Slag bij Mohács (1526)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Mohács
Onderdeel van de Ottomaans-Hongaarse Oorlogen
Turks miniatuur van de Slag bij Mohács
Turks miniatuur van de Slag bij Mohács
Datum 29 augustus 1526
Locatie Mohács, Hongarije
Resultaat Ottomaanse Overwinning
Strijdende partijen
Flag of the Ottoman Empire (1453-1517).svg Ottomaanse Rijk Flag of Hungary (15th century, rectangular).svg Hongarije
Commandanten
Flag of the Ottoman Empire (1453-1517).svg Süleyman I Flag of Hungary (15th century, rectangular).svg Lodewijk II
Flag of Hungary (15th century, rectangular).svg Pál Tomori
Troepensterkte
65.000 soldaten
160 kanonnen
25.000 soldaten
85 kanonnen
Verliezen
1.500 ± 14,000-20,000

De Slag bij Mohács (Hongaars: mohácsi csata of mohácsi vész, Turks: Mohaç Savașı of Mohaç Meydan Savașı) is een veldslag die op 29 augustus 1526 werd uitgevochten tussen het Koninkrijk Hongarije onder leiding van koning Lodewijk II van Hongarije en het Ottomaanse Rijk onder leiding van Süleyman I.
De slag resulteerde in een Hongaarse nederlaag waarbij koning Lodewijk II om het leven kwam toen hij het slagveld probeerde te ontvluchten.

Aanloop[bewerken]

Bij het begin van de zestiende eeuw was het Ottomaanse Rijk een belangrijke militaire macht geworden die grote delen van Europa en het Midden-Oosten beheerste. Het kon meer dan 100.000 soldaten mobiliseren, plus grote reserves uit een aanzienlijk aantal onderdanen. De Hongaren konden dit op geen stukken na evenaren.
Süleyman I kon zijn strijd tegen de Safawiden niet verder zetten en liet zijn oog vallen op het christelijke Europa. Hij had door Belgrado (1521), Orșova (1522) en Szörény (1524) te bezetten al de Donau in handen, tot aan Belgrado.

De Slag[bewerken]

De Hongaren vielen aan terwijl Süleymans leger zich nog aan het opstellen was. De artillerie nam de Osmanen onder vuur waarna de cavalerie de Osmanen op de vlucht joeg. In plaats van de achtervolging in te zetten begonnen de Hongaren het lege Osmaanse kamp te plunderen. De Osmanen konden zich hergroeperen en vernietigden daarop nagenoeg het plunderende Hongaarse leger. Lodewijk kon niet op tijd vluchten en werd gedood. Na 150 jaar verzet was Hongarije niet langer in staat het Ottomaanse Rijk tegen te houden.

Nasleep[bewerken]

Monument van de slag in Mohács

Door de dood van koning Lodewijk II kwam Hongarije in een politiek vacuüm terecht. De troon van Hongarije werd betwist tussen Johan Zápolya en Ferdinand I van Habsburg. Ferdinand werd gesteund door zijn vrouw Anna, de zuster van Lodewijk II en een aantal, veelal lagere, edelen uit het westen en noorden van het Koninkrijk. János Zápolya ontving vooral steun van de magnaten en de Transsylvanische edelen. In 1541 werd het land definitief opgedeeld in een Habsburgs, Turks en Transsylvanisch deel.

Zie ook[bewerken]