Transsylvanië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kaart van Roemenië met historisch Transsylvanië in lichtgeel en hedendaags Transsylvanië in het licht- en het donkergeel.
Het wapen van Zevenburgen (Transsylvanië)
Rumunia kapliczka2.jpg

Transsylvanië of Zevenburgen (Roemeens: Transilvania of Ardeal; Hongaars: Erdély; Duits: Siebenbürgen; Servisch: Трансилванија, Transilvanija of Ердељ, Erdelj) is een historische regio die een groot deel van het huidige noorden en westen van Roemenië beslaat.

Transsylvanië was lange tijd onderdeel van het Koninkrijk Hongarije en was vanaf de Slag bij Mohács (1526) tot aan het begin van de 19e eeuw feitelijk het enige deel van Hongarije dat zijn autonomie had weten te behouden. Transsylvanië was in die tijd namelijk een autonoom onderdeel van het Ottomaanse Rijk en was dus niet als de rest van Hongarije bezet door de Turken dan wel de Habsburgse Oostenrijkers. Deze historische positie heeft bijgedragen aan een Transsylvaans bewustzijn dat vandaag de dag bij veel Transsylvanen een rol speelt.

Nog steeds leeft in Transsylvanië een grote Hongaarse minderheid die de Roemeense statistiek op 1,6 miljoen stelt, maar door de Hongaren zelf op 2 miljoen. Ongeveer een derde van de Hongaarse minderheid valt onder een bijzondere etnische groep Székely. Tegenwoordig zijn de Hongaren in de meerderheid in de districten Covasna en Harghita in de historische regio Szeklerland, de voormalige grensstreek van het Hongaarse Koninkrijk. Ook in de rest van Transsylvanië zijn grote groepen Hongaarse minderheden te vinden.Een voorbeeld hiervan is de zogenaamde Transsylvanische Vlakte. Daarnaast bevindt zich in Transsylvanië een grote minderheid van Duitstaligen, de Saksen. Anders dan de naam doet vermoeden zijn zij waarschijnlijk oorspronkelijk afkomstig uit Vlaanderen, Brabant, Lotharingen, het Rijnland en vooral uit de Moezelstreek en hebben ze dus geen Saksische oorsprong.

Transsylvanië betekent het land (-ië) aan de andere kant van (trans) het woud (silva). Bedoeld wordt het Centraal-Europees Woud. De naam Zevenburgen verwijst vermoedelijk naar zeven door de Saksen gestichte steden.

Het gebied dat tegenwoordig Transsylvanië wordt genoemd, komt niet helemaal overeen met historisch Transsylvanië. Hedendaags Transsylvanië omvat ook delen van Maramureş, Crişana en het Banaat.

De landstreek is bekend door de roman Dracula van Bram Stoker, die dit verhaal deels baseerde op de mythe rond Vlad Ţepeş, afkomstig uit de buurt van Sighişoara.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

[bewerken] Romeinse tijd

Transsylvanië werd al rond het begin van de jaartelling bewoond door Daciërs. De hoofdstad van Dacië, Sarmizegetusa, lag in het huidige Transsylvanië. Rond het jaar 100 werden de Daciërs overmeesterd door de Romeinse generaal Trajanus, waarna Dacië een provincie van het Romeinse Rijk werd. Sarmizegetusa werd platgebrand.

De Romeinen romaniseerden de bevolking, met name de steden, zoals Apulum (Alba Iulia) en Napoca (Cluj-Napoca). Na het verval van de staatsmacht van Rome, vielen Germaanse nomadenstammen het land binnen: West-Gothen, die, opgejaagd door de Hunnen weer verder trokken, en Gepiden die na vertrek van de laatsten, van 454 tot 567 een staatsvorm handhaafden. Hun Rijk werd daarna overgenomen door de Gepiden.

