Vredesconferentie van Parijs (1919)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart van de wereld met de deelnemers aan WOI. De geallieerden zijn groen gekleurd, de centrale mogendheid oranje en de neutrale landen in het grijs

De Vredesconferentie van Parijs van 1919 was een conferentie die georganiseerd werd door de winnaars van de Eerste Wereldoorlog om de vredesverdragen tussen de geallieerden en de verslagen centrale mogendheid. De conferentie startte formeel op 18 januari 1919, de verjaardag van het Duitse Keizerrijk dat aldaar werd uitgeroepen in 1871, en duurde tot 21 januari 1920 met enkele onderbrekingen.

Deelnemende landen[bewerken]

Vredesconferentie, Griekse en Franse voorstellen

Overzicht[bewerken]

"De Grote Vier" tijdens de Vredesconferentie (van links naar rechts, Lloyd George, Vittorio Emanuele Orlando, Georges Clemenceau, Woodrow Wilson)

De volgende verdragen werden voorbereid op de vredesconferentie. (de betreffende landen waren afwezig)

Er werd ook gesproken over een Joodse staat in Palestina. De herverdeling van de wereldkaart zorgde voor conflicten die uiteindelijk zouden leiden tot de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de conferentie werd ook beslist om de Volkenbond op te richten.

De 'Grote Vier' (Georges Clemenceau, Eerste Minister van Frankrijk; David Lloyd George, Eerste Minister van Groot-Brittannië; Woodrow Wilson, President van de Verenigde Staten; en Vittorio Emanuele Orlando, Eerste Minister van Italië) waren de dominante diplomatieke figuren op de conferentie.

Amerikaanse benadering[bewerken]

President Woodrow Wilson was de eerste zittende president die Europa bezocht. Op 8 januari 1918 had Wilson een aantal voorstellen gedaan, de zogeheten Veertien Punten, in een rede voor het Amerikaans Congres, waarvan hij vond dat deze na de oorlog ingevoerd moesten worden. De Veertien Punten waren door Wilson opgesteld zonder overleg met de geallieerde bondgenoten en zij voelden zich er dan ook niet aan gebonden. De Verenigde Staten streefden wereldwijd democratie, soevereiniteit en zelfbeschikking voor de verschillende landen en bevolkingsgroepen na, terwijl Groot-Brittannië en Frankrijk wilden vasthouden aan de opgebouwde macht in hun koloniën. Onder druk van Wilson vormden de Veertien Punten de basis voor de vredesconferentie van Parijs, maar er werd uiteindelijk op veel gebieden van afgeweken. Groot-Brittannië was tegen de vrijheid op zee. Frankrijk eiste herstelbetalingen voor de opgelopen schade − waar in de Veertien Punten niet over werd gesproken − en de annexatie van Saarland. Italië wilde meer grondgebied dan wat het volgens de Veertien Punten kon krijgen. Duitsland van zijn kant zag er na zijn mislukt offensief van het voorjaar van 1918 een manier in om de oorlog zonder al te veel nadeel te beëindigen. Het vroeg in oktober van dat jaar een wapenstilstand op basis van de Veertien Punten, maar de uiteindelijke wapenstilstand van 11 november 1918 kwam neer op een verkapte capitulatie. Amerika was het ook niets eens dat Duitsland in artikel 231 de schuld kreeg van de uitbraak van de oorlog.

Om de Verenigde Staten tegemoet te komen stemden Frankrijk en Groot-Brittannië in met de vestiging van de Volkerenbond, maar na de oorlog koos Amerika voor een isolationistische politiek. Zij werd geen lid van de Volkerenbond en ratificeerde het Verdrag van Versailles ook niet. Onder president Warren Harding sloot de VS in 1921 aparte vredesverdragen met Duitsland, Hongarije en Oostenrijk.

Franse benadering[bewerken]

Frankrijk onder leiding van premier Georges Clemenceau was er op uit om Duitsland militair, strategisch en economisch te decimeren. Clemenceau vond dat Duitsland nooit meer in staat moest zijn om Frankrijk aan te vallen. Hij stond sceptisch ten opzichte van het Veertien Punten-plan van president Wilson. Frankrijk gaf de Amerikaanse president echter gelijk op een paar punten, omdat Wilson een bondgenootschap wilde aangaan met de Fransen. Wilson legde bij terugkeer in de Verenigde Staten dit verdrag nooit ter ratificatie voor aan de Senaat, dus het trad ook nooit in werking.

Tegelijkertijd zochten de Fransen in het geheim toenadering tot Duitsland. Zij wilden de de territoriale en economische clausules in het Verdrag van Versailles verlichten en op die manier de basis leggen voor een hechte samenwerking die tegenwicht kon bieden tegen de Engelsen en Amerikanen. De Duitsers wezen het aanbod echter af omdat zij de Fransen niet vertrouwen. Bovendien verwachte de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Ulrich von Brockdorff-Rantzau dat de Verenigde Staten aan Duitsland opgelegde termen in het uiteindelijke verdrag wel zou verlichten.

Referenties[bewerken]

Externe links[bewerken]