Abdoel Aziz al Saoed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Abdoel Aziz bin Abdoel Rahman ibn Faisal al Saoed
1876/1880 tot 1953
Abd Al-Aziz ibn Saud1927.jpg
Koning van Saoedi-Arabië
Periode 1932-1953
Voorganger --
Opvolger Saoed bin Abdoel Aziz al Saoed
Vader Abdoel Rahman bin Faisal
Moeder Onbekend
Dynastie Huis van Saoed

Abdoel Aziz bin Abdoel Rahman ibn Faisal al Saoed (met diverse spellingvarianten en afkortingen, vaak Ibn Saud) (Riyad, 24 november 1880 of 15 januari 1876Taif, 9 november 1953), was de stichter van Saoedi-Arabië. Al Saoed is de vader van alle koningen van Saoedi-Arabië die hem opvolgden. In totaal wordt zijn aantal nakomelingen geschat op zo'n vier à vijfduizend.

[bewerken] Biografie

Hij werd geboren in de streek de Nadjd in het Huis van Saoed. De Saoedi's waren (en zijn) Wahhabieten, een puriteinse stroming binnen de islam. In 1890, op tienjarige leeftijd, volgde Al Saoed zijn familie in ballingschap naar wat nu Koeweit is. Het land van de familie werd toen veroverd door de Rashidi's.

In 1901, op 21-jarige leeftijd, volgde Al Saoed zijn vader, Abdoel Rahman bin Faisal op, om de leider van de Saoedische stam te worden met de titel Sultan van de Nadjd. Toen begon hij ook met het heroveren van land op de Rashidi's. In 1902 heroverde hij, met slechts 20 getrouwelingen, Riyad door de Rashidische gouverneur te doden. Al Saoed werd beschouwd als een "magnetische leider" die diverse stammen kon overhalen om aan zijn zijde mee te vechten.

In de twee jaar na de verovering van Riyad, veroverde Al Saoed bijna de helft van de Nadjd op de Rashidi's. In 1904 wendde Ibn Rashid, de leider van de Rashidi's zich tot het Ottomaanse Rijk voor hulp tegen Al Saoed. Het Ottomaanse Rijk beheerste toen de Hidjaz (het westen van het Arabisch Schiereiland) en het zuiden van wat nu Irak is. De Ottomanen stuurden troepen naar Arabië, waarbij Al Saoed op 15 juni 1904 verslagen werd. De Saoedi's konden echter hierna weer terugslaan, omdat aanvoer van materieel voor de Ottomanen achterwege bleef.

In 1912 consolideerde Al Saoed zijn controle over de Nadjd met de hulp van een georganiseerd en goed getraind leger. In 1913 veroverde hij oostelijke provincie al-Hasa op de Ottomanen.

In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Het Ottomaanse Rijk behoorde tot de zijde van de Centralen samen met Duitse Rijk, Oostenrijk-Hongarije en Bulgarije. De Britten probeerden de Arabieren te bewegen om in opstand te komen tegen hun Ottomaanse overheersers. Zij steunden zowel Al Saoed als Hoessein ibn Ali, de Sjarief van Mekka. De Saoedi's leefden op voet van oorlog met de stam van Hoessein, de Hasjemieten.

Ondanks dat de Britten Hoessein meer steunden dan de puriteinse Al Saoed, tekenden ze in 1915 een verdrag waarbij het land van de Saoedi's een Brits protectoraat werd. In ruil hiervoor beloofde Al Saoed opnieuw de oorlog te verklaren aan de Rashidi's, die de Ottomanen steunden. De Britten betaalden Saoed 5000 pond per maand, maar volgens Al Saoed was dit te weinig om ten strijde te trekken.

Na de oorlog, in 1920, trok Al Saoed op tegen de Rashidi's, waarbij de laatsten uiteindelijk in 1922 verslagen werden. Door deze verovering verdubbelde het landoppervlak van de Saoedi's. De Britten zetten hun subsidie tot 1924 voort.

Nadat Atatürk, de leider van de nieuwe Turkse Republiek, in 1924 het kalifaat (of religieus leiderschap) van kalief Abdülmecit II had afgeschaft, verklaarde Hoessein ibn Ali zich tot kalief. Deze beslissing viel zeer slecht bij de puriteins-islamitische al Saoed en zijn onderdanen, die prompt de oorlog verklaarden aan de Hasjemieten. Op hetzelfde moment stopten de Britten met de subsidie aan al Saoed, waarbij de Britten zich dus uit het conflict terugtrokken.

