Gustave Rolin-Jaequemyns

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Gustave Rolin-Jacquemyns
Gustave Rolin-Jacquemyns

Gustave[1] Henri Ange Hippolyte Rolin-Jaequemyns (Gent, 31 januari 1835 - Brussel, 9 januari 1902) was een Belgisch rechtswetenschapper en diplomaat, minister van Binnenlandse Zaken (1878-1884) als lid van de Unitaire Liberale Partij. Als adviseur van koning Chulalongkorn (Rama V) speelde hij een cruciale rol bij de hervorming naar westers model van Thailand.

Hoewel hij streng gelovig was, gold hij als antiklerikaal vanwege zijn principiële verdediging van de scheiding tussen kerk en staat. Na de controverse omtrent de schoolwet werd hij samen met de rest van het kabinet geëxcommuniceerd. Later werd hem ontheffing van zijn excommunicatie verleend na bemiddeling door zijn zoon Edouard, eveneens een eminent jurist.

Rolin-Jaequemyns genoot internationaal grote faam als lid van de Academie van Montréal in 1870, van Madrid in 1872, van België in 1874 en van Constantinopel in 1881. In 1877 verleende de universiteit van Edinburg hem de titel Doctor Honoris Causa, later kreeg hij dezelfde onderscheiding van de universiteiten van Oxford, Cambridge en Brussel. In 1889 werd hij door Leopold II benoemd tot lid van de Hoge Raad voor de onafhankelijke staat Kongo.

Inhoud

[bewerk] Jeugd en opvoeding

Gustaaf werd geboren als oudste van veertien[2] kinderen uit het huwelijk van Hyppolite Rolin en Angélique Hellebout. Zijn vader is een vooraanstaand advocaat die in 1827 met onderscheiding afstudeerde aan de Universiteit van Leuven, zijn eed als advocaat aflegde en afreisde naar Berlijn waar hij colleges volgde van onder andere Von Savigny en Hegel. Toen in 1830 de Belgische Revolutie uitbrak, trok Hyppolite, amper 26 jaar oud, naar Kortrijk en werd er in de Nationale Assemblee gekozen. Later (1848) kreeg hij een zetel in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en werd Minister van Openbare Werken.

Gustaaf blonk uit op het Gymnasium in Gent, en zijn muzikale begaafdheid bleek al jong. Op zijn 16e reisde hij naar Engeland en van daar naar Parijs waar hij aan het Lyceum Charlemagne een eerste prijs verwierf, waarna hij rechten studeerde in Gent. Later volgde hij het voorbeeld van zijn vader en trok naar Berlijn om daar college te volgen. In 1860, op 25-jarige leeftijd, werd hem de leerstoel moderne politieke geschiedenis aangeboden. Gustaaf weigerde om zijn vader in zijn praktijk bij te staan.

In 1859 trouwde Rolin met de gefortuneerde Emilie Jaecquemyns; sindsdien gebruikte hij de naam Rolin-Jaequemyns. Haar vader, een Orangist, werd om zijn politieke overtuiging voor het gerecht gedaagd en door Hippolyte Rolin met succes verdedigd. Emilie was de dochter uit een vooraanstaande en gefortuneerde familie, zodat Gustaaf zich kon wijden aan de studie van het recht en sociale kwesties.

[bewerk] Internationaal Recht

Tijdens de congressen van de Association Internationale pour le Progrès des Sciènces Sociales, dat door Rolin-Jaequemyns was opgericht[3], ontmoette hij Tobias Asser en de Engelsman John Westlake en samen besloot het trio een tijdschrift op te richten, de Revue de Droit International et de Législation Comparée dat zich, en dat was een novum, op vergelijkende rechtswetenschappen toelegde. Het eerste nummer, onder redactie van Gustaaf en met bijdragen van tal van aangeziene juristen, verscheen in 1868.

Na de bloedige Frans-Duitse Oorlog van 1870-71, waarin de Conventie van Genève (1864) met voeten werd getreden, ontving Gustaaf Rolin-Jaequemyns brieven van Francis Lieber en Gustave Moynier, waarin ze onafhankelijk van elkaar voorstelden een congres van juristen met internationaal aanzien te organiseren met als doel conflicten op vreedzame wijze te lossen. Na consultatie met onder andere Prof. Bluntschli uit Heidelberg, de Italiaan Pasquale S. Mancini, de Rus Wladimir Besobrasoff, de Amerikaan David Dudley Field en de Nederlander Tobias Asser werd in 1873 op het stadhuis te Gent het Institut de Droit International opgericht. Prof. Bluntschli werd voorzitter, Besobrasoff vicevoorzitter en Rolin-Jaequemyns Secretaris-Generaal.

