Hemel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Hemel (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Hemel.
De hemel. Gravure van Gustave Doré, illustratie bij Dante's Goddelijke komedie
De hemel door Francesco Botticini
De hemel door Buonamico Buffalmacco
De hemel, illustratie uit Très Riches Heures du Duc de Berry. Bovenin wordt Maria gezegend door Jezus.

In veel religies is de hemel (ook hemelen, zevende hemel of zeven hemelen) een plaats of bestaanssfeer waar God of de goden en engelen verblijven en waar men, of de ziel, na de dood volgens gelovigen heen kan gaan en die gekarakteriseerd wordt door het inherent aangenaam of gelukkig zijn van het bestaan daar. In de middeleeuwen sprak men het onder andere van het empyreum, de zesde der zeven sferen; in overdrachtelijke zin: het paradijs. In veel van de wereldreligies en spirituele filosofieën wordt een vorm van een of meer hemels erkend.

Verschillende visies[bewerken]

Er zijn twee typen van visies op het leven na de dood. Het eerste is gebaseerd op een vorm van geloof in bijvoorbeeld de Bijbel, de Koran of de Talmoed. Dit artikel gaat over deze visies. Er is ook een type van visie op het leven na de dood die gebaseerd is op waarnemingen, bijvoorbeeld van bijna-doodervaringen, uittredingen, bandstemmen en mediums. Ook wetenschappelijk onderzoek naar het leven na de dood, bijvoorbeeld het werk van Pim van Lommel[1] en andere wetenschappers[2] is van dit type. Punt van discussie is dan altijd of het om echte waarnemingen gaat of om voorstellingen die door het brein zelf worden geproduceerd.

De oudste associaties van de relatie tussen hemel en het uitspansel gaan terug tot de astronomie in de oudheid.

Kenmerken[bewerken]

Veel religies hebben de hemel(en) voorgesteld als bevolkt met engelen, demonen, goden en godinnen. Soms (bijvoorbeeld in het boeddhisme en het hindoeïsme) wordt een leven in een hemel als een fijnstoffelijk of immaterieel (puur geestelijk) leven beschreven. Men heeft er dus geen fysiek lichaam zoals de mens (op aarde) dat heeft. Sommige religies (de monotheïstische religies) stellen zich de hemel voor als een plaats waar men het eeuwig leven heeft; in andere religies is het leven in een hemel slechts tijdelijk.

Door sommige moderne, maar in de christelijke leer orthodoxe, filosofen en theologen wordt verondersteld dat de hemel in een 'hogere dimensie' gesitueerd is. Driedimensionale wezens (zoals de mens) kunnen zich de hemel daardoor niet voorstellen. Deze hogere dimensie 'omvat' als het ware ons heelal, dat dus een deel zou zijn van deze hogere dimensie. Zie ook de boeken van C.S. Lewis waarin dit nader wordt uitgewerkt.[3]

Hemel in het monotheïsme[bewerken]

Jodendom[bewerken]

Het concept hemel is binnen de christelijke en islamitische religies duidelijker gedefinieerd dan in het jodendom. In de joodse conceptie van het leven hierna is er soms sprake van "olam haba", de wereld die komen zal, maar het concept van leven na dit leven is in het judaisme nooit zo officieel en systematisch uitgewerkt als in het christendom en in de islam. Het jodendom zou volgens vele rabbijnen een onafscheidbare eenheid van lichaam en ziel leren: als het lichaam sterft dan gaat de geest (wat in de joodse visie eerder een soort 'levengevende' kracht is, uitgaande van God, die het lichaam levend maakt dan een bewuste geest) terug naar God en is de 'bewuste persoon' er niet meer. Alleen bij de verrijzenis op het eind der tijden als geest en lichaam door God herenigd worden is men weer een compleet en bewust persoon.

Klassieke mythologie[bewerken]

Het Elysium was in de klassieke mythologie de plaats waar de gelukzaligen verbleven. Deze uitverkorenen gingen na hun dood naar de Elizeese velden.

