Cherubijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Cherubijnen, cherubs of cherubim (ook wel terug te vinden als kerub) zijn engelen van het tweede koor, volgend na de serafijnen. Het is ook een cherubijn die de Hof van Eden 'met een vlammend zwaard' bewaakt nadat Adam en Eva daaruit waren verjaagd. Een cherubijn(tje) (in deze context nooit cherub) is ook een gevleugelde putto.

Opvattingen over Cherubijnen[bewerken]

Veel protestantse geleerden stellen dat cherubijnen alleen symbolische voorstellingen zijn van abstracte ideeën, maar de Rooms-Katholieke Kerk meent dat er daadwerkelijk wezens bestaan die overeenkomen met cherubijnen. Vanaf 200 v. Chr. zijn er ook Joden die cherubijnen als echte engelen zien. De teksten over engelen in het Eerste boek van Henoch en de apocriefe boeken van Ezra tonen dit aan[1].

Vindplaatsen in de Bijbel[bewerken]

Twee cherubijnen op het verzoendeksel van de Ark van het Verbond

Cherubijnen in de Bijbel zijn in de Nieuwe Bijbelvertaling in de volgende boeken te vinden:

  • Genesis 3:24 (God plaatst cherubijnen ten oosten van de tuin van Eden om de weg naar de levensboom te bewaken)
  • Het boek Exodus, hoofdstuk 25 vers 18 (Gods voorschrift om het verzoendeksel van de Ark van het Verbond met twee cherubijnen te versieren)
  • Het boek Exodus, 37:7 (De uitvoering van Gods voorschrift)
  • Tweede boek van Samuel 22:11 (Een lied van David, waarin David zich voorstelt dat hij vliegt op de rug van een cherubijn)
  • Eerste boek Koningen 6:27 (De ark van het verbond wordt met cherubijn en al in de tempel gezet)
  • Tweede boek Kronieken 3:11 (De grootte van de vleugels van de cherubijnfiguren op de ark worden beschreven)
  • Psalmen 18:11 (Lied van David)
  • Het boek van Ezechiël 10:9, 10:14 en 41:18 (Ezechiël heeft een visioen en ziet daar cherubijnen in)
  • Ezechiël 28, vers 14 en 16 (De koning van Tyrus wordt met een cherubijn vergeleken, die loopt op de heilige berg van God)

Theorie over de oorsprong van het Joodse geloof in cherubijnen[bewerken]

Het Hebreeuwse woord voor cherubijn is keroev, dat lijkt op het akkadische woord ka-ri-bu (betekenis: zegenende [geest]). Karibu waren onheil afwerende bewakers van de tempels en paleizen in het oude Sumerië en Babylonië. Op grond van deze (oppervlakkige) overeenkomsten meende bijvoorbeeld William F. Albright (1891 – 1971) dat het woord keroev aan het Assyrisch moest zijn ontleend. Tijdens hun ballingschap in het Babylonische Rijk zouden de Joden vertrouwd geraakt zijn met dit concept, en mogelijk om die reden is dit concept toegepast op engelen in de Bijbel en de joodse geschriften.[bron?]

Referenties[bewerken]

  1. Catholic Encyclopedia, Cherub