[bewerken] Komst van de Hongaren

Reeds voor de val van Dacië en de daaropvolgende romanisering in het begin van de 2e eeuw werd het gebied dat overeenkomt met het huidige Roemenië en Moldavië in hoofdzaak bevolkt door een gemengd Dacisch-Latijns volk. Tijdens de Grote Volksverhuizing vielen vele nomadische volkeren het gebied binnen, om het na enkele generaties ook weer te verlaten, waarbij elke stam ook voor een deel achterbleef en de huidige bevolking zich baseert op deze heterogene gelaagdheid. Een van de laatste in de reeks waren de Magyaren, die op hun weg van de Joegra (nu Midden-Rusland) naar het huidige Hongarije zich eerst kort vestigden in wat door hen Etelköz genoemd wordt (nu West-Oekraïne), waar ze zich in de 8ste en 9e eeuw vestigden. Vervolgens trokken ze naar het huidige Hongarije en Transsylvanië. Hun gebied werd strategisch beschermd door de Karpathengebergte. De geromaniseerde Dacische bevolking organiseerde zich aan de andere zijde van de bergketen staatkundig in Walachije en Moldavië. Hongaarse en Roemeense historici zijn het heftig oneens over de vroege aanwezigheid van Daciërs in Transsylvanië. Volgens de eersten was die aanwezigheid marginaal en kwamen Roemenen pas later in de middeleeuwen in het land. Volgens de laatsten lag de bakermat van de Roemenen juist in Transsylvanië.

Na hun uittocht uit Rusland veroverden de Magyaarse stammen in 896 de Pannonische vlakte, het huidige Hongarije, Transsylvanië en de aangrenzende streken van Oostenrijk, Slowakije en Kroatië. Daar had zich sinds de 6de eeuw het Avaarse Rijk gevestigd onder een gelijknamige nomadenstam. Deze Avaren heersten over een zeer heterogene bevolking van Kelten en Germanen, die tot op zekere hoogte geromaniserd waren. Zijzelf waren nomaden uit de huidige Oekraïne met ook weer een heterogene achtergrond van Hunnen, oer-Turken en oer-Boelgaren, en Slaven. De Magyaren kregen de kans dit Rijk over te nemen toen het verzwakt werd door de Frankische verovering tot aan de Donau in 876. In 895 trokken Magyaarse nomadenstammen, zoals alle vorige nomaden oorspronkelijk ook weer afkomstig uit het grensgebied van het huidige Rusland en Siberië, binnen. Zij namen de Avaarse staat over en werden een krijger-elite over de heterogene bevolking. De Franken die hun gezag tot de Donau hadden uitgestrekt, waren niet opgewassen tegen de nomadische militaire tactiek en moesten zich terugtrekken tot in het huidige Oostenrijk. Daarop gingen de Magyaren in hun veroveringsroes door en in de eerste helft van de 10de eeuw teisterden hun rooftochten de landen tot aan Hamburg, Keulen, Parijs, Barcelona en Napels. Hun succesvolle tactiek had als nadeel dat zij niet in staat waren zich als bezetters en heersers te handhaven. Na, in 955, een vernietigende slag op het Lechfeld bij Augsburg tegen de Duitse koning Otto I, trokken ze zich terug. Onder hun leider Geza zochten de Magayaren vervolgens toenadering tot Midden-Europa. Stephan I huwde een Duitse prinses en stichtte in 1001 een koninkrijk dat het christendom als staatsgodsdienst aannam. Transsylvanië was een kernprovincie van dit koninkrijk. Het Karpathengebergte dat Transsylvanië naar het oosten afgrenst, was namelijk een uiterst belangrijke strategische bevestiging. Er was het koninklijk gezag veel aan gelegen dit gebied te bevestigen, onder andere door de Magyaarse stam van de Szekler Székely als militante grensbewakers aan te stellen. En door boeren en stedelingen uit Duitse landen, zogenaamde Zevenburgse Saksen Siebenbürger Sachsen, aan te trekken, teneinde het gebied modern in cultuur te brengen en er een bestuursorganisatie in te richten. Met succes werd Hongarije aan de Transsylvanse grenzen voortaan gevrijwaard van invallen van nomaden, zoals Petsjenegen en Koemanen die ondernamen in de 12de eeuw. De Mongolen konden niet tegengehouden worden, maar in hun verlangen om het rijkere westelijke gebieden te plunderen, was Transsylvanië niet veel meer dan een doorgangsgebied. In 1241 werden zij verslagen en moest de provincie heropgebouwd worden. De betrekkelijke ontvolking door deze gewelddadigheden gaf de Daciërs (later: Roemenen) juist ruimte om zich geografisch uit te breiden, en hoewel zij politiek machteloos waren, groeide hun aantal langzaamaan uit tot de helft van de bevolking. In de Middeleeuwen was Transsylvanië een autonome provincie onder de Hongaarse vorsten van de Árpáddynastie, tot aan de overwinning van de Ottomanen op Hongarije in de Slag bij Mohács in 1526. Onder heerschappij van de Sultan zou Transssylvanië overigens ook een zekere autonomie behouden, terwijl de westelijke gebieden van Hongarije juist economisch ontmanteld werden, verarmden en ontvolkten. De lutherse Saksen en deels calvinistische Hongaren steunden het Ottomaanse gezag op voorwaarde van godsdienstvrijheid. Omdat deze door de tegenpartij - de Oostenrijkse en katholieke Habsburgers - juist niet zou worden toegestaan, duurde het meer dan anderhalve eeuw voordat de Transsylvaanse adel en burgerij openlijk de kant van Oostenrijk tegen de Sultan zouden kiezen.

