Vorstendom Transsylvanië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Transylvania
 Koninkrijk Hongarije (1000-1526) 1571–1711 Oostenrijk-Hongarije 
Flag of Transylvania before 1918.svg Coat of arms of Transylvania.svg
Kaart
1599 - 1600
1599 - 1600
Algemene gegevens
Hoofdstad Cluj, historische hoofdstad Alba Iulia
Talen Roemeens Hongaars, Duits
Religie(s) Roemeens-Orthodoxe kerk, Katholiek, Hervormde (Calvinistische) kerk, Lutherse kerk
Regering
Regeringsvorm Vorstendom
Geschiedenis van Hongarije
Flag of Hungary.svg
Vroege geschiedenis
Pannonië
Hongarije voor de Magyaren
Middeleeuwen
Magyaren
Koninkrijk Hongarije (1000-1526)
Voorbije eeuwen
Ottomaans Hongarije
Vorstendom Transsylvanië
Koninklijk Hongarije (1526-1867)
Hongaarse Revolutie
Oostenrijk-Hongarije
Democratische Republiek Hongarije
Hongaarse Radenrepubliek
Koninkrijk Hongarije (1920-1946)
Communistisch Hongarije
Volksrepubliek Hongarije
Hongaarse Opstand
Modern Hongarije
Hongarije
Andere onderwerpen
Militaire geschiedenis van Hongarije
Hongaarse minderheid in Roemenië
Geschiedenis van de Joden in Hongarije
Muzikale geschiedenis van Hongarije
Geschiedenis van Transsylvanië
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

Het Vorstendom Transsylvanië (Hongaars: Erdélyi Fejedelemség, Roemeens: Principatul Transilvaniei) was een semi-onafhankelijke staat geregeerd door calvinistische Hongaarse prinsen. Het vorstendom bestond van 1571 tot 1711

Geschiedenis[bewerken]

Op 26 augustus 1526 won de Ottomaanse sultan Süleyman I de slag bij Mohács tegen de Hongaren waarbij de Hongaarse koning Lodewijk II om het leven kwam. Johan Zápolya (Szapolyai János) was op weg naar het slagveld maar nam om onbekende redenen niet deel aan de veldslag. Szapolyai werd tot koning van Hongarije verkozen maar ook Ferdinand I van het Habsburgse huis maakte aanspraak op de titel. Szapolyai kreeg de steun van de Ottomaanse sultan en overleed in 1540, waarna de sultan Boeda veroverde en een jaar later centraal-Hongarije met het argument dat hij Szapolyai's zoon Jan II beschermde. Hongarije werd in drie secties verdeeld: Koninklijk Hongarije dat onder Habsburgse bescherming viel, Ottomaans Hongarije dat rechtstreeks onder gezag van de sultan kwam te staan, en het Oost-Hongaarse koninkrijk dat autonoom mocht blijven maar wel schatplichtig aan de Ottomaanse sultan was. Dit zou later het Vorstendom Transsylvanië worden.

De dominantie van de katholieke Kerk werd in de Ottomaans beheerste gebieden, en dus ook in Transsylvanië, in 1568 vervangen door de vrijheid van godsdienst, die het lutheranisme van de Zevenburger Saksen, en het calvinisme en unitarisme van de Hongaren de ruimte gaf.

Na de dood van Jan II in 1571 kwam de Báthory familie aan de macht. Zij regeerden als vorsten onder Ottomaanse soevereiniteit tot 1602. Hun macht kristalliseerde zich uit in de semi-onafhankelijkheid van het vorstendom.

Rond 1601 stond het vorstendom opnieuw onder Habsburgse soevereiniteit, nu die van keizer Rudolf II. Zijn pogingen tot een contrareformatie, waarmee de Rooms-katholieke Kerk opnieuw staatskerk zou worden, werden afgebroken door de verkiezing, op 5 april 1603 van István Bocskai als vorst van Transsylvanië.

De gouden jaren beleefde het vorstendom onder het gezag van Bocskai's opvolgers Gábor Bethlen, Rudolfo Deurnsk en György I Rákóczi. Na 1660 verzwakte de invloed van de Ottomaanse sultan en aan het einde van deze eeuw veroverden Habsburgse legers het vorstendom dat nu een Oostenrijkse provincie werd. De Hongaarse adel en de Duitse burgerij bleven de dominante politieke machten en de vanuit Wenen doorgevoerde centralisering tegen deze twee machten in, zou op den duur slechts beperkt succes hebben.