Hooglied

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hooglied
Als het rood van een granaatappel fonkelt je lachHooglied 4:3
Als het rood van een granaatappel fonkelt je lach
Hooglied 4:3
Auteur toegeschreven aan Salomo
Tijd 8e-6e eeuw v.Chr.
Taal Hebreeuws
Categorie Poëzie, Feestrol
Hoofdstukken 8
Andere naam Lied der liederen
Lied van Salomo
Vorige boek Prediker
(in de Tenach Job)
Volgende boek Jesaja
(in de Tenach Ruth)

Beluister

(info)

Het Hooglied is een van de boeken in het Oude Testament respectievelijk de Tenach. Binnen de Tenach maakt het Hooglied deel uit van de Geschriften en daarbinnen is het een van de vijf rollen (Megillot).

Naam[bewerken]

De Hebreeuwse naam Shir-HaShirim betekent letterlijk lied der liederen. De uitdrukking is een voorbeeld van een Hebreeuwse genitief, waarmee een overtreffende trap aangeduid wordt. Omdat uit de oorspronkelijke uitdrukking niet blijkt in welk opzicht dit lied alle andere overtreft, staan vertalers voor een moeilijkheid. Maarten Luther vertaalde de titel als Hohes Lied en daaruit ontstond de gebruikelijke Nederlandse naam Hooglied.

In de Griekse Septuaginta wordt het boek Asma (lied) genoemd; de eerste woorden zijn assma asmatoon'; lied der liederen. In de Latijnse Vulgata is het Canticum Canticorum, een letterlijke vertaling van de Hebreeuwse naam.

Auteurschap[bewerken]

Het Hooglied is volgens de titelregel van Salomo. Het opschrift luidt namelijk: Lied der liederen, van Salomo. In de uitleg werd derhalve traditioneel Salomo als auteur beschouwd, maar moderne theologen pleiten op taalkundige gronden voor een latere datering, na de ballingschap of in de hellenistische periode. Minder liberaal georiënteerde theologen als Hengstenberg, Delitzsch, Zöckler en Keil houden in het algemeen vast aan een datering uit de periode van Salomo of vlak daarna. Liefdespoëzie en ook wijsheid hoorden volgens het boek Koningen bij Salomo, zoals wetsteksten bij Mozes en Psalmen bij David. Het gebruik van Salomo als pseudoniem was zo beschouwd een voor de hand liggend stijlmiddel. De canoniciteit van het boek werd binnen de joodse traditie ooit betwist. De grote mystieke Thorageleerde Rabbi Akiva zette zich echter in voor handhaving in de canon met als argument de mystieke betekenis die hij er aan toekende.

Inhoud[bewerken]

De inhoud van het boek bestaat volgens een veel gehoorde uitleg uit een tweespraak in dichtvorm tussen twee geliefden, vaak erotisch van aard.

De mannelijke figuur is hier Salomo, de vrouw is de Sulamietische, een herderin van eenvoudige afkomst. Een deel van de inhoud (hoofdstuk 3:6 e.v.) beschrijft een bruiloftsdag. Volgens anderen is de geliefde niet de zelfde als Salomo.

Thema, interpretatie en boodschap[bewerken]

Hooglied 6: 3 op een gevel in Leiden

Het thema van het boek Hooglied lijkt te zijn: de liefde tussen een bruidegom (Salomo) en zijn bruid (de Sulamith). Veel gedeelten in het Hooglied hebben een duidelijk erotische toonzetting. Om hier goed mee om te gaan, zijn er verschillende interpretaties. Genoemd kunnen worden de allegorische, de typologische en de letterlijke interpretatie. Het jodendom accepteert enkel de allegorische interpretatie. Daarnaast kan men het literair lezen, als voorbeeld van Bijbelse poëzie.

  • In de allegorische interpretatie welke door het jodendom gevolgd wordt, wordt het gehele boek Hooglied opgevat als een doorlopende beeldspraak. De liefde tussen bruid en bruidegom is dan een beeld van de liefde tussen God en de gelovige. De allegorische interpretatie steunt zowel binnen het jodendom als het christendom op lange tradities.
    • Binnen het jodendom wordt het Hooglied geïnterpreteerd als een allegorie over de liefde tussen God en Israël.
    • Binnen het christendom wordt het Hooglied geïnterpreteerd als een allegorie over de liefde tussen Jezus Christus en de kerk (waarbij de kerk moet worden beschouwd als de gemeenschap van hen, die in Jezus Christus geloven).
In de allegorische interpretatie wordt de beeldspraak direct vertaald naar wat er zich afspeelt in de liefde tussen God en de gelovige.
  • In de typologische interpretatie wordt het boek Hooglied letterlijk opgevat, maar niet zonder een diepere betekenis. Het Hooglied is dan een beschrijving van de liefde tussen bruidegom en bruid, die als diepere betekenis heeft: de liefde tussen God en de gelovige. De liefde tussen bruidegom en bruid is dus een type van de liefde tussen God en de gelovige.
In de typologische interpretatie wordt de beeldspraak eerst vertaald naar wat er zich afspeelt in de liefde tussen bruidegom en bruid, waarna de lijn wordt doorgetrokken naar de liefde tussen God en de gelovige.
Het Hooglied kan ook gezien worden als een wijsheidstekst met dubbele bodem woorden m.a.w. : als liefdewoorden die zowel bruikbaar zijn in de omgang met de geliefde als in de omgang met God (cfr. enkele hedendaagse hertalingen).
  • De letterlijke interpretatie ziet het boek Hooglied puur als een beschrijving van de liefde tussen bruidegom en bruid. Een liefdeslied dus, een beschrijving van de schoonheid van de liefde. De letterlijke interpretatie ging vaak vergezeld met speculaties over de aard van de personen die genoemd worden.
In de letterlijke interpretatie wordt de beeldspraak in principe alleen vertaald naar wat er zich afspeelt in de liefde tussen bruidegom en bruid.

In de Bijbel wordt de liefde tussen bruidegom en bruid overigens vaak als beeldspraak gebruikt. In het Oude Testament voor de liefde tussen God en Israël, vergelijk Psalm 45; Jesaja 54:4-6; 62:4, 5; Jeremia 2:2; 3:1, 20; Ezechiël. 16; Hosea. 2:16, 19, 20). In het Nieuwe Testament voor de liefde tussen Christus en zijn kerk, vergelijk Mattheus 9:15; Johannes 3:29; Efeziërs 5:23, 27, 29; Openbaring 19:7-9; 21:2, 9; 22:17.

De uitleg waarbij het Hooglied wordt gezien als allegorie was in de joodse kerk en de vroeg-christelijke kerk en in de kerk van de Reformatie gebruikelijk. De letterlijke uitleg stamt voornamelijk uit de 19e en 20e eeuw.

Overig[bewerken]

Delen van het boek zijn tot in de 20e eeuw in Syrië als bruidsliederen gebruikt.

Relaties met andere christelijke bijbelboeken[bewerken]

Het Nieuwe Testament gebruikt het beeld van bruidegom en bruid herhaaldelijk voor de verhouding tussen Jezus Christus en de gemeente, bijvoorbeeld in Efeziërs 5 en Openbaring 19:7-9. Het laatste vers van Hooglied wordt aangehaald in Openbaring 22:17,20.

Literatuur[bewerken]