Ninhursag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ninhursag (rechts) en Sulpae bij de levensboom, 12e eeuw v.Chr., uit de Apadana (ontvangstzaal) in Susa.

Ninhursag is de naam van een Sumerische godin in de Mesopotamische mythologie, ook de "Pottenbakkersgodin" of "Grote Mammetun". Deze moedergodin schiep de mens uit aarde en infuseerde hem met bloed. De naam Adam is afgeleid van adamah, wat 'rode aarde' betekent of 'bloedaarde'. Dit ritueel werd overgedragen op de gewoonte om figurines te maken en deze aan de aarde toe te vertrouwen om een goede oogst te garanderen.

Ninhursag werd met heilige slangen geassocieerd, symbool van krioelend leven. Zij werd vereerd in de Sumerische stad Lagash rond 3500 v.Chr..

Zij wordt vaak als een van de vier grootste godheden van de Sumerische godenwereld beschouwd na An, Enlil en Enki. Samen met Utu, Inanna en Nanna vormden zij de zeven hoofdgoden van Sumer, zij die het lot bepalen. Soms wordt Ninhursag zelfs als eerste genoemd, wat erop wijst dat zij ooit een nog voornamere rol heeft gespeeld. Waarschijnlijk was haar naam oorspronkelijk Ki ofwel Aarde en was zij de echtgenote van An, de hemelgod, en werden zij ooit als de hoofdgoden gezien. Zij staat ook bekend als Ninmah de verheven vrouwe. Zoals haar Egyptische tegenhangster Hator verscheen zij soms in de vorm van een koe. Mesopotamische koningen stelden zichzelf graag voor als voortdurend gevoed door Ninhursags melk. 'Heilige melk' van een zuivelhoeve van de tempel voedde Assyrische koningen vijfduizend jaar geleden. Er werden kalveren in de rol van 'eerstgeborene' aan haar geofferd.

De Toda in Zuid-India offeren nog steeds een kalf aan de 'Koemoeder' die de aarde voorstelt. Ze uiten daarbij een gebed waarin het woord Ninkurshag voor komt. Volgens hen is de betekenis ervan onbekend maar is het een heilig woord.

In een mythe speelt zij een belangrijke rol bij de schepping der mensheid, in een andere veroorzaakt zij een reeks goddelijke geboortes in het paradijselijke Dilmun.

Namen[bewerken]

Ninhursag betekent letterlijk "Vrouwe van de heilige berg" (van het Sumerisch NIN "vrouw" en ḪURSAG (of ḪUR.SAG, ḪUR='berg', "heilige berg"). Zij draagt nog andere namen waaronder Ninmah (Grote Koningin), Nintu (Vrouwe der Geboorte), Mama of Mami (moeder), Aruru (zuster van Enlil), Belet-Ili (Vrouwe van de goden - Akkadisch). Minder belangrijke synoniemen zijn Ninzinak (Vrouwe van het embryo), Nindim (Vrouwe der vormgeving), Nagarsagak (Schrijnwerkster van binnen), Ninbahar (Vrouwe van het pottenbakken), Ninmag (Vrouwe vulva); Ninsigsig (Vrouwe der stilte), Mudkesda (bloedtrouw), Amadugbad (kniespreidende moeder), Amaududa (moeder die geboorte gaf), Sagzudingirenak (vroedvrouw der goden), en Ninmenna (Vrouwe van het diadeem).

Volgens de legende veranderde haar zoon Ninurta haar naam van Ninmah in Ninhursag om zijn schepping van de bergen te gedenken. Als Ninmenna plaatste zij volgens een Babylonisch investituur ritueel de gouden kroon op het hoofd van de koning in de Eanna tempel.

Volgens sommigen was Ki (aarde) de originele godin van de aarde en gezellin van An (hemel) identiek met een vroegere vorm van Ninhursag. Dit zou best kunnen, aangezien sommige auteurs beklemtonen dat Ki nooit als een godheid op zich werd beschouwd in de geschiedenis. Er zijn geen aanwijzingen van een cultus voor deze 'godin' en haar naam komt slechts beperkt voor in Sumerische scheppingsverhalen. Dit soort syncretisme kan wel tot enige verwarring leiden, aangezien Ki, Ninhursag de moeder van Enlil zou zijn, daar waar zij volgens andere bronnen zijn zuster zou zijn.

Een aantal namen waren eerst met afzonderlijke godinnen geassocieerd (zoals Ninmah en Ninmenna), die dan later met Ninhursag samensmolten. Er zijn ook mythen waar de naam Ninhursag niet in vernoemd wordt.

Bij de Griekse filosoof Damaskios is haar Griekse naam Dauke.

Mythen[bewerken]

In de legende van Enki en Ninhursag baarde zij hem een dochter Ninsar ('Vrouwe groen'). Ninsar baarde Enki een dochter Ninkurra. Die baarde hem dan weer een dochter Uttu. Enki vervolgde Uttu, die kwaad was omdat hij niet om haar gaf. Op advies van haar voorouder Ninhursag begroef Uttu zaad van Enki in de aarde. Daaruit ontsproten acht moederplanten, de eerste op aarde. Toen Enki ze zag at hij van deze planten, maar hij werd ziek in acht organen van zijn lichaam. Nunhursag genas hem door de planten in haar lichaam op te nemen en acht dochters te baren: Abu, Nintulla (Nintul), Ninsutu, Ninkasi, Nazi, Dazimua, Ninti, en Enshag (Enshagag).

In de tekst 'Schepper van de Schoffel' voltooide zij de geboorte van het mensdom nadat de hoofden waren blootgelegd door Enki's schoffel.

In scheppingsverhalen treedt Ninmah (een andere naam voor Ninhursag) op als vroedvrouw terwijl de moedergodin Nammu verschillende soorten menselijke individuen uit kleihompen maakt. Dit laatste gebeurt tijdens een feest door Enki gegeven ter ere van de schepping van het mensdom.

KI[bewerken]

Spijkerschrift teken 'KI' (Borger 2003 nr. 737; U+121A0 ) is het teken voor "aarde", maar ook "plaats locatie". Het wordt ook gelezen als GI5, GUNNI (=KI.NE) "haard", KARAŠ (=KI.KAL.BAD) "kamp, leger", KISLAḪ (=KI.UD) "dorsplaats" en SUR7 (=KI.GAG). In de Akkadische orthografie dient het als determinant voor toponiemen en heeft de syllabenwaarden gi, ge, qi en qe.

Literatuur[bewerken]

  • Helmut Freydank u.a.: Lexikon Alter Orient. Ägypten * Indien * China * Vorderasien, VMA-Verlag, Wiesbaden 1997 ISBN 3-928127-40-3
  • Brigitte Groneberg: Die Götter des Zweistromlandes. Kulte, Mythen, Epen, Artemis & Winkler, Stuttgart 2004 ISBN 3760823068

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]