Sem (persoon)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beluister

(info)
Sem (links) met zijn broers Cham en Jafet

Sem is een figuur uit de Bijbel. Zijn naam vinden we in Genesis 5 vers 32. Hij is de oudste zoon van Noach. Zijn naam betekent 'naam' of 'roem'. Op verschillende andere plaatsen in de Bijbel wordt zijn naam genoemd. Onder andere in Genesis 6 vers 10, Genesis 7 vers 13. In Genesis 11 vers 10 tot en met 32 wordt zijn nageslacht opgesomd. Abraham, de stamvader van de joden, is uit het nageslacht van Sem. De joden worden daarom ook wel semieten genoemd. Sem zou eveneens de voorvader zijn van de Arabieren, Arameeërs, Assyriërs en andere volken in het oude Midden-Oosten.

Sem heeft zich, samen met zijn broer Jafet, bijzonder taktvol gedragen tegenover zijn vader Noach toen deze zich in dronkenschap ontblootte. Sem en Jafet worden hierom bijzonder gezegend, geroemd. De derde zoon van Noach, Cham heeft zijn vader in zijn dronkenschap en naaktheid bespot. Hij wordt hiervoor vervloekt. De zoon van Cham, Kanaän, zou de knecht van Sem worden. Van Jafet staat vermeld dat hij zou wonen in de tenten van Sem.

Sommigen hebben in deze vervloeking een opdracht gezien om het nakomelingschap van Cham in slavernij te houden.

Externe link[bewerken]