Hoessein ibn Ali wilde het gevecht aangaan, maar zijn onderdanen haalden hem over af te treden ten gunste van zijn zoon Ali. Terwijl Hoessein vluchtte, hield Ali nog enige maanden stand in de stad Djedda. In december 1924 gaf Ali de strijd op. Na deze overwinning veranderde Saoed zijn titel van Sultan van de Nadjd in Koning van de Hidjaz en Nadjd. De Britten erkenden het nieuwe koninkrijk in 1927. Al Saoed riep zich echter niet uit tot kalief, waarmee er een einde kwam aan het kalifaat.

Saoed dwong vele stammen om zich permanent te vestigen en onderlinge ruzies en oorlogen bij te leggen. Hij werd ook beschermer van pelgrims naar de heilige plaatsen Mekka en Medina.

Van 1927 tot 1932 consolideerde Al Saoed zijn macht over het Arabisch Schiereiland. In 1932, nadat hij het grootste deel van het schiereiland veroverd had, veranderde hij de naam van zijn land in Saoedi-Arabië. Hij riep zichzelf uit tot koning, met steun van de Britse regering.

In 1938 werd in Saoedi-Arabië aardolie gevonden en al Saoed gaf Amerikaanse oliemaatschappijen, zoals Saudi Aramco, diverse rechten om te boren. De inkomsten gingen naar het Saoedische koningshuis. Pas later ging er ook geld naar zijn onderdanen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Saoedi-Arabië neutraal, maar het bleef olie leveren aan de geallieerden.

In 1948 nam Saoedi-Arabië met een zeer kleine legermacht deel aan de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948.

Abdoel Aziz al Saoed overleed op bijna 73-jarige leeftijd. In 1971 eerde zijn zoon Faisal hem door een orde, de Orde van Abdoel Aziz al Saoed in te stellen.

[bewerken] Familie en opvolging

Al Saoed had 52 kinderen bij verschillende vrouwen. Zij waren:

  1. Bij Wadhba bint Muhammad al-Hazzam
    1. Turki I bin Abdul-Aziz Al Saud (1900-1919)
    2. Saoed (12 januari, 1902 - 23 februari, 1969) (Koning 1953-1964)
  2. Bij Tarfah bint Abdullah al-Shaykh Abdul-Wahab
    1. Khaled (1903 - ?) Overleed als kind.
    2. Faisal (april 1904 - 25 maart, 1975) (Koning 1964-1975)
  3. Bij Jauhara bint Musaid Al Saud
    1. Muhammad (1910-1988)
    2. Khalid (1913 - 13 juni, 1982) (Koning 1975-1982)
    3. Jauhara
    4. Anud (1917)
  4. Bij Bazza
    1. Nasser (1919)
    2. Bandar (1923)
    3. Fawwaz (1934)
  5. Bij Jauhara bint Saad al-Sudairy
    1. Saad (1920 - jaren '90)
    2. Musaid (1923)
    3. Abdalmohsen (1925-1985)
  6. Bij Hessa bint Ahmad al-Sudairy (deze staan bekend als de "Zeven Sudairi")
    1. Fahd (1923 - 1 augustus 2005) (Koning 1982-2005)
    2. Sultan (5 januari 1928 - 22 oktober 2011)
    3. Abdalrahman (1931)
    4. Turki (1932)
    5. Nayef (1933)
    6. Salman (1936)
    7. Ahmad (1940)
    8. Lulwah
  7. Bij Shahida
    1. Mansur (1922 - 2 mei, 1951)
    2. Mishal (1926)
    3. Qumasha (1927)
    4. Muteb (1931)
  8. Bij Fahda bint Asi al-Shuraim
    1. Abdoellah (waarschijnlijk geboren augustus 1924) (Koning vanaf augustus 2005 )
    2. Nuf
    3. Sita
  9. Bij Haya bint Sa'ad al-Sudairy (1913- 18 april 2003)
    1. Nura (overleden 1930)
    2. Badr (1933)
    3. Hassa
    4. Abdalillah (1935)
    5. Abdalmajid (1940)
    6. Mashael
  10. Bij Munaiyir
    1. Talal (1930-1931)
    2. Badr (1931-1932)
    3. Mishari (1932 - 23 mei 2000)
    4. Nawwaf (1933)
  11. Bij Mudhi
    1. Majed (19 oktober 1938 - 12 april 2003)
    2. Sattam (21 januari 1941)
  12. Bij Nouf bint al-Shalan
    1. Thamir (1937 - 27 juni 1959)
    2. Mamduh (1940)
    3. Mashur (1942)
  13. Bij Saida al-Yamaniyah
    1. Hidhlul (1941)
  14. By Baraka al-Yamaniyah
    1. Muqren (15 september 1945)
  15. Bij Futayma
    1. Hamud (1947)
  16. Bij onbekend
    1. Fahd (1905-1919)
    2. Sara (1916-2000)
    3. Shaikha (1922)
    4. Talal (1930-1931)
    5. Abdasalam (1941)
    6. Jiluwi (1942-1944)

[bewerken] Externe link

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen