Semieten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart met de verspreiding van de Semitische talen.

Het begrip Semiet slaat in neutrale zin op iemand die deel uitmaakt van een van de vele klassieke en hedendaagse Semitisch sprekende volkeren die leefden/leven in het huidige Midden-Oosten, Ethiopië en Noord-Somalië. De term is in 1781 geïntroduceerd door de Duitse historicus August Ludwig Schlözer.[1] Hij verwees met het begrip naar Sem (Hebreeuws: Sjem), een van de drie zonen van Noach. Volgens de Volkerentafel van Genesis kreeg Sem op zijn beurt vijf zonen, wiens families zouden zijn uitgegroeid tot volkeren die zich over de aarde verspreidden.

In de oudheid beriepen vele stammen in het Midden-Oosten zich op afstamming van Sem. Het wetenschappelijke gebruik van de term heeft echter betrekking op de taalgroep, en bij uitbreiding op culturele en etnische groepen. Naar hedendaagse inzichten, die vanuit een sterke interdependentie tussen taalgebruik en cultuur vertrekken, is de term Semiet ook geldig bij etnische en culturele beschrijvingen. Het woord "Semiet" kan dus verwijzen naar elke persoon die behoorde tot de oude volkeren van het Midden-Oosten, zoals Akkadiërs, Feniciërs, Hebreeën en Arabieren en hun afstammelingen.

Verwante begrippen[bewerken]

Naar analogie met de theorie van Schlözer muntte de Egyptoloog Karl Richard Lepsius de term Hamieten. Hij postuleerde een verwantschap tussen de talen van Egypte, Libië en de Koesj, die zou teruggaan op afstamming van Noachs zoon Cham.[2] Deze theorie is echter ontkracht en in de vergetelheid geraakt.

Een andere niet-wetenschappelijke term die soms gebruikt wordt in oppositie met "Semiet", is deze van "Ismaëliet" of "Hagareen". Dit gaat terug op andere personages uit Genesis: Ismaël, zoon van Abraham en Hagar. Ismaël werd met zijn moeder weggezonden en zou de stamvader zij van andere volkeren, die men dan aanduidde als "Ismaëlieten". De Koran nam deze traditie over, zij het met de nodige verschillen.

Antisemitisme[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie antisemitisme voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Historisch is het zo gegroeid dat de term "antisemiet" niet duidt op iemand die vijandig staat tegenover Semieten in het algemeen, maar enkel tegenover een subgroep ervan, de Joden. Ernest Renan had in een artikel de Semieten beschreven als volkeren met een neiging tot monotheïsme, voortvloeiend uit gewelddadige en zelfzuchtige instincten.[3] In een kritische bespreking nam Heymann Steinthal zich voor om deze Renaniaanse conceptie van volksinstincten te bestrijden.[4] De joodse oriëntalist Moritz Steinschneider trad Steinthal bij en sprak voor het eerst (januari 1860) over "antisemitische vooroordelen".[5]

Op de achtergrond van deze discussies onder Franse en Duitse wetenschappers, speelde de maatschappelijke kwestie van de integratie van de Joden.[6] Zij waren het enige Semitische volk dat prominent in Europa leefde. Wanneer Wilhelm Marr in 1879 zijn Antisemiten-Liga oprichtte, had hij het enkel op de Joden gemunt. Het gebruik van een wetenschappelijk klinkende term moest zijn onderneming objectiever doen lijken. Toen later andere Semitische volkeren in het Europese bewustzijn verschenen, was de term "antisemiet" al te zeer gelijkgeschakeld met anti-Joods om nog een betekenisverschuiving te ondergaan.

Controversieel gebruik[bewerken]

Het gebruik van het woord semitisch in associatie met rassentheorieën is controversieel. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben de rassentheorieën behoorlijk aan populariteit ingeboet, vooral betreffende de Joden waarvan door geheel Europa ongeveer zes miljoen door rassenvervolging werden vermoord. Zodoende wordt dit adjectief niet vaak meer gebruikt. Vooral in de Verenigde Staten is men veel vaker in etniciteiten, dus voluntaire culturele identiteiten, gaan denken. Waar men nog voluntair de oude rassencategorieën aanhoudt, vallen Joden en Arabieren nu onder 'Kaukasisch'.

Een frappant gegeven is dat juist de Joden en Arabieren zelf, met enkele uitzonderingen onder woestijnculturen, door de geschiedenis zeer weinig om ras hebben gegeven. Bijvoorbeeld gearabiseerde Berbers zijn oorspronkelijk wel 'semieten'. Dat geldt (wellicht) ook voor de Noord-Indiase Joden die vrijwel allemaal naar Israël zijn geëmigreerd. En in de joodse ethnos is de belangrijkste leider en profeet, Mozes, met een Midianitische vrouw (Zipporah) getrouwd.[7]

Het antisemitisme, dat nu (maar ook voorheen) meestal haat en discriminatie specifiek tegen Joden betekent, op etnische, nationale, religieuze en/of rassen-achtergrond. Soms verbreedt men het concept, omdat taalkundig gezien dus ook andere 'semieten' eronder zouden vallen.

Noten[bewerken]

  1. Johann Gottfried Eichhorn (1781), Repertorium für biblische und morgenländische Literatur, vol. VIII, blz. 161
  2. Burkhart Kienast (2001), Historische semitische Sprachwissenschaft, blz. 1
  3. Ernest Renan, "Nouvelles considérations sur le caractère général des peuples sémitiques et en particulier sur leur tendance au monothéisme", in: Journal asiatique ou Recueil de Mémoires, d’extraits et de notices relatifs à l’histoire, à la philosophie, aux langues et à la littérature des peuples orientaux, februari-maart 1859, blz. 214-282 en april-mei 1859, blz. 417-450
  4. Heymann Steinthal, "Zur Charakteristik der semitischen Völker. Auf Anlaß von E. Renan, Nouvelles considérations sur le caractère général des peuples sémitiques (...)", in: Zeitschrift für Völkerpsychologie und Sprachwissenschaft (ZfVS) 1/1860, blz. 330
  5. Moritz Steinschneider (1860), Hebräische Bibliographie. Blätter für neuere und ältere Literatur des Judenthums, vol. III, nr. 13, blz. 16 - Lees op Google Books: "Hoe meer het glanzende, dialectische en stilistische talent van Renan de lezer met zich meevoert, hoe groter de noodzaak om de consequenties, of juister de inconsequenties van zijn antisemitische vooroordelen te onthullen - die uiteindelijk ook niet zonder specifieke bijstelling konden blijven (zie hier blz. 336)."
  6. Céline Trautmann-Waller (2008), Du « caractère des peuples sémitiques » à une « science de la mythologie hébraïque » (Ernest Renan, Heymann Steinthal, Ignác Goldziher)", Revue Germanique Internationale, nr. 7, blz. 169-184
  7. Exodus 2:21