Het instituut, dat nog steeds bestaat, was het eerste dat zich bezig hield met internationaal recht. De verzamelde wetenschappelijke reputatie van de leden werd ingezet om de internationale politiek te overtuigen van de noodzaak zich ook op wereldschaal door wetten te laten leiden. Met succes, want in 1904 kreeg het instituut voor zijn verdiensten de Nobelprijs voor de Vrede.

[bewerk] Het politieke klimaat in België

Cover van het satirische tijdschrift "La Bombe" over de Schoolstrijd
Cover van het satirische tijdschrift "La Bombe" over de Schoolstrijd

Vanaf ongeveer 1848 (Het revolutiejaar) was de liberale vleugel zonder twijfel dominant in de Belgische samenleving. Weliswaar waren er katholieke kabinetten, maar ook die ondersteunden de liberale visie van laissez faire, laissez passer: de persoonlijke vrijheid en het economisch leven moesten zo min mogelijk worden beperkt door invloeden van de staat, al werd daar in tijden van recessie wat minder streng de hand aan gehouden. Het is echter onjuist het liberalisme in het België van die tijd af te doen als de ideologie van de bezittende klasse die op vergroting van haar rijkdom en invloed uit was. Er was wel degelijk sprake van een cultuurideaal, dat beoogde de belemmering van de persoonlijke ontplooiing, zowel in economisch als in geestelijk opzicht, en het individu te bevrijden uit de overheersing door dogma en bevoogding door kerk en staat.

Bij Rolin-Jaequemyns komt dit tot uiting in zijn voorzitterschap van het Van Crombrugghe's Genootschap, een Vlaams-liberale culturele vereniging die in 1857 door leerkrachten en oud-leerlingen van het Stedelijk Onderwijs in Gent was gesticht, “ter verheerlijking van Burgemeester Van Crombrugghe, de man die zoveel goed voor de Gentse gemeentescholen had gedaan”[4].

Rond 1850 verscherpte de tegenstelling tussen de liberalen en de katholieke politici. Aan katholieke zijde overwon de ultramontaanse vleugel, mede onder invloed van de pauselijke encycliek Quanta Cura (1864) en met name de daaraan toegevoegde Syllabus Errorum, waarin de moderne vrijheden scherp werden veroordeeld.

Aan liberale zijde, met name in kringen van vrijmetselaars en de Université Libre de Bruxelles, richt men zich op het principe van "Vrij Onderzoek" dat, in de interpretatie die er toen aan werd gegeven, onverenigbaar was met het katholieke dogmatisme. Dit verscherpte de antiklerikale houding van de liberalen, die zich toen ontwikkelde tot strijdbaar antikatholicisme. De totale laïcisering van de maatschappij werd het voornaamste doel van de liberalen, die zich gedwongen zagen tot staatsinterventies in het overwegend door katholieke organisaties gedomineerde maatschappelijk leven. De strijd werd niet alleen uitgevochten op economisch vlak, waar de liberalen pogen middels een kredietmaatschappij van pachters zelfstandige, vrije boeren te maken, maar vooral ook op het terrein van het onderwijs.

De zaak komt tot een climax met de kwestie Laurent-Brasseur (1855), twee Gentse professoren die ex cathedra stellingen hadden verkondigd die strijdig waren met de katholieke orthodoxie. De katholieke kerk had met de Conventie van Antwerpen, zonder dat er een wet werd gewijzigd, een stevige vinger in de academische pap gekregen. Deze kwestie maakt het conflict tussen academische en onderwijsvrijheid en de katholieke geestelijkheid pas goed duidelijk en België werd verdeeld in een klerikaal en een antiklerikaal kamp die elkaar op leven en dood bestreden.

[bewerk] De schoolstrijd

Na de verkiezingszege van de liberalen in 1878, trad Rolin-Jaequemyns als minister van binnenlandse zaken toe tot het kabinet van de "papenvreter" Frère-Orban die de zogenoemde schoolstrijd ontketende. Dit was het rechtstreekse gevolg van de nieuwe wet op het lager onderwijs, waarmee de liberalen de invloed van de Rooms-katholieke kerk op onderwijs wilden breken en de laïcisering van de maatschappij wilden doorzetten.