Christendom[bewerken]

De hemel is binnen het christelijk geloof een belangrijke doctrine, omdat er na het leven een opwekking uit de dood is, waarna men ofwel de hel, het vagevuur (bij katholieken) of de hemel kan betreden. Over de toestand direct na de dood is het Nieuwe Testament niet echt duidelijk. Sommige stromingen nemen aan dat men na de dood niet bewust meer is totdat de doden allemaal opgewekt worden door God bij het laatste oordeel zoals ook in het jodendom geleerd wordt. Dit leren bv. de Jehova's getuigen (het 'herinneringsgraf') en ook verscheidene protestants evangelische kerken. Zij zeggen dat het concept van een ziel 'gevangen' in het lichaam en deze verlatend bij de dood een typisch platonische leer is die in de eerste eeuwen het christendom is binnengeslopen. Andere menen dat men wel een bepaalde 'tussenstaat' ervaart totdat de ziel/geest definitief weer herenigd wordt met het opgestane lichaam. Zij beroepen zich op de parabel van Jezus over de arme Lazarus die na zijn dood in 'Abrahams schoot' rust terwijl de rijke in de hel zit. Maar volgens anderen is dit een allegorisch verhaal dat Jezus vertelde om te illustreren dat het gedrag tijdens het leven gevolgen heeft voor iemands uiteindelijke bestemming na de dood, terwijl het niet letterlijk over 'het leven na de dood' ging. De tussenliggende status (tussen de dood en de terugkomst van Jezus Christus) is niet helder, maar de uiteindelijke, uit de dood opgewekte vorm van de gelovigen zal een nieuw lichaam zijn, in het "Nieuwe Jeruzalem" op de "Nieuwe aarde"[bron?].

Islam[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Akhirah voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De hemel (Ar.:جنة, al-janna, djanna (de tuin)) wordt binnen de islam voorgesteld als een weelderige tuin. In soera De Gelovigen staat beschreven dat de hemel uit 7 lagen bestaat. Soera Mohammed spreekt van rivieren van wijn, melk, honing en water. Met betrekking tot deze wijn die haram op aarde is, moet in acht worden genomen dat de aardse beperkingen, zoals dronken worden, in de hemel niet mogelijk zijn. In Soera De Resurrectie staat dat de mensen er bediend zullen worden door knapen en maagden,en dat het grootste genot het aanschouwen van het Gods aangezicht is. Bepaalde stromingen binnen de islam gaan van een bepaalde tafsir uit dat de mens niet voor het aanschijn Gods kan komen staan.

Het is niet duidelijk of een overledene direct na het overlijden de hemel kan betreden. Eerst verkeert men in het zogenoemde barzakh (hindernis), een soort slaaptoestand. In soera De Gelovigen 100 wordt gesteld:[4]

Opdat ik recht doe in hetgeen ik heb achtergelaten." (Dan wordt er gezegd): "In geen geval; het is slechts een woord dat hij uit." En achter hen is een hindernis tot de Dag waarop zij gewekt zullen worden.

Hemels in oosterse religies[bewerken]

In oosterse religies (en in een aantal westerse tradities) bestaat de leer van reïncarnatie en wedergeboorte, en is het concept hemel daardoor minder dominant dan in de monotheïstische religies.

Het begrip hemel is vaak wel aanwezig, zoals in het boeddhisme, waar verschillende hemelen zijn; zij die goed karma hebben verworven worden opnieuw geboren als een deva (de boeddhistische term voor goden), in een hemel. Hun verblijf daar is echter niet eeuwig; na verloop van tijd sterven ook de devas, en zij worden daarna wederom wedergeboren ofwel als mens, dier, geest, in een hel of opnieuw in een andere of dezelfde hemel. In het boeddhisme is wedergeboorte in een hemel een goed of gunstig iets, maar het is niet het voornaamste doel van de religie; dat is het bereiken van het Nirwana.

