Enlil

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Enlil en Ninlil bij de levensboom

Enlil of Ellil was de stadsgod van Nippur en hoofdgod van Sumer. Samen met zijn broer (soms ook zijn vader) en voorganger Enki was Enlil afstammeling van de oudere oppergod Anu of Anoe, de Hemelstier. In sommige tradities werd het koppel Enki en Ninki echter ook als ouders van Enlil gezien[1]. Enlil werd ten koste van zijn broer Enki hoofdgod.

Naam[bewerken]

Rond de naam Enlil zijn vele betekenissen gegeven. De eerste die betekenis aan zijn naam gaf was Nötscher hij zei dat Enlil 'Heer van de wind betekent'. Dat is dan ook de klassieke interpretatie. Maar er zijn verschillende interpretaties, Jacobsen zei dat Enlil eerder 'levensgeest' betekende en Steinkeller dacht eerder aan behekst huis. Enlil had vele epitheta zoals Helderogige Berg, Heer Lucht. Naast epitheta had Enlil ook een aanzienlijk aantal alternatieve namen zoals Kúrgal.

Enlil en Ninlil[bewerken]

Een bekende tekst waar Enlil in voorkwam is de tekst 'Enlil en Ninlil. Daarin is te lezen hoe Enlil Ninlil zwanger maakte van de goden Suen, Nergal, Ninazu en Enbilulu.[2].

Stadsgod van Nippur[bewerken]

Zijn tempel in Nippur werd "Huis van de Berg" genoemd, ofschoon slechts 600 m boven de zeespiegel gelegen.

Zonder Enlil, de Grote Berg
zou geen stad gebouwd, geen fundament gelegd
geen stal gebouwd, geen schaapskudde gevormd
geen koning verheven en geen hogepriester geboren worden

Op een kleitablet is te lezen:

In een gouden eeuw, zonder slangen, zonder schorpioenen… toen de mens nog geen vijand had, konden alle mensen in dezelfde taal spreken met hun god Enlil.

en

U bent de Heer, goede Heer, van de graanschuur, die gerst doet ontspruiten en wijnranken…

Lofdichten bezingen niet alleen zijn macht inzake landbouw en vruchtbaarheid maar ook over de maatschappelijke orde.

Enlil was de bron van de wetgeving. Hij was degene die de kroon op het hoofd van de koning zette .

Teloorgang[bewerken]

Hij werd later in belang verdrongen door de god Marduk door toedoen van Nebukadnezar I. Hij bracht het standbeeld van Marduk terug naar Babylonië. Men dacht dat de god effectief leefde in het standbeeld. Toen het standbeeld gestolen was door de Elamieten dacht men dat Marduk Babylon had verlaten. Nebukadnezar I bracht het standbeeld terug zo rond de twaalfde eeuw voor Christus. De Babyloniërs dachten dus dat Marduk persoonlijk was teruggekeerd. De Babyloniërs waren dermate onder de indruk dat ze de god steeds meer in hun religieuze teksten lieten voorkomen. Een voorbeeld van zo een tekst is het Enoema Elisj. Hij verstootte geleidelijk aan Enlil van het schouwtoneel. Enlil bleef waarschijnlijk wel aanbeden worden maar niet meer als oppergod van het Pantheon.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. http://oracc.museum.upenn.edu/amgg/listofdeities/enlil/index.html
  2. T. Jacobsen, "The harps that once...Summerian poetry in translation, New Haven, Yale university press, 1987, pp. 167-180