Hillel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hillel I de Oudere (ca. 50 v.Chr. - ca. 10 n.Chr.) was een joods wetgeleerde en afstammeling van koning David. Hij was de stichter van één van de beroemdste joodse leerscholen, de School van Hillel.

Hillel was samen met rabbi Sjammai één van de laatste Zugot ("Paren"), dat wil zeggen hoofden van de rechtbanken van de Farizeeën. Hij vervulde zijn ambt ten tijde van koning Herodes de Grote. Van Hillel wordt gezegd dat hij de oeroude joodse spreuken en overleveringen uit Babylon verzamelde. In de Talmoed vindt men tal van spreuken van Hillel.

Hillels school legde de (schriftelijke) Thora en de mondelinge wet (mondelinge Thora) gematigd uit. Zijn uitgangspunt was de naastenliefde en de tolerantie. Eén van Hillels spreuken luidt: "Wat gij haat, doe dat uw naaste niet aan" (zie: Gulden regel, Tobit 4:15).

Hillel gaf ook de zeven hoofdregels (Middoth) voor de exegese (uitleg) van de Thora. Uiteindelijk werd de School van Hillel bepalend voor de uitleg van de Thora.

Zijn beroemdste leerling was zijn eigen kleinzoon Gamaliël.

Hillel II, die in de 4e eeuw van de jaartelling leefde, was een afstammeling van Hillel.

Zie ook[bewerken]