Anunnaki

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Anunnaki of Anunnaku vormen in de Mesopotamische mythologie (Sumeriërs, Akkadiërs, Assyriërs en Babyloniërs) een groep godheden die verwant zijn en soms overlappen met de Anunna (de 'Vijftig Grote Goden) en de Igigi (de mindere goden). De schrijfwijze varieert "da-nuna", "da-nuna-ke4-ne", of "da-nun-na", met een betekenis van iets als "die van koninklijken bloede".

Hoofd van de Anunnaki raad was de Grote Anu, de god van het firmament. De andere leden werden als zijn nakomelingen beschouwd. Zijn troon werd geërfd door Enlil, wat tot een dispuut tussen hem en zijn broer Enki leidde. Enki was de alchemist en hij zou de mensheid hebben gecreëerd.

De Anunnaki vormden de Hoge Raad van de Goden als Anu's metgezellen. Ze hadden sleutelposities verspreid over de wereld en de onderwereld. Meest bekend onder hen waren Asaru, Asarualim, Asarualimnunna, Asaruludu, En-Ki (Ea voor de Akkadiërs), Namru, Namtillaku en Tutu.

Antiek Sumerisch zegel met de Annunaki

Er zijn heel wat schrijfwijzen mogelijk: Annunaki, Annunnaki, Anunaki, Anunaku, Anunnaku, Anuna, Anunnaka.

In de Akkadische religie worden de Anunna als Anunnaki opgenomen. Hier vormen ze de onderaardse goden, die tegenover de Igigi, de hemelse goden, worden gesteld.

Mythengeschiedkundig vertegenwoordigt het geloof in de Anunnaki een zeer oude fase van godsverering. Zo waren de Sumeriërs de mening toegedaan dat akkerbouw, veeteelt en weefkunst van de heilige berg Du-Ku tot de mensen was gekomen. Daar leefden namelijk de Anunna goden, aanvankelijk goden uit een zeer oude tijd, zonder individuele namen.

De Duitse archeoloog Klaus Schmidt stelt in 2006 in zijn boek "Sie bauten den ersten Tempel, Das rätselhafte Heiligtum der Steinzeitjäger" het vermoeden ter discussie, dat de naamloze goden van de Anuannaraad de herinnering aan de goden weerspiegelen, die de jagers uit de Steentijd in de oudste stenen tempel ter wereld op de Göbekli Tepe tussen ca.10.000 v.Chr. en 8000 v.Chr. vereerden. De grote aanleg met tonnenwegende deels met reliëfs versierde en als goden geïnterpreteerde pijlers werd aan het einde van zijn gebruikstijd tegen een enorme kostprijs onder duizenden tonnen aarde en steengruis begraven.

De uit Klein-Azië stammende Etrusken kenden als opperste instantie een raad van verborgen goden, wier namen onbekend en wier macht onbegrensd was. Alle andere zowel noembare af afgebeelde goden zijn voor deze raad slechts plaatsvervangers.

Zie ook[bewerken]

Gilgamesj-epos, Sumer, Akkad, Enuma Elish

Literatuur[bewerken]

  • Helmut Freydank u.a.: Lexikon Alter Orient. Ägypten * Indien * China * Vorderasien, VMA-Verlag, Wiesbaden 1997 ISBN 3-928127-40-3
  • Brigitte Groneberg: Die Götter des Zweistromlandes. Kulte, Mythen, Epen, Artemis & Winkler, Stuttgart 2004 ISBN 3760823068