Eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
I Tessalonicenzen
Peresopnytske Gospel 04.jpg
Auteur Paulus, Silvanus en Timoteüs
Tijd 52
Taal Grieks
Categorie brief van Paulus
Hoofdstukken 5
Vorige boek Kolossenzen
Volgende boek II Tessalonicenzen

De Eerste brief van Paulus aan de T(h)essalonicenzen (vaak kortweg 1 T(h)essalonicenzen genoemd) is een boek in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Het bestaat uit vijf hoofdstukken en werd geschreven in het Koinè-Grieks. Dit Bijbelboek wordt vervolgd met de Tweede brief van Paulus aan de Tessalonicenzen.

Ontstaan[bewerken]

De Eerste brief aan de Tessalonicenzen is mogelijk de oudste brief van de apostel Paulus die bewaard is gebleven. Waarschijnlijk is hij eind 52 geschreven. Hij schreef de brief nadat Timoteüs uit Macedonië was teruggekeerd en Paulus op de hoogte had gebracht van de toestand van de daarin gelegen stad Thessalonica (Handelingen 18:1-5, 1 Tessalonicenzen 3:6).

Hoewel de berichten van Timoteüs over het algemeen bemoedigend waren, begreep Paulus ook dat er misverstanden en fouten aan het ontstaan waren over het christelijke geloof zoals Paulus dat leerde. Paulus schreef hen deze brief dan ook om de kerk in Thessalonica te corrigeren, hen aan te sporen tot een zuiver leven en hen er aan te herinneren dat God de heiliging van hun leven wilde.

Geadresseerden[bewerken]

In Handelingen wordt verteld dat gedurende Paulus' tweede zendingsreis Paulus en Silas vanuit Filippi naar Thessalonica trokken, mogelijk vanwege de aanwezigheid van een synagoge daar. De stad was de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedonië. Paulus begon direct het evangelie te prediken aan zowel de Joden als niet-Joden. Gedurende drie sabbatten behandelde hij in de synagoge gedeelten uit het Oude Testament die op Christus betrekking hebben.

Inhoud[bewerken]

  • Groet (1:1-2)
  • Paulus dankt God voor het geloof en de liefde van de gemeente in Thessalonica (1:3-10).
  • Hij herinnert de gemeente aan zijn oorspronkelijke prediking, hun er op wijzend dat eer van God belangrijker is dan eer van mensen (vs 5, 6), en spoort hen aan om Christus in hun dagelijkse handel en wandel na te volgen (2:1-16).
  • Het slot van het tweede hoofdstuk bevat een korte verklaring dat hij graag bij hen langs was gekomen, maar "dat de Satan hem dit belet had". Daarom stuurde hij nu Timoteüs. (2:17-3:13).
  • Hij gaat verder met de aansporing heilig te leven (4:18),
  • en gebruikt het argument van een spoedig te verwachten terugkomst van Jezus om de zin hiervan te onderbouwen. (5:1-11).
  • De brief sluit met een aantal groeten (5:12-28)

Er lijkt een tegenstelling te bestaan tussen de spoedige verwachting van Jezus' terugkeer in de eerste brief en de waarschuwing tegen overspannen wederkomstverwachtingen in de tweede brief. De klassieke interpretatie is dat de tweede brief een reactie is op de eerste, waarbij de eerste overtrokken verwachtingen gewekt had, die door de tweede brief gecorrigeerd werden.

Deze tegenstelling, samen met het noemen van vervolging, vormde vanaf het midden van de 19e eeuw voor liberale theologen de basis om tot de conclusie te komen dat de tweede brief niet door Paulus geschreven zou zijn maar uit de eerste helft van de tweede eeuw zou stammen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]