Aram-Damascus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aramu
ca. 1100–734 v.Chr. Nieuw-Assyrische Rijk 
Kaart
Aram-Damascus (blauwgroen) ca. 830 v.Chr. volgens de Bijbel
Aram-Damascus (blauwgroen) ca. 830 v.Chr. volgens de Bijbel
Algemene gegevens
Hoofdstad Damascus
Talen Aramees
Regering
Staatshoofd koning

Aram-Damascus was een Aramese staat rondom Damascus in Syrië vanaf de late 12e eeuw v.Chr. tot 734 v.Chr.

Bronnen[bewerken]

De bronnen die we over deze staat hebben zijn in drie categorieën te verdelen: Assyrische annalen, Aramese teksten en de Hebreeuwse Bijbel.

Het leeuwendeel van tekstuele bronnen komt uit Assyrië. Er zijn echter vaak verscheidene kopieën van dezelfde teksten. De meeste teksten zijn annalen van de Assyrische koningen Salmanasser III, Adad-Nirari III en Tiglat-Pileser III. De teksten noemen Aram-Damascus vanuit een Assyrisch oogpunt, maar leveren op veel manieren informatie over de sterkte van de staat en enkele namen van zijn heersers.

Aramese koninklijke inscripties zijn zeldzaam, en er is maar één koninklijke stele van Aram-Damascus zelf geïdentificeerd: de Stele van Tel Dan. Andere bronnen in het Aramees die enig licht werpen op de geschiedenis van Aram-Damascus zijn onder meer twee "buit-inscripties" uit Eritrea en Samos, en de Stele van Zakkur.

De Hebreeuwse Bijbel levert gedetailleerdere verslagen over de geschiedenis van Aram-Damascus, vooral zijn betrekkingen met Israël. Er zijn bijvoorbeeld teksten met beschrijvingen van de oorlogen van Koning David tegen de Arameeërs in Zuid-Syrië in de 10e eeuw v.Chr. (2 Samuel 10:6-19). Daarentegen bestaan er nauwelijks bronnen over de vroege geschiedenis van Aram-Damascus. Uit een annaal stammend uit de tijd van Tiglat-Pileser I (1114–1076 v.Chr.) valt af te leiden dat Arameeërs waren begonnen zich te vestigen in de zuidelijke helft van Syrië.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste betrouwbare gegevens kunnen in de 9e eeuw v.Chr. worden gevonden; dan noemen zowel Aramese, Assyrische als Hebreeuwse teksten een staat met Damascus als hoofdstad. De staat schijnt haar hoogtepunt te hebben bereikt in de late 9e eeuw v.Chr. onder Hazaël, die volgens Assyrische teksten tegen de Assyriërs streed, en volgens Aramese teksten enige invloed had over de Noord-Syrische staat Unqi,[1] en volgens Hebreeuwse teksten heel Israël veroverde (2 Koningen 13:3).

In het zuidwesten reikte Aram-Damascus tot voorbij de meeste Golanhoogten tot aan het Meer van Tiberias.[2]

In de 8e eeuw v.Chr. was Resin een vazal van koning Tiglat-Pileser III van het Nieuw-Assyrische Rijk.[3] In ca. 732 v.Chr. verbond hij zich met koning Pekach van Israël om koning Achaz van Juda aan te vallen. Maar Achaz deed een beroep op Tiglat-Pileser III voor hulp, waarop de Assyrische koning inging nadat Juda hem een schatting had betaald (2 Koningen 16:7-9). Hierdoor plunderde Tiglat-Pileser Damascus en annexeerde Aram.[3] Volgens 2 Koningen 16:9 werd de bevolking gedeporteerd en Resin geëxecuteerd. Tiglat-Pileser noemt deze daad ook in één van zijn inscripties.[4]

Archeologie[bewerken]

Er is nagenoeg geen archeologisch bewijsmateriaal van Aram-Damascus. Opgravingen in Damascus zijn moeilijk uit te voeren omdat de stad voortdurend is bewoond. Andere steden van Aram-Damascus zijn niet met zekerheid vastgesteld in geschreven bronnen, en het aantal ijzertijdopgraafplaatsen rondom Damascus is bijna nihil. De materiële cultuur op vindplaatsen verder naar het zuiden (bijv. Tell-Ashtara, Tell er-Rumeith, et-Tell, Tel-Dan, Tell el-Oreme om er enkele te noemen) tonen weinig kenmerken die te onderscheiden zijn van de materiële cultuur van Noord-Israël.

Koningen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. James B. Pritchard, ed., Ancient Near Eastern Texts Relating to the Old Testament (3e ed.; Princeton NJ: Princeton University Press, 1955) 246.
  2. Suzanne Richard, Near Eastern Archaeology: A Reader, Hardcover, Eisenbrauns, 2003, p. 377 ISBN 1-57506-083-3.
  3. a b Lester L. Grabbe, Ancient Israel: What Do We Know and How Do We Know It? (New York: T&T Clark, 2007): 134
  4. James B. Pritchard, ed., Ancient Near Eastern Texts Relating to the Old Testament (3rd ed.; Princeton NJ: Princeton University Press, 1969) 283.