Magyaren. Voordat de Magyaren Transsylvanië binnentrokken hebben ze enige tijd in Moldavië gewoond, wat mag blijken uit plaatsnamen van veronderstelde Hongaarse oorsprong als onder meer Suceava (uit Szűcsvár), Orhei (van het Roemeense woord 'Orhei' dat uiteindelijk komt van Örhely uit het Hongaars, in het land Moldavië) en misschien ook Bacău (uit Bakó). Het is ook mogelijk dat Magyaarse nomaden vanuit Transsylvanië de bergen overtrokken naar de valleien van de Siret en de Trotuş, waar een rooms-katholieke Hongaarstaligee gemeenschap van zogenaamde Csángó's woont. Zij staan heden ten dage onder een sterke druk van roemenisering.

Saksen. De 12e en 13e eeuw gekomen Vlamingen en Rijnlanders (Transsylvaanse Saksen), die op uitnodiging van de Hongaarse koning het gebied tussen de steden Sighişoara, Braşov en Sibiu koloniseerden, stichtten daar steden met burchten ter bescherming, en vandaar noemden zij Transsylvanië Siebenbürgen, in het Nederlandse Zevenburgen. Tientallen dorpen met gefortificeerde kerken werden om de steden heen opgerichr. De Saksen vormden slechts een tiende van de totale Transsylvaanse bevolking, maar in dit zuidelijke vestigingsgebied waren ze een meerderheid. Hun grote welvaart maakte van hen een belangrijke politieke factor, naast de Hongaarse adel. Hun gebied kreeg van de Hongaarse koningen autonomie toegekend, en ook nadat Transsylvanië in 1699 een Habsburgse provincie werd, zouden de Saksen hun autonome instellingen behouden. Na 1945 sloeg een kleiner deel van hun op de vlucht voor de Sovjet-invasie. Zij behielden na herstel van het Roemeense staatsgezag culturele rechten, maar hun woongebied raakte steeds meer door Roemenen en Zigeuners bevolkt, en na 1990 vertrokken de meesten van hun naar Duitsland, in wat lijkt op een overhaaste vlucht. De typisch Midden-Europese stadsarchitectuur en de imposante, tot forten bevestigde, plattelandskerken getuigen nog steeds van hun toenmalige aanwezigheid.

De Daciërs, modern Roemenen genoemd, waren van oorsprong semi-nomadische schaapsherders en gingen vanaf de 13de eeuw een steeds groter deel uitmaken van de Transsylvaanse bevolking. Nadat Transsylvanië in 1919 bij Roemenië was gevoegd werden zij sociaal en politiek versterkt met een toevloed van "staats"-Roemenen. De Hongaarse ambtenarij en adel verloren hun macht door ontslag en grootschalige onteigeningen, die ten goede kwamen aan het binnenstromende nieuwe anbtenarencorps en de kolonisatie met Roemeense boeren.

