Arabische opstand

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Arabische opstand
Onderdeel van het Midden-Oosterse theater van de Eerste Wereldoorlog
Soldaten van het Arabische Leger in de Grote Arabische Woestijn die de vlag van de Arabische opstand dragen.
Soldaten van het Arabische Leger in de Grote Arabische Woestijn die de vlag van de Arabische opstand dragen.
Datum juni 1916 - oktober 1918
Locatie Ottomaanse Rijk
Territoriale
veranderingen
Opdeling van het Ottomaanse Rijk
Verdrag Vrede van Sèvres
Strijdende partijen
Flag of Hejaz 1917.svg Koninkrijk Hidjaz
Flag of the United Kingdom.svg Verenigd Koninkrijk
Flag of the Second Saudi State.svg Emiraat Nadjd en Hasa
Ottoman flag.svg Ottomaanse Rijk
Flag of the German Empire.svg Duitsland
Flag of the Emirate of Ha'il.svg Jebel Shammar
Commandanten
Flag of Hejaz 1917.svg Hoessein ibn Ali
Flag of Hejaz 1917.svg Faisal
Flag of the United Kingdom.svg Edmund Allenby
Flag of the United Kingdom.svg T. E. Lawrence
Flag of the Second Saudi State.svg Al Saoed
Ottoman flag.svg Djemal Pasja
Ottoman flag.svg Fahreddin Pasja
Ottoman flag.svg Muhiddin Pasja
Flag of the German Empire.svg Otto Liman von Sanders
Flag of the Emirate of Ha'il.svg Abdoel Aziz ibn Mitab
Troepensterkte
30.000 (juni 1916) 6.500-7.000 (1916)
23.000 (totaal)
Verliezen
onbekend onbekend

De Arabische opstand (19161918) begon toen Hoessein ibn Ali, de Sjarief van Mekka en leider van de Hidjaz en de stam van de Hasjemieten, ten tijde van de Eerste Wereldoorlog in opstand kwam tegen het Ottomaanse Rijk. Het doel was, met steunbetuiging van het Verenigd Koninkrijk, om één grote onafhankelijke Arabische staat te vormen.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, stonden de Ottomanen aan de kant van de Centralen. De Britten waren bevreesd voor een Ottomaanse dominantie rondom de Rode Zee en een mogelijke bedreiging voor het door de Britten gecontroleerde Egypte. Daarnaast verklaarden de Ottomanen een jihad aan de Britten en Fransen, waarmee ze hoopten de steun te vergaren van de moslims in hun gebieden. De verwachte steun bleef echter uit en de Arabieren reageerden voornamelijk onverschillig. De Britten wilden nu een pro-geallieerde hoeder van de heilige stad Mekka.

Het lukte de Britse officier T.E. Lawrence, beter bekend als Lawrence van Arabië, om Hoessein ibn Ali over te halen om aan hun zijde mee te vechten. De Britten beloofden Hoessein ibn Ali in ruil hiervoor onafhankelijkheid. In de zogenoemde Hoessein-McMahoncorrespondentie zegde Sir Henry McMahon, de Hoge Commissaris in Egypte, onafhankelijkheid voor de Arabieren toe indien zij in opstand kwamen tegen de Ottomanen. De Britten speelden hierbij een dubbelspel, want enkele maanden later tekenden zij met Rusland en Frankrijk de Sykes-Picotovereenkomst, die het Midden-Oosten tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk verdeelde.

De opstand[bewerken]

De Arabische legers stonden onder leiding van Hoesseins zonen Abdoellah en Faisal. Op 10 juni 1916 brak de Arabische opstand daadwerkelijk uit toen de opstandelingen een schot losten op de barakken van Ottomaanse soldaten in Mekka. Mekka en Djedda vielen al snel voor de opstandelingen.

Met name rond de Hidjazspoorweg werd stevig gevochten en de Arabische troepen, financieel en militair gesteund door de Britten, wisten de Ottomanen te verslaan. Hierdoor werd voorkomen dat de Ottomanen contact konden leggen met een deel van hun rijk in Jemen, dat het gezag van de Ottomanen bleef erkennen. De Rode Zee bleef vrij voor geallieerd transport.

Ook later in de oorlog speelden de Arabieren een belangrijke rol. Faisals leger veroverde in 1917 Akaba aan de Golf van Akaba. Later trok hij samen met de geallieerden op. Op 1 oktober 1918 mocht zijn leger van de Britse bevelhebber Edmund Allenby als eerste triomfantelijk Damascus binnen marcheren, alhoewel eigenlijk een Australische cavalerie-divisie de stad had veroverd.

Onafhankelijkheid[bewerken]

Op 2 november 1916 was Hoessein door zijn volgelingen uitgeroepen tot koning van de Hidjaz. Van één grote onafhankelijke staat in alle op de Turken veroverde gebieden kwam het echter niet. In 1916 hadden de Britten en Fransen, met medeweten van Rusland, het geheime Sykes-Picotverdrag gesloten. Hierin werden de gewonnen gebieden, met uitzondering van het Arabisch Schiereiland, onderling verdeeld.

Ook de Arabieren zelf waren verre van enthousiast voor de onafhankelijkheid van Hoessein. Al tijdens de opstand hadden diverse stammen, zoals die van de Wahabieten, verklaard Hoessein niet te steunen. Weinig Arabieren erkenden vanzelfsprekend het gezag van de Hasjemieten en Abdoel Aziz al Saoed, de leider van de Wahabieten en latere koning van Saoedi-Arabië keerde zich al spoedig tegen Hoessein.

Na de Conferentie van San Remo in april 1920 namen de Fransen in de mandaatgebieden Libanon en Syrië de macht over van de Arabieren. Faisals leger werd verslagen. De Britten maakten Faisal later koning van het Koninkrijk Irak. Zijn broer Abdoellah werd koning van Jordanië. Beide koninkrijken stonden onder Brits mandaat.

Externe link[bewerken]

Bronnen[bewerken]