Paradijs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Paradijs (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Paradijs.
Het pararijs door Hendrick de Clerck en Denis van Alsloot c. 1607

Het paradijs is in de volksmond een oord waar het leven heerlijk is.

Vernoemingen[bewerken]

Juist vanwege dit verheerlijkte leven zijn veel dingen en zaken vernoemd naar dit heerlijke leven soms ook puur ironisch bedoeld. Zo is het de benaming voor een bepaalde vorm van kerkhof/-hallen of theatergalerijen, zie daarvoor het artikel Paradijs (architectuur). Ook veel plaatsen en buurten zijn ernaar vernoemd, zo heb je het gehucht Paradijs in België, de buurtschappen Paradijs bij Terneuzen en Paradijs bij De Weere en de wijk Paradijs in Breda. Zie verder ook onder meer Paradise en Paradis voor meer van dit soort plaatsen.

Oorsprong van het woord paradijs[bewerken]

Het woord paradijs werd voor zover dat is na te gaan voor het eerst gebruikt door de oosterse historicus Xenophon, die daarmee de prachtige parken van de Perzische koningen en vorsten beschreef, de Paradeisos. Het oud-Perzische woord voor paradijs is paridæza, in het Grieks vertaald als peri (eromheen) teichos (muur). Uit het vroeg-Indisch is dit paradesa: para: over, voorbij en desa: gebied, dus het buitenland. Het paradijs werd vroeger gezien als een exotisch land. Het woord paradijs heeft dus waarschijnlijk geen religieuze oorsprong, maar het begrip heeft wel een veelomvattende religieuze betekenis erbij gekregen.

Het paradijs in het christendom[bewerken]

Het paradijs van Jan Brueghel de Oude
Adam en Eva (worden uit het paradijs verdreven) een cherub met zwaard, Gustave Doré

Zo is het woord ook terechtgekomen in de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament of Tenach, het eerste gedeelte van de Bijbel. Het is allereerst gebruikt voor de 'hof van Eden', waar volgens het Bijbelboek Genesis de eerste mensen Adam en Eva leefden, maar op andere plaatsen ook gewoonweg voor een mooie tuin.

Het christendom gebruikt het begrip paradijs ook voor de plaats waar iemand na zijn dood naar toe kan gaan, een plaats waar God is (als equivalent van de hemel). Het laatste Bijbelboek Openbaring van Johannes noemt het paradijs net als in het eerste boek Genesis als een plek waar de 'boom des levens' staat. Het heeft in dit boek een plaats in het geheel van de eschatologische toekomstverwachting van 'een nieuwe hemel en een nieuwe aarde' en 'het nieuwe Jeruzalem' waar God woont en vereerd wordt, waar volgens Openbaring geen dood en ellende de mensen meer kunnen plagen en waar zijn vrede en gerechtigheid eeuwig zullen heersen.

Het paradijs in de islam[bewerken]

De islam kent het begrip 'paradijs' eveneens; het is de plaats waar zij die goed hebben geleefd, na hun dood naar toe gaan, als de balans waarop hun goede en slechte daden gewogen worden doorslaat naar het goede. Het islamitische paradijs kent volgens de Koran vele zichtbare en lijfelijke geneugten, die door gelovigen vaak letterlijk worden opgevat, maar door veel islamgeleerden meestal allegorisch worden geïnterpreteerd. Het zou een groene tuin zijn met veel bomen, fruit, schaduw en rivieren. Net als het drinken van wijn in het Paradijs (waar men niet dronken van wordt) worden deze ayat zo geïnterpreteerd dat de aardse zonden er niet zullen bestaan.

Het paradijs in het jodendom en christendom[bewerken]

Binnen het jodendom betekent het paradijs de plaats waar de ziel van de dode naar toe gaat en waar die terugkomt bij God, de oorsprong van alle leven. Joden noemen het paradijs גן עדן, oftewel Gan Eden, tuin van Eden.

Er bestaat een joods volksverhaal, dat ook opgetekend staat in de Bijbel, over het paradijs[1].

God schiep hemel en aarde, de zon, de maan, de sterren, de vogels, vissen en het vee. Uit de aardbodem maakte hij Adam en plantte een tuin in Eden in het oosten. In het midden stond de boom des levens en er groeide ook een boom van kennis van goed en kwaad. Hij zette de mens in de tuin om die te bewerken.

God waarschuwde dat Adam niet van de boom van kennis van goed en kwaad mocht eten en liet hem in een diepe slaap vallen. Hij nam een rib weg en maakte een vrouw. Ze waren naakt, maar schaamden zich niet. De slang vroeg de vrouw waarom ze niet van de boom van kennis van goed en kwaad mag eten. De vrouw zegt dat God waarschuwt dat ze dan zouden sterven.

De slang zegt dat God weet dat de ogen van de mensen open zouden gaan als ze kennis hebben van goed en kwaad. De vrouw eet en geeft haar man ook een vrucht. Als hun ogen open gaan, beseffen ze dat ze naakt zijn. Ze plukken vijgenbladeren en bedekken zich.

God komt op de wind in de tuin en ze verbergen zich tussen de bomen. God vraagt of de mens van de boom heeft gegeten en de man antwoordt dat de vrouw hem een vrucht heeft gegeven. De vrouw zegt dat ze verleid is door de slang. God vervloekt de slang en er zal vijandschap geschapen worden tussen de nakomelingen van de slang en de vrouw.

De nakomelingen van de slang zullen in de hielen van de vrouw bijten en zelf worden vertrapt. De vrouw zal heftige pijnen lijden tijdens de zwangerschap, de weeën zijn onontkoombaar. De man zal heersen over de vrouw. Adam wordt ook gestraft, omdat hij luisterde naar de stem van zijn vrouw. De aarde zal doornen en distels voortbrengen en pas na arbeid zal de man eten.

Tot stof zal de man wederkeren en de man en vrouw moeten vertrekken uit de tuin, zodat ze niet kunnen eten van de boom des levens. Ten oosten van de tuin wordt een cherub aangesteld die met zijn vlammend zwaard de weg naar de boom des levens bewaakt.

Andere invulling van het begrip paradijs[bewerken]

Sommigen verstaan onder het paradijs ook Atlantis, het gezonken eiland waarvan het bestaan niet bewezen is. Ook in De tuin van het paradijs, van Hans Christian Andersen, verzinkt de tuin.

Aaloe is de benaming van het paradijs in het Oude Egypte. Aaloe was het rijk van de zonnegod in het Oosten.

Bronnen, noten en/of referenties