Men had echter de weerstand van de katholieke kerk onderschat en al gauw werden overal tegen de gemeentelijke scholen katholieke scholen uit de grond gestampt en werd er gestreden om iedere leerling en iedere leerkracht. De strijd werd gevoerd met een fanatisme dat nog tientallen jaren lang zijn invloed zou hebben in België, dat op de rand van een burgeroorlog leek te staan. De schoolstrijd werd door de liberalen verloren, daar dit conflict de katholieken verenigde en er een netwerk van scholen ontstond dat het staatsnetwerk ruimschoots overvleugelde. De Ecoles Laiques liepen leeg en de liberalen leden ten gevolge van deze strijd een daverende verkiezingsnederlaag.

Hoewel zelf diep religieus speelde Rolin-Jaequemyns als vooraanstaand jurist een belangrijke rol in dit kabinet en droeg met zijn expertise bij aan de kwaliteit van de geïntroduceerde wetgeving, en werd daarom door de Rooms-katholieke Kerk geëxcommuniceerd. Met de overwinning van Katholieke Partij in de verkiezingen van 1884 was zijn politieke carrière ten einde en kon hij zich weer richten op de Revue en het instituut.

[bewerk] Thailand

Koning Rama V en kroonprins Vajirunnahis
Koning Rama V en kroonprins Vajirunnahis

[bewerk] Caïro

Nadat zijn broer door onbesuisde investeringen het familiekapitaal verspeelde, zag Gustave zich gedwongen een betrekking bij het gemengde hof in Caïro te accepteren. Hier werd hij al snel lid van de High Society en bleek tot vreugde van zijn gastheren een bekwaam musicus. Tijdens een lunch bij de Britse ambassadeur ontmoette hij Prins Damrong van Siam, die op zoek was naar een jurist van internationale faam om hem te helpen voorkomen dat Fransen, Britten en Japanners het koninkrijk onder zich opdeelden. Deze toevallige ontmoeting, Prins Damrong was reeds, teleurgesteld na onderhandelingen met de koloniale mogendheden, op de terugweg naar zijn vaderland, bleek doorslaggevend voor de geschiedenis van Thailand.

[bewerk] De situatie in Siam

Frankrijk had Indochina in bezit genomen en eiste het gebied ten oosten van de Mekong op en wilde van Siam een protectoraat maken. Twee oorlogschepen werden naar Bangkok gestuurd en het vuur van de Siamese Navy werd beantwoord. De onderhandelingen na het Paknam Incident (13 juli 1893) werden nauwgezet gevolgd door de grote mogendheden en de Siamezen waren zich er terdege van bewust dat elke fout hun vrijheid fataal kon worden [5].

Rolin-Jaequemyns was zich ervan bewust dat Siam alleen hoop had als het zijn burgers rechtszekerheid en een adequate levensstandaard kon bieden en de koloniale mogendheden voldoende zekerheid hadden om betrekkingen aan te knopen. Na een periode van pendeldiplomatie, waarbij hij kon vertrouwen op zijn netwerk van het Institut de Droit International, bracht hij een wapenstilstand tot stand.

[bewerk] Hervormingen

Nu de directe dreiging was afgewend, moest Siam hervormd worden van een traditionele maatschappij naar een staat geschoeid op westerse leest. De taak was gigantisch. Als adviseur en gevolmachtigde van koning Chulalongkorn (Rama V) hervormde hij samen met Robert Kirkpatrick en een aantal Belgische en Engelse medewerkers de Thaise staatsinrichting en het rechtsstelsel, dat nog op traditioneel boeddhistische leest geschoeid was.

Rolin-Jaequemyns leerde Siamees en liet vele stukken uit de oude wetgeving, die op de Dharmasastra was gebaseerd, vertalen. Hij schreef in 1895 aan de voorzitter van de Internationale Vereniging voor Vergelijkende Rechtswetenschap in Berlijn dat het bestuderen van het uiterst interessante maar onbekende Siamese recht een onmisbare voorbereiding was voor de herziening van de wetgeving. Men mocht niet zomaar Westerse wetboeken importeren, maar de originele kenmerken van het bestaande recht bewaren. Hij installeerde een wetgevende raad (1895), hervormde het administratieve apparaat, voerde moderne correspondentie- en boekhoudmethoden en accountantcontroles in, verving de structuur van de ministeries, dat zijn wortels in de 15e eeuw had, en gaf de aanzet voor diverse grote publieke werken, waarvan de belangrijkste zonder twijfel de aanleg van een spoorwegnetwerk van Bankok naar de meest afgelegen provincies van het rijk en de oprichting van de eerste rechtenfaculteit in Bangkok waren. Het overgrote deel van deze hervormingen vormt tot op de dag van vandaag het fundament van de moderne Thaise staat.