Hemel in de Chinese volksreligie[bewerken]

In de Chinese volksreligie is de hemel, de woonplaats van de Chinese goden. De hemel wordt daarom soms vertaald als "Woonkamer van de goden" (天庭). Maar men gelooft ook dat overleden mensen opstijgen naar de hemel. De voorouders leven in de hemel en kijken naar hun levende nageslacht in onze wereld. Mensen die de Chinese volksreligie belijden, geloven dat de voorouders in de hemel hun levende nageslacht kunnen helpen door bescherming tegen het kwaad, daarom is voorouderverering belangrijk voor veel Chinezen. Het enige verschil tussen de bewoners van de hemel is de indeling van overleden mensen en goden. Goden kunnen naar de aarde komen en overleden mensen niet.

Het verwerven van een hemels bestaan[bewerken]

Mensen op de ladder naar het hemelse bestaan (icoon)

Religies met een hemel verschillen in de manier waarop men deze kan verwerven of betreden.

  1. Sommigen (volgelingen van het universalisme) menen dat iedereen daar zal komen, hoe zij op aarde ook geleefd hebben.
  2. In religies als het boeddhisme, het hindoeïsme en sommige christelijke stromingen onderwijst men dat het betreden of wedergeboren worden in een hemel afhankelijk is van hoe men geleefd heeft. Indien met een goed of eerlijk leven geleefd heeft of veel goede daden verricht heeft, zal men na de dood (waarschijnlijk) in een hemel leven. Zij die niet goed geleefd hebben komen na de dood in de hel terecht; een pijnlijke plaats (in het christendom ook wel een plaats van straf).
  3. In de islam is het al of niet verwerven van de hemel geheel de beslissing van God: in principe heeft de gelovige daarop weinig invloed. Het helpt wel als de moslim tijdens zijn leven de geboden van God zoals vastgelegd in de Koran, en uitgelegd door de moslimtheologen, in acht neemt. Dit weegt positief mee in het uiteindelijke oordeel. Maar uiteindelijk is de moslim niet zeker van zijn of haar behoud. Gelaten wacht men het oordeel van God af en zegt men: "Inshallah" (als God het wil). Ongelovigen en afvalligen kunnen wel zeker zijn van de eeuwige straf.
  4. Veel stromingen in het christendom maken de toegang niet afhankelijk van het verrichten van goede werken, maar van geloof en vertrouwen in God, en het aannemen van het aanbod van genade. Na de Zondeval zou de zonde in elke mens zitten (erfzonde) en zou iedereen gestraft moeten worden voor zijn zondige daden omdat God oneindig rechtvaardig is. Maar omdat hij ook oneindig liefdevol is wilde God niet dat iedereen verloren gaat en zocht God een oplossing voor dit dilemma. Volgens de leer van het christendom heeft Jezus al vrijwillig betaald (met zijn leven als volmaakt zondeloos en onschuldig offerlam; zie ook Zoenoffer) voor de straf die bedoeld was voor de mens. Door het aannemen van dit aanbod van genade is de straf al gedragen en kan men de hemel binnentreden. In de calvinistische opvatting gaat men naar de hemel niet op basis van wat men gedaan of onafhankelijk gekozen heeft, maar omdat men door God uitverkoren (uitgekozen) is voor deze gunst (zie predestinatie). Omdat binnen het Calvinisme ook de rechtvaardiging op basis van geloof speelt, ligt hier een gevoelige relatie.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Pim van Lommel - Eindeloos Bewustzijn
  2. Wetenschappelijk onderzoek naar leven na de dood
  3. Zie bijvoorbeeld De grote scheiding (The Great Divorce), ISBN 9025947891
  4. Islam voor Dummies, Malcom Clark, Uitgeverij Addison Wesley, 2004, blz. 72, ISBN 90-430-0845-1