Met behulp van Duitsland en Italië kreeg Hongarije in 1940 het noorden van Transsylvanië terug. Grootschalige bevolkingsuitwisselingen vonden daarna plaats waarbij Hongaren tegen Roemenen werden "geruild". In 1945 werd deze grenswijziging ongedaan gemaakt en nu werden grote aantallen Hongaren die zich voorheen als ambtenaar of militair met de Hongaarse staat hadden verbonden, uitgewezen. Sindsdien zijn de Hongaren een gewantrouwde en gediscrimineerde groep gebleven. Een korte tijd van autonomie voor het Szeklerland, door Moskou verordonneerd om de goede verhoudingen tussen Hongarije en Roemenië te herstellen, werd al weer snel opgeheven. Districtsgrenzen werden gewijzigd, zodanig dat er weinig districten overbleven met een zodanig grote Hongaarse bevolking dat zij wettelijk recht op haar taal kon handhaven, in het onderwijs en het openbaar bestuur. Een reorganisatie van het platteland door de opheffing en afbraak van honderden dorpen en de concentratie van hun bevolking in door Roemenen beheerste 'agrarische steden', dreigde de Hongaren van hun gemeenschapsleven en hun sociale identiteit te beroven. De val van het Ceauşescu-regime kwam op tijd om dat te verhinderen, maar sindsdien zijn de relaties tussen Roemenen en Hongaren vol spanning gebleven. Onlangs verklaarde de Roemeense regering collectieve rechten voor de Hongaarse minderheid ongrondwettelijk.

[bewerken] Slag bij Mohács: stichting van het vorstendom Transsylvanië

Toen het grootste deel van het Hongaarse Koninkrijk na de Slag bij Mohács in 1526 door het Ottomaanse Rijk werd ingelijfd en de rest van Hongarije (het westen van het huidige Hongarije en het tegenwoordige Slowakije) in bewaring werd genomen door de Habsburgse Oostenrijkers, bleef Transsylvanië semi-onafhankelijk als een vazalstaat van het Ottomaanse Rijk, een loyaliteit die de sultan kocht met het toestaan van onafhankelijke bestuurs- en gerechtsinstellingen en de garantie van godsdienstvrijheid. De eerste prins of vorst van Transsylvanië was de Hongaarse troonpretendent Jan Zapolya.

[bewerken] Michaël de Dappere

De drie vorstendommen tijdens de regering van Michaël de Dappere
1rightarrow.png Zie Michaël de Dappere voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1600 verenigde Michaël de Dappere, vorst van Walachije, Walachije met Transsylvanië en Moldavië, maar dat duurde niet lang. De Oostenrijkse generaal Giorgio Basta vermoordde Michaël in 1601, en nam toen zelf Transsylvanië in voor Oostenrijk. Een paar jaar later werd Transsylvanië weer onafhankelijk.

Michaël de Dappere blijft tot op de dag van vandaag de volksheld van Roemenië.

[bewerken] Transsylvanië langzaamaan onder Oostenrijks bestuur

Na de nederlaag van de Ottomanen in de Slag bij Wenen in 1683 brachten de Habsburgse heersers van Oostenrijk, die tevens de Hongaarse kroon hadden geërfd, langzaam maar zeker Transsylvanië onder hun heerschappij. Nadat de Ottomaanse legers verdreven waren, in 1687 werd Transsylvanië, een Oostenrijks kroonland en in 1711 werd de Hongaarse vorst van Transsylvanië vervangen door een door de Habsburgers aangestelde gouverneur.

[bewerken] Hongaarse revolutie en gelijkstelling

Onderdrukking van Hongaren leidde uiteindelijk in maart 1848 tot de Hongaarse revolutie. De Habsburgers, die ook in Wenen te maken kregen met een revolutie (zie Maartrevolutie), bonden snel in en gaven de Hongaren autonomie. Onder leiding van de nieuwe Hongaarse gouverneur Lajos Kossuth en zijn premier Lajos Batthyány werden in april 1848 de zogenaamde Aprilwetten aangenomen, waarin de unie van (Habsburgs) Hongarije en het vorstendom Transsylvanië werd bezegeld. Hoewel deze revolutie in augustus 1849 met hulp van Russische troepen door Oostenrijk ongedaan werd gemaakt, kwam na de gelijkstelling (Ausgleich) in 1867 een einde aan het vorstendom Transsylvanië, waarna het weer deel ging uitmaken van het Koninkrijk Hongarije.

De Transsylvaanse Saksen en Roemenen waren felle tegenstanders van deze hereniging; de Saksen waren bang dat hun rechten in de nieuwe Hongaarse staat teniet zouden worden gedaan en de Roemenen, die zich steeds nationaal bewuster werden, wilden Transsylvanië bij de Roemeense staat voegen.