[bewerk] Chow Phya Abhai Raja Rolin-Jaequemyns, zijn nalatenschap

Zijn verdiensten leverde hem in 1898 de titel van Chow Phya Abhai Raja (เจ้าพระยาอภัยราชา) op, de hoogste adellijke titel ooit aan een buitenlander toegekend. Dat gebeurde in de Thaise geschiedenis slechts twee maal eerder. Rolin-Jaequemyns kreeg voor zijn verdiensten een standbeeld op de (door hem gestichte) rechtsfaculteit van de Thammasat Universiteit.

Rolin-Jaequemijns wordt zowel in Thailand als in België als een groot man geëerd, maar zijn grootste verdienste is zijn rol in de oprichting van het Institut International de Droit waarvan de leden, en Rolin-Jaequemyns had daar dankzij zijn uitstekende reputatie en praktijkervaring een groot aandeel in, aan de basis stonden van het internationale recht dat we tegenwoordig nog kennen [6]. Hun werk legde het fundament voor het Internationaal Hof van Justitie. De Thai eren hem als de man die ervoor gezorgd heeft dat Thailand nooit is gekoloniseerd. In België eindigde hij op plaats 373 in de eindstand van de nominatiefase voor de lijst van "Grootste Belgen aller tijden", vlak achter Gust Gils [7]; ook in academische kringen geniet hij aanzien [8].

[bewerk] Publicaties

Het gepubliceerde werk van Rolin-Jaequemyns bestaat voor een belangrijk deel uit essays over nationale en internationale politiek en internationaal recht, maar ook reisverslagen en dagboek-achtige geschriften over zijn tijd in Thailand.

  • Des partis et de leur situation actuelle en Belgique, Brussel, 1864.
  • De la réforme électorale, Brussel, 1865.
  • Note sur la théorie du droit d'intervention, in Revue de Droit Internationale et de Législation Comparée 8 (1876), pp. 673-682.
  • L'Arménie, les Arméniens et les traités, in Revue de Droit Internationale et de Législation Comparée 19 (1887), pp. 284-325 en 21 (1889), pp. 291-353; Herdruk in het Engels: Armenia, the Armenians and the Treaties, Londen, 1891.
  • Mémoire sur quelques questions se rapportant aux relations entre le Siam et la France sous les traités existants, Londen, 1896.

[bewerk] Externe links

Voorganger:
Charles Delcour
Minister van Binnenlandse Zaken
1878-1884
Opvolger:
Victor Jacobs

[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Noten

  1. ^  Ook de spelling "Gustaaf" wordt veel gebruikt, soms komen beide vormen in hetzelfde artikel voor. Bijvoorbeeld in de afscheidsrede van Prof. Dr. Herbots. "Gustave" schijnt, zie de rouwbrief bij het overlijden van Gustave Rolin-Jaequemyns, de officiële spelling te zijn.
  2. ^  Prof. Dr. Herbots vermeldt zeventien kinderen, maar een Franse genealogische site vermeldt er slechts veertien. Aangezien de laatste site alle broers en zussen bij naam noemt, lijkt dit de beste bron.
  3. ^  M. Koskenniemi, Nationalism, universalism, empire: International Law in 1871 and 1919, lezing op colloquium Whose international Community? Universalism and the Legacies of Empire, Columbia University, 29-30 april 2005. (PDF)
  4. ^  Literair.Gent.be
  5. ^  Documentatie over het Paknam Incident (Paknam.com; Paknam.com) (en)
  6. ^  M. Koskenniemi, Legal Cosmopolitanism: Tom Franck’s messianic world, in Journal of International Law and Politics 35 (2003), pp. 471-486. (PDF)
  7. ^  Eindstand van de nominatiefase voor de "Grootste Belg Aller Tijden".
  8. ^  Zie bijvoorbeeld de rede van Prof. Dr. Herbots.

Bronnen

Literatuur

  • W.E.J. Tips, Gustave Rolin-Jaequemyns and the Making of modern Siam: The Diaries and Letters of King Chulalongkorn's General Adviser, Bangkok, 1996. ISBN 9748496589
  • M. Koskenniemi, Gustave Rolin-Jaequemyns and the Establishment of the Institut de droit international (1873), in Revue belge de droit international 37 (2004), pp. 5-11.
Wikipedia:Etalage

 
Persoonlijke instellingen