslavië-tribunaal. Op 15 maart vloog Marko met het lichaam van zijn vader naar Belgrado. Milošević werd op 18 maart 2006 aan het eind van de middag begraven op het terrein van zijn ouderlijk huis in Požarevac. Zijn vrouw en kinderen waren hierbij niet aanwezig. Tegen Milošević' vrouw liep een arrestatiebevel; de dochter boycotte de begrafenis omdat er naar haar zin te veel een politieke manifestatie van zou zijn gemaakt.

Op 5 april 2006 maakte het Nederlandse Openbaar Ministerie bekend dat Milošević een natuurlijke dood was gestorven.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Voorganger:
Ivan Stambolić
Voorzitter van de Servische Communistenbond
1986-1989
Opvolger:
Bogdan Trifunović
Voorganger:
Ljubisa Igić
President van Servië
1989-1997
Opvolger:
Dragan Tomić
Voorganger:
Srdja Bozović
President van Joegoslavië
1997-2000
Opvolger:
Vojislav Koštunica