[bewerken] De Eerste Wereldoorlog en het Verdrag van Trianon

Na de Eerste Wereldoorlog, die Oostenrijk-Hongarije had verloren, werd het Oostenrijk-Hongaarse rijk opgedeeld in twee aparte staten (Oostenrijk en Hongarije) en verder verdeeld onder aangrenzende staten. Transsylvanië werd op 1 december 1918 in Alba Iulia onder Hongaars protest aan Roemenië toegewezen. Deze situatie werd door de westerse mogendheden bevestigd met het Verdrag van Trianon op 4 juni 1920.

Het dient gezegd te worden dat het toekomen van Transsylvanië aan Roemenië al op 4 augustus 1916 overeengekomen was tussen de Roemenen en de geallieerden, als beloning voor het kiezen van de geallieerde kant in de oorlog. Volkenrechtelijk werd een argument gezocht in de absolute bevolkingsmeerderheid van Roemenen op dat moment: 53,8%.

In 1922 werden Ferdinand I en Maria in Alba Iulia tot koning en koningin van Roemenië gekroond. Roemenië had van 1920 tot 1940 haar grootste omvang bereikt (inclusief Bessarabië); România Mare (Groot-Roemenië) was een feit.

[bewerken] Hongaars revisionisme

In augustus 1940 kwam onder toezicht van Benito Mussolini en Adolf Hitler de Tweede toekenning van Wenen tot stand, die bepaalde dat Hongarije het noorden van Transsylvanië mocht annexeren. In 1947 werd Transsylvanië weer aan Roemenië toegewezen, bij de bepalingen van het Verdrag van Parijs.

[bewerken] Transsylvanië onder communistische dictatuur

[bewerken] Transsylvanië na 1990

[bewerken] Bevolking van Transsylvanië

Aantal Hongaren per district in Roemenië
Jaar Totaal Roemenen Hongaren Duitsers
1850 1.823.222 57,2% 26,8% 10,5%
1869 4.224.436 59% 25% 9,5%
1880 4.032.851 57% 26% 9,0%
1890 4.429.564 56% 27,1% 12,5%
1900 4.840.722 55% 29,5%% 11,9%
1910 5.262.495 53,7% 31,6% 10,7%
1919 5.259.918 57,1% 26,5% 9,8%
1920 5.208.345 57,3% 25,5% 10,6%
1930 5.114.214 58,3% 26,7% 9,7%
1941 5.548.363 55,9% 29,5% 9%
1948 5.761.127 65,1% 25,7% 5,8%
1956 6.232.312 65,5% 25,9% 6%
1966 6.736.046 68% 24,2% 5,6%
1977 7.500.229 69,4% 22,6% 4,6%
1992 7.723.313 75,3% 21% 1,2%
2002 7.221.733 74,7% 19,6% 0,7%

De grote "stijging" van het inwonertal tussen 1850 en 1869 hangt ongetwijfeld samen met een verandering van het met de naam Transsylvanië bedoelde gebied, door de inbetrekking van Maramures, Crisana en Banat, waardoor ook de oppervlakte toenam van ca. 57.000 tot ca. 102.000 km2. Tegenwoordig is er ook een minderheid van Roma's, die in de vroegere statistiek bij de Hongaren en ten dele ook bij de Roemenen werden geteld, maar nu als aparte groep staan geregistreerd. De effecten van een magyariseringspolitiek tussen 1870 en 1920 zijn duidelijk zichtbaar, en hadden tot 1940 invloed. Daarna was het de roemeniserinsgpolitiek welke na 1945 tot op heden de verhoudingen bepaalde. De dramatische teloorgang van de Duitstalige gemeenschap komt in de cijfers na 1990 tot uitdrukking.

[bewerken] Vorsten van Transsylvanië

[bewerken] Hongaarse vorsten

[bewerken] Habsburgse vorsten

In 1918 werd Transsylvanië toegevoegd aan Roemenië. 2 jaar later kwamem Crişana, een deel van het Banaat en Maramureş ook bij Roemenië.

