Regeringsleider

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een regeringsleider is de persoon die aan het hoofd staat van een regering.

Afhankelijk van de staatsvorm heeft deze persoon een andere titel. Zo is in een presidentiële republiek de president tevens de regeringsleider, terwijl in een semipresidentiële of parlementaire republiek de minister-president de regeringsleider is. Van laatstgenoemde is Duitsland een voorbeeld: de Duitse president heeft als staatshoofd een voornamelijk ceremoniële functie, de bondskanselier is de regeringsleider. Bij monarchieën bestaat eenzelfde onderscheid: in absolute monarchieën is de monarch vaak tevens de (de facto) regeringsleider, terwijl in constitutionele monarchieën de minister-president de rol van regeringsleider op zich neemt.

Per land[bewerken]

België[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Premier (België) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In België wordt de federale regeringsleider eerste minister of premier genoemd. De regeringsleiders van de gemeenschaps- en gewestregeringen worden aangeduid met de term minister-president.

Nederland[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Nederlandse regering voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In Nederland is de Koning de jure de regeringsleider. De facto wordt deze functie uitgeoefend door de minister-president, vaak (officieus) aangeduid als "premier".[1][2] Zie hier voor namen.

De regering in Nederland is gevestigd in Den Haag. De Ministerraad vergadert in de Trêveszaal nabij het Binnenhof.

Verenigd Koninkrijk[bewerken]

In het Verenigd Koninkrijk noemt men de regeringsleider Prime Minister. Zie hier voor namen.

Frankrijk[bewerken]

In Frankrijk is de premier de regeringsleider. Zie hier voor namen.

Duitsland[bewerken]

In Duitsland is de bondskanselier de regeringsleider. Zie hier voor namen.

Overige landen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Art. 2 Statuut.
  2. D.J. Elzinga, R. De Lange en H.G. Hoogers, Van der Pot. Handboek van het Nederlandse Staatsrecht, Deventer: Kluwer 2006, p. 532 en 971.