Nieuw-Assyrische Rijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aššur
 Midden-Assyrische Rijk
 25e Dynastie van Egypte
 Urartu
 Aram-Damascus
 Koninkrijk Israël
ca. 900–609 v.Chr. Nieuw-Babylonische Rijk 
Meden 
26e Dynastie van Egypte 
Kaart
Assyrië in 671 v.Chr. na de verovering van Egypte. Merk op dat Juda (volgens de Hebreeuwse Bijbel) nog een vazalstatus wist te behouden terwijl Israël werd geannexeerd.[1]
Assyrië in 671 v.Chr. na de verovering van Egypte. Merk op dat Juda (volgens de Hebreeuwse Bijbel) nog een vazalstatus wist te behouden terwijl Israël werd geannexeerd.[1]
Algemene gegevens
Hoofdstad Aššur
Talen Assyrisch en Babylonisch (Akkadisch), Aramees, Chaldeeuws, Fenicisch, Hebreeuws
Religie(s) Assyrische en Babylonische mythologie
Regering
Regeringsvorm Koninkrijk
Staatshoofd Koning

Het Nieuw-Assyrische Rijk is de derde en laatste bloeiperiode van het Assyrische Rijk, die ruwweg begint rond 900 v.Chr. en voorgoed eindigt in 609 v.Chr.

Opkomst[bewerken]

Historici zijn het oneens over het exacte begin van de Nieuw-Assyrische periode, omdat deze geleidelijk uit de Midden-Assyrische periode voortvloeit, en al zijn de ontwikkelingen vanaf de 8e eeuw duidelijk genoeg om te spreken van een nieuw tijdperk, worden er verschillende breekpunten genoemd: de troonsbestijging van Assur-dan II in 935, van Adad-nirari II in 911,[2] van Assurnasirpal II in 883[2][3] of zelfs pas die van Tiglat-Pileser III in 745 v.Chr..[1] Dit artikel zal "ca. 900 v.Chr." aanhouden.[4]

Rond 900 v.Chr. begon het rijk weer te groeien. De Akkadisch-sprekende stadstaat Aššur breidde geleidelijk zijn gezag uit over een platteland dat nu goeddeels Aramees sprak. Uiteindelijk zou echter de laatste taal wel zegevieren.

Er werden vervolgens vele succesvolle veldtochten ondernomen in landen ten noorden van Assyrië. Ook werden gebieden veroverd zoals Syrië, de heuvels in Georgië, Anatolië en gebieden grenzend aan de Middellandse Zee. De volgende krijgsheer veroverde Libanon. Bij een andere veldtocht volgden Medië en enige landen in het westen zoals Filistea, Elam en Syrië, en ook Babylonië werd verplicht om belastingen te betalen. Na de dood van Adad-nirari III maakte het rijk onder zijn drie zonen een tijd van zwakte door. Er waren opstanden en epidemieën en de generaals kregen veel te veel macht.

Hoogtepunt[bewerken]

In 745 v.Chr. vonden belangrijke veranderingen plaats. Met Tiglat-Pileser III die de troon greep kwam er een krachtig bewind. Assyrië werd een centraal geleide staat: de strijdtroepen vormden één leger en alle beslissingen werden op één plaats genomen. De macht van de Hettieten en de Feniciërs werd ingeperkt. Campagnes naar Egypte vonden plaats en sommige waren succesvol. Ook gebieden aan de Perzische Golf en Israël en gebieden in zuidelijk Anatolië werden veroverd.

Uitbreiding van het Nieuw-Assyrische Rijk.

Hiermee werd een waar imperium geschapen dat vele volkeren omspande. De Assyriërs beseften goed dat een dergelijk rijk makkelijker veroverd dan bijeengehouden werd. Zij voerden daarom een bewuste politiek van deportaties in om opstanden te voorkomen en een zekere eenheid in het gigantische rijk te scheppen. De leidende klasse van een veroverd gebied werd doelbewust afgevoerd en elders gehuisvest, hun vroegere plaats in de nieuwe provincie werd ingenomen door Assyrische kolonisten. Wellicht onbedoeld leidde dit ook tot verspreiding van het Aramees en de ondergang van hun oorspronkelijke taal, het Akkadisch. Deze deportatiepolitiek is later vaak als 'wreed' afgeschilderd. Hoewel de Assyrische oorlogsvoering zeker hardvochtig te noemen was en tegenstanders die zich verweerden publiekelijk en met veel vertoon aan vreselijke straffen onderworpen werden, was de behandeling van gewillige onderdanen niet slecht. Dit gold ook als deze onderdanen van andere herkomst waren. Toch bleven er vazalvorsten in het rijk die op een kans wachtten het Assyrische juk af te werpen, vooral onder de Chaldeeën die nu de voornaamste politieke factor in Babylon vormden.

Ondergang[bewerken]

Er verschenen nieuwe volkeren op het toneel in het huidige Iran die een Indo-Europese taal spraken, de voorouders van de Meden en Perzen. Zij spanden samen met de Chaldeeuwse vorsten van Babylon. Door een oorlog in Edom en oorlogen tegen de Meden, de Scythen en de Babyloniërs raakte het rijk in verval. Tussn 614 en 609 v.Chr. verwoestten de Meden en Babyloniërs alle grote Assyrische steden, waaronder de hoofdstad Aššur in 612 v.Chr. Al kon een door Perzen en Egyptenaren gesteunde Assyrische generaal nog even regeren vanuit Harran, werd deze stad drie jaar later ook ingenomen.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen

  • L. de Blois & R.J. van der Spek (1983; zesde -geheel herziene- druk 2001; tweede oplage 2004) Een kennismaking met de Oude Wereld. Bussum: Uitgeverij Coutinho.

Voetnoten

  1. a b De Blois & Van der Spek, 43.
  2. a b Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993-2002) s.v. "Assyrië §1. Geschiedenis".
  3. Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993-2002) s.v. "Assoernasirpal §2.Assoernasirpal II".
  4. Ook de Encarta-encyclopedie Winkler Prins noemt "ca.900" als jaartal, tijdens de heerschappij van Adad-nirari II, maar noemt Assurnarsipal II "de eerste grote vorst van het Nieuwassyrische Rijk." De Blois & Van der Spek zeggen dat de Assyriërs niet in staat waren grote gebieden onder blijvende controle te houden tot Tiglat-Pileser III, en "daarom laten we met hem het Nieuwassyrische imperium beginnen". Encarta zegt dat het Nieuw-Assyrische Rijk vanaf 740 onder Tiglat-Pileser III en de vier volgende koningen haar "bloeiperiode" beleefde.