Transsylvanië in de Habsburgse monarchie 1690-1918

[bewerken] Transsylvanië in Oostenrijk-Hongarije

Kerngegevens:
Naam Grootvorstendom Zevenburgen
Status Vorstendom direct onder Hongaars bestuur
Hoofdstad Klausenburg (Cluj-Napoca)
Oppervlakte 56.856 km²
Aantal inwoners (1910) 5.262.495
Samenstelling bevolking (1910) Roemenen 53,7%, Hongaren 31,6%, Duitsers 10,7%, Overige 4%
Hoofdgodsdiensten rooms-katholiek, Oosters Orthodox
Taal Roemeens, Hongaars, Duits
Bestaan 1867-1918
Ontstaan uit Kroonland Zevenburgen
Opgegaan in Roemenië
Onderdeel van Oostenrijk-Hongarije

[bewerken] Huidige Transsylvanië

[bewerken] Bestaat uit

Transsylvanië bestaat uit de regio's:

[bewerken] Indeling van Transsylvanië

Middeleeuws Sighişoara

Transsylvanië is onderverdeeld in 16 districten. De cijfers van het inwonertal hebben betrekking op 2002.

District Inwonertal (district) Hoofdstad Inwonertal (hoofdstad)
Alba 382.747 Alba Iulia 66.406
Arad 461.791 Arad 172.824
Bihor 600.223 Oradea 206.257
Bistriţa-Năsăud 311.657 Bistriţa 87.169
Braşov 589.028 Braşov 283.901
Caraş-Severin 333.219 Reşiţa 94.580
Cluj 702.755 Cluj-Napoca 318.027
Covasna 222.449 Sfântu Gheorghe 61.543
Harghita 326.222 Miercurea-Ciuc 42.029
Hunedoara 485.712 Deva 69.257
Maramureş 510.110 Baia Mare 137.921
Mureş 580.851 Târgu Mureş 150.047
Satu Mare 367.281 Satu Mare 115.142
Sălaj 248.015 Zalău 62.927
Sibiu 421.724 Sibiu 154.892
Timiş 659,512 (2004) Timişoara 317.651

[bewerken] Toerisme

Jaarlijks komen er erg veel toeristen naar Transsylvanië. Niet alleen om te skiën maar ook om de vele middeleeuwse steden te bezoeken als Sighişoara, Bran en Biertan. Ook bezoeken vele mensen de Transfăgăraşan, in de Transsylvanische Alpen, en slapen in berghutten (Cabane) op meer dan 2000 m. In de lente en zomer worden er ook vele bergwandelingen georganiseerd vanaf berghutten. Het Apusenigebergte, ook wel de Westelijke Transsylvanische Alpen genoemd, staat bekend om de vele en dichte wouden. Ook is hier de Scărişoara-gletsjer in een grot waar het jaarlijks tussen de -1 °C en 0 °C blijft, ook al is het 200 m hogerop 20 °C. In de Apuseni is een groot ravijn, de Groapa Ruginoasa waar ook veel toeristen naar toe komen. Het noorden van Transsylvanië, de regio Maramureş, heeft vele typische plattelandsdorpen, en de beroemde houten kerken.

Weerkerken in Transsylvanië.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Boeken

In Kameraad Baron (2010) van schrijver Jaap Scholten staat Transsylvanië centraal. Scholten onderzoekt in Kameraad Baron de positie van de Transsylvaanse aristocratie tijdens de Koude Oorlog en de Communistisch Roemenië onder de dictatuur van Nicolae Ceauşescu.

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Bronnen:

  • (nl) Een deel van de tekst van dit artikel is afkomstig uit de verhandeling "De identiteit en de situatie van de Hongaarse minderheden in Roemenië" [1]. De auteur en tevens auteursrechtbezitter van deze verandering heeft de informatie zelf onder GFDL-licentie op Wikipedia toegevoegd.
  • (en) Government Office for Hungarian Minorities Abroad (2005) The Situation of Hungarians in Romania in 2005.
  • (en) Illyés, Elemér (1982) National Minorities in Romania: Change in Transylvania. New York: Columbia University Press. Internetversie uit de Corvinus Library gebruikt.
  • (en) Kovrig, Bennett (2000) ‘Partioned nation: Hungarian minorities in Central Europe’, in: Michael Mandelbaum (ed.), The new European diasporas: national minorities and conflict in Eastern Europe, New York: Council on Foreign Relation Press, pp. 19-80.
  • (en) Ludanyi, Andrew (red.) (1994) The Hungarian minority’s situation in Ceausescu's Romania. New York: Columbia University Press. Internetversie uit de Corvinus Library gebruikt.
  • (nl) Tijdschrift Transilvana (2004) [2].
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen